Nederlands brugklas 1 / MYP 1 - Spelling

Nederlands brugklas 1 / MYP 1 - Spelling

Spelling

Werkwoordspelling

Leerdoelen
De leerling kan het hele werkwoord (de infinitief) correct schrijven.
 
De leerling kan de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd correct schrijven.
 
De leerling kan de persoonsvorm van sterke (klankveranderende) werkwoorden in de verleden tijd correct schrijven.
 
De leerling kan de persoonsvorm van zwakke (klankvaste) werkwoorden in de verleden tijd correct schrijven.
 
De leerling kan het voltooid deelwoord eindigend op –en en het voltooid deelwoord eindigend op –d of –t correct schrijven.
 
De leerling kan een werkwoord in de gebiedende wijs correct schrijven.
 
Lesmateriaal per leerdoel
De leerling kan het hele werkwoord (de infinitief) correct schrijven.

UITLEG - Hoofdstuk 1, paragraaf Kijk op taal, pagina 24

UITLEG - Hoofdstuk 1, paragraaf Spelling, pagina 34

UITLEG - Schema werkwoordspelling, pagina 260