Thema 14 Goede raad is duur - hv12

Thema 14 Goede raad is duur - hv12

Goede raad is duur

Inleiding

Goede raad is duur... maar ook veel waard, als het om je toekomst gaat!
Droom jij ook van een beroep, dat je later wilt gaan uitoefenen?
Wat is er eigenlijk voor nodig, om een goede keus te maken?
Kijk maar eens, hoe deze jongeren daarover denken:

 

Welke tips spreken jou het meest aan?
Op internet is veel informatie te vinden over beroepen.
Je kunt er ook praktische tips vinden, hoe jij erachter komt wat je wilt en wat je kunt.
Op school kunnen je mentor en de schooldecaan je hierbij helpen.
Wie weet er al, welk beroep hij of zij later graag wil leren?
Wat vind jij belangrijk, als het over werken gaat: veel geld verdienen, of is er meer?

Wat kan ik straks?

Hier vind je de leerdoelen die horen bij het thema: Goede raad is duur.

Leerdoel Opdracht
Ik kan aangeven uit welke onderdelen een goed leesverslag bestaat en ik kan een leesverslag maken. Fictie - Leesverslag
Ik kan in een zin het meewerkend voorwerp vinden. Grammatica - Meewerkend voorwerp
Ik kan in een tekst leestekens op de juiste manier gebruiken. Spelling - Leestekens
Ik kan in zinnen trappen van vergelijking op de juiste manier toepassen. Woordenschat - Trappen van vergelijking

Wat ga ik doen?

Het thema 'Goede raad is duur' bestaat uit de volgende onderdelen:

Onderdeel Tijd Eindproduct
Inleiding 0,5 lesuur -
Fictie - Leesverslag 2 lesuren Leesverslag
Grammatica - Het meewerkend voorwerp 1 lesuur Toets
Spelling - Leestekens 1 lesuur Verslag
Woordenschat - Trappen van vergelijking 1 lesuur Foto's
Afsluiting 2 lesuren Opdracht
Totaal 7,5 lesuren  

De tijd is een indicatie en afhankelijk van de keuze van het eindproduct.

Opdrachten

Fictie - Leesverslag

Leesverslag/boekverslag

Intro

In deze opdracht gaat het over het maken van een goed leesverslag of boekverslag.

Maak voor jezelf een lijstje van de 5 mooiste boeken die je ooit hebt gelezen. Welk boek staat bij jou met stip op nummer 1?
Van één van deze boeken ga je in de eindopdracht een boekverslag schrijven.

 

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • de onderdelen van een goed leesverslag/boekverslag noemen.
  • aangeven welke informatie ik nodig heb om een boek te beoordelen.
  • zelf een goed leesverslag/boekverslag maken over een boek naar eigen keuze.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bestudeer het Kennisbankitem ´Fictie - leesverslag´ en kan van verschillende voorbeelden aangeven in welk deel van het leesverslag ze horen.
Stap 2 In de opdracht bronvermelding heb ik al eens kennis gemaakt met de notitie van boekgegevens. Hier frissen we mijn geheugen even op.
Stap 3 Ik kan al veel over een boek te weten komen zonder het te lezen. Hoe? Dat leer ik hier.
Stap 4 Hoe geef ik mijn mening over een boek? Lees de recensie.
Stap 5 Hoe kan ik mijn leesverslag presenteren?
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de kennisbanken die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht Ga een leesverslag maken.
Extra opdracht Maak de extra oefening.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je 2 lesuren nodig.
Dat is zonder de tijd die je nodig hebt om het boek te lezen.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer uit de Kennisbank Nederlands de volgende twee onderwerpen:

Maak daarna de volgende opdracht.

 

Stap 2: Boekgegevens

Als je de boekgegevens op een rijtje wilt zetten, doe dat dan in deze volgorde:

Voorbeeld:
Bodelo, J., Het leven van Pandora. Uitgeverij Lezema, Baarn 2009.

Dus:
Naam schrijver, Voorletter,  Titel boek, Uitgever, Plaats, Jaar.

Let op:
Vermeld de plaats of de uitgever.
Allebei mag, maar is niet verplicht. Wel het jaar!

Waarom zo?
Het is een soort zoekafspraak. Iemand die deze gegevens kent, kan het boek altijd vinden in een bibliotheek.Op de volgende pagina vind je van vijf boeken de boekgegevens.
Kijk of ze correct zijn.

Zijn de volgende boekgegevens juist?
Geef van de boekgegevens die niet correct zijn aan wat er verkeerd is.
Bespreek je antwoorden met een klasgenoot.

  • J. van Doorn, De mantel van Uzza. Amsterdam 1993
  • Lizzy Manson, Het boek van duizend woorden. 2010, uitgeverij Keuneman
  • Astrid Lindgren, De kinderen uit de Kabaalstraat. 1971
  • Nowee, Arendsoog en de Kansas-kidnap, Malmberg, 1986
  • C. Alcott, Het smulpaleis - Een kookboek voor kinderen. Rotterdam: 2010

Stap 3: Een boek verkennen

Zonder een boek helemaal gelezen te hebben, kun je al heel wat over het boek vertellen. Dat doe je door het boek 'te verkennen'.
Hiernaast zie je de omslag van het boek ' Het leven van een loser'.
Klik op de titel van het boek om een omschrijving van het boek op www.bol.com te vinden. Je kunt het boek daar ook inkijken.

Beantwoord de volgende vragen:

  • Wat is de ondertitel van dit boek?
  • Is dit een Nederlands boek of een vertaald boek?
  • Wat is de naam van de uitgeverij?
  • Bij welk genre hoort dit boek?
  • Wat is de thematiek: pesten/schoolleven/ eenzaamheid/gezinsproblemen?
  • Zijn de illustraties voor dit boek belangrijk of onbelangrijk?
  • Wat is de stijl: beschrijvend/moderne jongerentaal/veel dialogen?
  • Wat is het perspectief van dit boek: ik-verteller/verborgen verteller/camera?

Stap 4: Een beoordeling door een ander

Als je wilt weten wat anderen van een boek vinden dat wilt gaat lezen, zoek je een recensie.
Een recensie is een leesverslag, waar het vooral om de mening gaat van een lezer.
Meestal is de recensent een lezer die verstand van boeken heeft. Hij/zij heeft meestal heel veel boeken gelezen.

Hieronder een deel van een recensie van het boek 'De Pest' van Clem Matini. Kopieer de tekst in je leesverslag.
Onderstreep in de tekst minimaal vijf woorden waaruit blijkt dat de recensent zijn mening geeft over het boek.

Dit verhaal is het tweede deel van ‘de kraaienkronieken’; een bijzonder krachtig en spannend vervolg op ‘De aanval’. Op schitterende wijze weet de auteur in de huid van de kraaien te kruipen. Bij de beschrijvingen hoe de vogels zich door de lucht bewegen, lijk je er zelf mee door te buitelen. Ook erg knap is de manier waarop hij de mensenwereld verwoordt, gezien doorheen kraaienogen. De beschrijving van de stad waar de groep uiteindelijk terecht komt, is heel herkenbaar en prachtig beschreven.

Daarnaast zijn de belevenissen van Kyp zeer levensecht en spannend. De kraaien die hij ontmoet zijn stuk voor stuk bijzondere vogels en hebben elk hun eigen kwaliteiten die ze in dienst van de groep gebruiken.

Op den duur vergeet je dat het kraaien zijn, zo menselijk worden deze figuren beschreven. Je zou zelf zo’n kraai willen zijn!

Wie het eerste deel niet heeft gelezen zal enige moeite hebben om in het verhaal te komen, omdat er toch heel wat verwijzingen naar dat eerste avontuur zijn. Dus is het best eerst het eerste avontuur mee te beleven, zodat je volop van dit pareltje kan genieten!
Absoluut een aanrader!

 

 

Stap 5: Een leesverslag maar dan anders

Er zijn veel manieren om een boek te bespreken.
Met een geschreven verslag: prima.
Maar als je het nu eens anders wilt aanpakken, en je verslag op een niet-saaie manier wilt presenteren, probeer dan eens iets anders.


Prezi
Met Prezi kun je je boekbespreking als een soort poster opzetten. Begin met de koppen van je bespreking: boekgegevens, schrijver, hoofdpersonen enz.
Zoom heel sterk in op zo’n kop en schrijf daar je tekst. Gebruik ook afbeeldingen en bijv. een Youtubefilmpje over je boek.
TIP: zorg dat de onderdelen samen een beeld vormen dat past bij het verhaal. Of gebruik een afbeelding van de omslag als achtergrond.

Interview elkaar
Laat een klasgenoot jou interviewen over je boek. Vertaal de vaste onderdelen in vragen. Het leukst is als je het boek allebei gelezen hebt, en elkaar kritische vragen kunt stellen! Film je interview of neem het op.

Speel een fragment na
Sommige boeken hebben scènes die goed zijn na te spelen. Zorg voor een inleiding waarin je de belangrijkste gegevens van boek, schrijver, gebeurtenissen en hoofdpersonen kort uitlegt, zodat de kijkers begrijpen waar het stuk over gaat. Na de voorstelling vertel je hoe het afloopt, en wat je mening is.

Gebruik Powerpoint
Iedereen vindt Powerpoint tegenwoordig saai, maar je kunt er geweldige dingen mee doen. Juist bij een boekbespreking is het leuk om woorden en zinnen op een bijzondere manier te laten binnenkomen. Of zoek een afbeelding die precies laat zien wat je bedoelt, maar zonder woorden. Je geeft de uitleg erbij. Weet je al hoe je video’s in een PP kunt opnemen?

Gebruik Popplet
Hierbij zoom je in op plaatjes en teksten. Het heeft dus wel iets van Prezi, maar is nog simpeler en erg duidelijk! Zie www.popplet.com voor voorbeelden.

Gebruik Glogster
Bij Glogster maak je een poster met teksten, video’s, afbeeldingen. Je kunt je poster heel veel sfeer meegeven door een juiste keuze van kleuren, vormen en achtergronden.

Film een scène
Voor de filmliefhebbers: speel een (belangrijke) scène na. Kom vooraf en achteraf zelf in beeld met toelichting. Ook in tussentitels kun je informatie kwijt. Zorg voor juiste sfeer: muziek, locatie, geluiden.

 

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de kennisbanken die horen bij deze opdracht.

Eindopdracht: Leesverslag

Nu jij...

Genoeg tips en uitleg.
Je weet wat je moet doen, en hebt besloten hoe je het gaat doen. Kies dan een boek uit je top 5 van de inleiding.

Of niet?
Als je nog steeds niet weet welk boek je wilt bespreken, zoek dan nog eens goed op de website van je bibliotheek, in de schoolbibliotheek of online, bijvoorbeeld hier www.leesfeest.nl of hier: www.boekenzoeker.org .

Klaar met je leesverslag?
Laat het leesverslag beoordelen door je docent.
Je docent beoordeelt het leesverslag op de volgende punten:

  • Feiten: Het verslag bevat de voornaamste feiten over het boek en de schrijver.
  • Inhoud:Het verslag bevat goede informatie over de personages, gebeurtenissen, tijd en plaats waar het verhaal zich afspeelt. Er staat ook iets in over het genre en de thematiek.
  • Opbouw: Het verslag gaat ook over de manier waarop het verhaal wordt verteld en over de stijl van de schrijver.
  • Mening: In het verslag geef je met goede argumenten en in duidelijke taal je eigen mening over dit boek.

Extra opdracht

Zoekend lezen in recensies
Op leesfeest staan heel veel recensies van jeugdboeken.
Als je een boek zoekt, is het de kunst om er snel één te kiezen uit die lange lijst! Oefen jezelf eens in het snel zoeken naar informatie over jeugdboeken.

Hieronder lees je van vier boeken de titels, de thema's èn over elk boek een mening van de recensent. Alleen: ze staan door elkaar! Jij moet deze gegevens op de juiste plaats in het schema zetten.

Op het werkblad zie je in het schema bovenaan de schrijvers.
Zoek de boeken op en lees elke recensie snel door.
Zet dan elk kenmerk naar de juiste plaats!

Download hier het werkblad:

Werkblad zoekend lezen in recensies

Terugkijken

Intro

  • Waarom had je een bepaald boek op 1 gezet en niet op bijvoorbeeld nummer 5. Wat maakt dat ene boek nou zo bijzonder?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je aangeven welke informatie je nodig hebt om een boek te beoordelen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 2 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je die tijd ook nodig voor deze opdracht of kwam je tijd te kort? Dat is de tijd zonder het lezen van je boek. Hoeveel tijd kostte het om je boek te lezen?
  • Inhoud
    Had je al eens eerder een leesverslag gemaakt? Of was alles in deze opdracht nieuw voor je?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Ben je tevreden over het leesverslag dat je hebt gemaakt?
    Schrijf op wat je een volgende keer beter gaat doen.
  • Extra opdracht
    Heb je de extra opdracht gedaan? Ging het goed?

Grammatica - Meewerkend voorwerp

Meewerkend voorwerp

Intro

In deze grammaticaopdracht staat het meewerkend voorwerp centraal.

In de video wordt uitgelegd hoe je het meewerkend voorwerp in een zin kunt vinden.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van de opdracht kan ik:

  • in zinnen het meewerkend voorwerp vinden door te ontleden.
  • zinsdelen herkennen, zoals onderwerp, persoonsvorm, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp.

 

Wat kan ik al?

Als je het meewerkend voorwerp in een zin wilt vinden, moet je eerst het gezegde, het onderwerp en het lijdend voorwerp opzoeken.

Hoe je deze zinsdelen vindt, kun je nalezen in deze Kennisbanken.

 


Maak nu de volgende oefeningen. Elke oefening bestaat uit 10 zinnen.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bestudeer de Kennisbank en maak de oefening.
Stap 2 Ik lees wat zinsontleding is en maak er een oefening over.
Stap 3 en Ik oefen zinsontleding samen met een klasgenoot.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbanken over deze opdracht.
Eindopdracht Maak de eindtoets: 'Meewerkend voorwerp'
Extra opdrachten en In de extra opdracht maak ik zelf zinnen en wijs het meewerkend voorwerp aan. Doe dit samen met een klasgenoot.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer één lesuur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer nu uit de Kennisbank het volgende onderwerp.


In de oefening ga je het meewerkend voorwerp benoemen in een zin.

Stap 2: Zinsontleding

Weet je nog wat zinsontleding is?

Zinsontleding is het verdelen van een zin in stukjes. Ieder stukje heeft een naam. Deze naam kan bestaan uit meerdere woorden, maar ook uit één apart woord.
Bestaat een stukje van de zin uit meerdere woorden, dan noemen we dat een zinsdeel.
Onderwerp, persoonsvorm, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp zijn zinsdelen.

Maak de volgende oefening.

 

 

Stap 3: Zinnen ontleden

Doe samen met een klasgenoot de volgende oefening.

  • Schrijf allebei een zin op waarin de volgende zinsdelen voorkomen:
    • werkwoordelijk gezegde
    • onderwerp
    • lijdend voorwerp
    • meewerkend voorwerp
  • Schrijf ook een zin op waarin de volgende zinsdelen voorkomen:
    • naamwoordelijk gezegde
    • onderwerp
    • meewerkend voorwerp
  • Zorg dat je beide zinnen zelf kunt ontleden in zinsdelen.
  • Ruil de zinnen met een klasgenoot.
  • Benoem ook de zinsdelen die je klasgenoot heeft opgeschreven.
  • Controleer allebei of jullie de zinsdelen goed benoemd hebben.

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.

Eindopdracht: Toets

Je sluit deze opdracht af met het maken van een toets.
De toets bestaat uit tien vragen.

Extra opdrachten

Als extra opdracht maak je zelf zinnen. Zorg dat er een meewerkend voorwerp in elke zin staat..

Voorbeeld:
Ik - cadeau - zus - gisteren
Zin: Ik gaf mijn zus gisteren een boek cadeau.

Terugkijken

Intro

  • Heb je de video bekeken? Was de uitleg duidelijk voor je?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je zinsdelen benoemen en het meewerkend voorwerp aanwijzen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 1 uur met de opdracht bezig zou zijn.
    Had je voldoende tijd om de oefeningen over het meewerkend voorwerp te maken?
  • Eindopdracht
    Was de toets moeilijk? Of had je juist een goede score?
  • Extra opdracht
    Heb je de extra opdracht gedaan? Vond je het lastig of juist leuk om zelf zinnen te bedenken?

Spelling - Leestekens

Leestekens

Intro

In deze opdracht behandelen we het onderwerp leestekens.

Bekijk de video. Herken je alle leestekens?

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • verschillende leestekens opnoemen en aangeven wanneer ze gebruikt worden.
  • leestekens op een juiste manier gebruiken in een zin of tekst.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bestudeer de Kennisbank en maak de oefeningen.
Stap 2 en Tel het aantal leestekens in een tekst en zoek een tekst op internet en tel ook van die tekst het aantal leestekens. Overleg en vergelijk met andere klasgenoten.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.
Eindopdracht Schrijf een kort verslag over je onderzoekje in Stap 2.
Extra opdracht Maak eventueel de extra opdracht op het werkblad. Ik plaats leestekens in een tekst.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.


Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer één lesuur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer het volgende onderdeel uit de Kennisbank.


Maak de volgende oefeningen.
Je leert op welke plekken in een zin je wel of niet een leesteken plaatst.

 

Stap 2: Hoeveel leestekens?

Hieronder zie je een tekst van precies 100 woorden.
Lees de tekst en tel het aantal leestekens.

Nu zelf!
Je gaat nu zelf in een willekeurige tekst het aantal woorden én het aantal leestekens tellen.

Durf je nu antwoord te geven op de vraag: 'Hoeveel leestekens staan er in een tekst met 100 woorden?'

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbank die hoort bij deze opdracht.

Eindopdracht: Verslag

Schrijf nu een kort verslag over het onderzoekje dat je gedaan hebt in Stap 2.
Het verslag krijgt als titel: 'Het aantal leestekens in een tekst'.

Schrijf in het verslag:

  • Wat je onderzocht hebt.
  • Hoe je te werk bent gegaan.
  • Wat je conclusie is.

Je verslag mag niet groter zijn dan een half A4'tje.
Hoe je een verslagje schrijft, kun je lezen in de gereedschapskist.

Klaar?
Lees je verslagje nog even door. Lees in de gereedschapskist hoe je verslag beoordeeld wordt. Lever het in bij je docent.

Beoordeling
Je docent beoordeelt het verslag op:

  • inhoud: gaat het verslag over hoeveel leestekens er gemiddeld voorkomen in een tekst?
  • omvang: is het verslag niet groter dan een half A4'tje?
  • vorm: is het verslag netjes vormgegeven?
  • taalfouten: bevat je verslag niet te veel taalfouten?
  • tijd: is het verslag op tijd ingeleverd?

Verslag schrijven

Een verslag is een goede manier om een onderzoek te beschrijven dat je hebt uitgevoerd.        

 

Extra opdracht

Leestekens zijn soms lastig, maar je kunt niet zonder.
Probeer de tekst in het werkblad maar eens te lezen; het is lastiger te begrijpen omdat er geen leestekens staan.

Download het Werkblad Spelling - Leestekens. Sla het op in je eigen omgeving, zodat je het kunt bewerken.

TIP: Als je dit stuk hardop leest, hoor je al snel waar de punten en komma's horen te staan!

Pas nadat je de tekst hebt voorzien van leestekens, kun je hier de oorspronkelijke tekst lezen.

Terugkijken

Intro

  • Heb je de video in de introductie bekeken? Herkende je de leestekens allemaal?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je nu leestekens op de juiste plaats in een zin of tekst zetten?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Is het gebruik van leestekens voldoende behandeld? Merk je dat je nu minder moeite hebt met het plaatsen van leestekens?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht? Heb je je onderzoeksresultaten goed verwerkt in het verslag?
  • Extra opdracht
    Heb je de extra opdracht op het werkblad gemaakt? Ging het goed?

Woordenschat - Trappen van vergelijking

Trappen van vergelijking

Intro

In deze opdracht staan de trappen van vergelijking centraal.

Begin met het kijken van deze video.

Je krijgt dan vast uitleg en voorbeelden van de trappen van vergelijking.

Wat kan ik straks?

Aan het eind van deze opdracht kan ik:

  • de drie trappen van vergelijking herkennen en gebruiken.
  • de onregelmatige vorm van vergelijking herkennen bij sommige woorden.

Wat kan ik al?

Deze opdracht gaat over de trappen van vergelijking.
De trappen van vergelijking zijn meestal vormen van een bijvoeglijk naamwoord.

Bestudeer nog even de Kennisbank om je geheugen op te frissen.

 

Maak ook deze oefening.

Wat ga ik doen?

Activiteiten

Aan de slag
Stap Activiteit
Stap 1 Bestudeer de Kennisbank en oefen met de trappen van vergelijking.
Stap 2 en Lees de tekst en zoek de trappen van vergelijking. Vergelijk mijn antwoord met een klasgenoot.
Afronding
Onderdeel Activiteit
Samenvattend Hier vind ik de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.
Eindopdracht en Ik ga samen met een klasgenoot een drieluik maken.
Extra opdracht Maak eventueel de extra opdracht. Het is een doorgeefspelletje met trappen van vergelijking. Ik speel het met een klasgenoot.
Terugkijken Terugkijken op de opdracht.

Tijd
Voor deze opdracht heb je ongeveer één lesuur nodig.

Aan de slag

Stap 1: Kennisbank

Bestudeer uit de Kennisbank Nederlands het volgende onderwerp.

 

Maak de volgende oefening.

Stap 2: Yolanthe en Jan

In het volgende artikel staan een aantal trappen van vergelijking. Kun jij ze vinden?

 

Afronding

Samenvattend

Hier vind je de Kennisbanken die horen bij deze opdracht.

Eindopdracht: Drieluik

Als eindopdracht ga je een 'drieluik' maken. Je doet dit samen met een klasgenoot.

Het drieluik moet bestaan uit drie foto's of afbeeldingen.
Je kunt foto's maken met de camera van je mobiele telefoon.
Maar je kunt ook op Google naar afbeeldingen zoeken.
Of jullie maken drie verschillende tekeningen, als je dat leuker vindt.

Hoe jullie deze afbeeldingen of foto's verwerken, is een vrije keus.
Je kunt een digitaal (Google-)document maken of een papieren versie.
Overleg eventueel met je docent.

Het is wel de bedoeling dat:

  • De eerste foto of afbeelding  de stellende trap laat zien.
  • De tweede foto of afbeelding de vergrotende trap laat zien.
  • De derde foto of afbeelding de overtreffende trap laat zien.


Klaar?
Bekijk of jullie voldaan hebben aan de opdracht, zoals omschreven.
Lever de afbeeldingen in bij jullie docent.

Beoordeling
De docent let bij de beoordeling op:

  • inhoud: is het duidelijk welke trap van vergelijking jullie hebben gefotografeerd?
    Hebben jullie van elke trap een aparte afbeelding?
  • vorm: is jullie drieluik met zorg gemaakt?
  • originaliteit: is jullie drieluik verrassend?

Tekening maken

Met een tekening kun je informatie presenteren. Je kunt je tekening eventueel combineren met stukjes tekst. Door je tekening kun je bijvoorbeeld ook laten zien welk standpunt je inneemt en hoe je over iets denkt.

 

Extra opdracht

Maak deze oefening samen met een klasgenoot.

Zorg voor een uitgeprinte versie van deze opdracht of kopieer de opdracht naar een tekstbestand op je computer.

Terugkijken

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Heb je de video bekeken? Vond je de uitleg duidelijk?

Wat kan ik al?

  • Was je kennis van bijvoeglijke naamwoorden nog voldoende? Heb je de oefening gemaakt en de Kennisbank doorgelezen?

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van deze opdracht nog eens door.
    Kun je de trappen van vergelijking in een tekst herkennen en gebruiken?

Hoe ging het?

  • Inhoud
    Wist je al veel over de trappen van vergelijking? Ook over de onregelmatige vervoeging van enkele bijvoeglijke naamwoorden?
  • Eindopdracht
    Vond je het leuk om een drieluik te maken? Werden de trappen van vergelijking goed zichtbaar?
  • Extra opdracht
    Hebben jullie de extra opdracht gemaakt? Ging het goed?

Afsluiting

Kennisbanken

Hier vind je de kennisbanken die gebruikt zijn in dit thema.

Eindopdracht: Beroep

Je gaat het thema 'Goede raad is duur' afronden.
Je gaat als eindproduct informatie verzamelen over een beroep dat jou aanspreekt.
Zoek uit, welke vooropleiding nodig is en welke opleidingen er in de buurt bestaan om dit beroep te leren.
Zoek ook iets op over de inhoud van de opleiding, en over de eigenschappen die je nodig hebt om dat beroep uit te oefenen.
Je oefent ook, hoe je duidelijk mondeling uitleg geeft aan iemand, die jou om raad komt vragen! Ook leer je, aan zo'n klant de juiste vragen te stellen. Dat zijn vaardigheden die je later zeker kunt gebruiken, in welk beroep je ook gaat werken!

Verzamel je informatie en print die uit.
Je bent klaar om als studieadviseur aan de slag te gaan!
Dat doe jij tijdens een speciaal lesuur.
In de eerste ronde zit je achter een tafeltje en speel je adviseur.
In de tweede ronde ga je jezelf laten adviseren over een ander beroep, dat je misschien ook leuk vindt.

Vooraf

Lees voor je begint de opdracht een keer helemaal door.

Groepsgrootte: Je werkt alleen of in duo's afhankelijk van de situatie. Overleg dit met je docent.

Tijd: Voor het maken van het eindproduct heb je 2 lesuren.

Benodigdheden: Materiaal van de schooldecaan over het door jou gekozen beroep.

Stap 1

Kies een beroep uit. Overleg met je docent.
Verzamel informatie bij je schooldecaan. Doe dit liefst georganiseerd met hulp van je docent, zodat de decaan maar één keer hoeft te worden geraadpleegd.

Verzamel ook informatie op internet.
Gebruik daarvoor bijvoorbeeld deze website:
www.studiekeuze123.nl

Verzamel de belangrijkste informatie in een bestand.
Denk erom dat je alleen hoofdzaken opneemt, want je hebt straks weinig tijd om alles uit te leggen.

Stap 2

Bespreek met je docent hoe je je moet gedragen als adviseur:
houding, stem, spreken en luisteren, vragen en doorvragen.
Oefen met een klasgenoot afwisselend je gesprekstechniek en je kennis van zaken.
Vraag om feedback en geef zelf ook op een goede manier feedback aan je klasgenoot.
Als je er klaar voor bent, is het tijd voor het adviesuur.
Samen met de docent maak je een goede opstelling van tafels.
In twee rondes van tien minuten ben je eerst adviseur en daarna klant.

Afronden

Klaar? Laat je eindproduct beoordelen. Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van deze rubrics.
Inhoud max. 50 punten
Goed Je hebt juiste en interessante informatie verzameld over het beroep. Je kunt die informatie duidelijk en plezierig overbrengen in een gesprek. Je stelt de juiste vragen zodat je weet wat je klant kan en wil, en of dit past bij dat beroep.
Voldoende Je hebt juiste informatie verzameld over je beroep. Je kunt deze informatie voldoende duidelijk en plezierig overbengen. Je stelt vragen om te weten wat je klant wil, en wat zijn/haar eigenschappen zijn.
Onvoldoende Je informatie is onjuist of onvoldoende. Je kunt de informatie niet goed uitleggen of straalt te weinig interesse uit. Je stelt geen (goede) vragen.
Vorm max. 50 punten
Goed Je bent enthousiast voor het beroep en gedraagt je beleefd en prettig. Je kunt goed uit je woorden komen en neemt een plezierige houding aan, zodat de klant zich ontspannen voelt. Je schriftelijke informatie is goed georganiseerd en netjes.
Voldoende Je neemt een goede en klantvriendelijke houding aan en spreekt netjes en duidelijk. Je stelt vragen en luistert naar de klant. Je houding is goed en je hebt je materiaal netjes klaarliggen.
Onvoldoende Je houding is niet voldoende geïnteresseerd of niet vriendelijk. Je kunt niet goed uit je woorden komen. Je materiaal is niet goed klaargelegd of te slordig.

D-Toets

Test je kennis. Maak de diagnostische toets.

Terugkijken

Inleiding

  • Kijk nog eens goed naar de opdracht in de inleiding.
    ...

Kan ik wat ik moet kunnen?

  • Lees de leerdoelen van dit thema nog eens door.
    Kun je wat je moet kunnen?

Hoe ging het?

  • Tijd
    Bij de activiteiten stond dat je ongeveer 7,5 uur met dit thema bezig zou zijn.
    Klopt dat met het aantal lessen dat je over dit thema hebt gehad?
  • Inhoud
    Welke lesstof in dit thema was nieuw voor je en welke lesstof wist je al?
    Van welke opdracht heb je het meest geleerd?
  • Eindopdracht
    Wat vond je van de eindopdracht?

    Beantwoord de volgende vragen:

    • Hoe verliep het verzamelen van informatie?
    • Vond je het moeilijk om de belangrijkste informatie te selecteren?
    • Hoe verliep jouw adviesgesprek? Wat ging goed / wat kon beter?
    • Welke tops en tips heb je voor de adviseur, aan wie jij vragen hebt gesteld?
    • Bespreek de antwoorden met je klasgenoot en je docent.

Verderkijker

De Verderkijker biedt bij het thema passende externe linkjes naar uitleg, oefenmateriaal of filmpjes.

Fictie

Voor de kop Leesverslag klik op:

Grammatica

Voor de kop Meewerkend voorwerp klik op:

Spelling

Voor de kop Leestekens klik op:

Woordenschat

Voor de kop Trappen van vergelijking klik op:

  • Het arrangement Thema 14 Goede raad is duur - hv12 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    VO-content
    Laatst gewijzigd
    29-11-2025 10:33:01
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding en publicatie onder dezelfde licentie vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationale licentie.

    StudioVO

    Deze module is ontwikkeld door medewerkers van StudioVO.

    Fair Use

    In de Stercollecties van StudioVO wordt gebruik gemaakt van beeld- en filmmateriaal dat beschikbaar is op internet. Bij het gebruik zijn we uitgegaan van fair use. Meer informatie: Fair use

    Mocht u vragen/opmerkingen hebben, neem dan contact op via de helpdesk VO-content.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Dit thema valt onder de arrangeerbare leerlijn van de Stercollecties voor Nederlands voor hv12. Dit thema bestaat uit vier opdrachten, waarbij in iedere opdracht een andere taalvaardigheid centraal staat. Je leert hoe je een goed leesverslag kunt maken en aangeven uit welke onderdelen dit verslag bestaat. Daarnaast leer je hoe je leestekens op de juiste manier kunt gebruiken in een tekst en hoe je het meewerkend voorwerp kunt vinden. Ook leer je hoe je trappen van vergelijking op de juiste manier kunt toepassen in zinnen. Als eindopdracht rond je het thema 'Goede raad is duur' af. Je verzamelt informatie over een beroep dat jou aanspreekt. Hierbij onderzoek je de vereiste vooropleiding en welke opleidingsmogelijkheden er in de buurt zijn. Je zoekt ook informatie over de inhoud van de opleiding en de eigenschappen die nodig zijn om het beroep uit te oefenen. Daarnaast oefen je hoe je mondeling duidelijke uitleg kunt geven aan iemand die jou om raad vraagt, en leer je de juiste vragen te stellen aan een klant.Verzamel de informatie en print deze uit. Tijdens een speciaal lesuur ga je aan de slag als studieadviseur. In de eerste ronde neem je plaats achter een tafeltje en speel je de rol van adviseur. In de tweede ronde laat je jezelf adviseren over een ander beroep dat je mogelijk ook interessant vindt. Afsluitend is er een diagnostische toets beschikbaar om je kennis te testen. Succes!
    Leerniveau
    VWO 2; HAVO 1; VWO 1; HAVO 2;
    Leerinhoud en doelen
    Schrijven; Spelling, interpunctie en grammatica; Nederlands; Schrijfvaardigheid; Interpreteren; Literatuur; Woordgebruik en woordenschat (Nederlands); Lezen van fictionele teksten en literaire teksten (Nederlands); Tekstkenmerken;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    7 uur 30 minuten
    Trefwoorden
    arrangeerbaar, goede raad is duur, hv12, leestekens, leesverslag, meewerkend voorwerp, nederlands, opleidingen, stercollectie, trappen van vergelijking

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    VO-content - Kennisbanken. (2025).

    Nederlands Kennisbank hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/90574/Nederlands_Kennisbank_hv12

    VO-content - Toetsen. (2019).

    Nederlands hv12 - D-Toetsen

    https://maken.wikiwijs.nl/144885/Nederlands_hv12___D_Toetsen

    VO-content Nederlands. (z.d.).

    Nederlands vmbo-hv12 - TEMPLATE

    https://maken.wikiwijs.nl/143446/Nederlands_vmbo_hv12___TEMPLATE

    VO-content Nederlands. (2019).

    Opdracht: Fictie - Leesverslag - hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/52678/Opdracht__Fictie___Leesverslag___hv12

    VO-content Nederlands. (2019).

    Opdracht: Grammatica - Meewerkend voorwerp - hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/52679/Opdracht__Grammatica___Meewerkend_voorwerp___hv12

    VO-content Nederlands. (2016).

    Opdracht: Spelling - Leestekens - hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/52680/Opdracht__Spelling___Leestekens___hv12

    VO-content Nederlands. (2019).

    Opdracht: Woordenschat - Trappen van vergelijking - hv12

    https://maken.wikiwijs.nl/52681/Opdracht__Woordenschat___Trappen_van_vergelijking___hv12

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    Oefeningen en toetsen

    Goede raad is duur

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    QTI

    Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

    Versie 2.1 (NL)

    Versie 3.0 bèta

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.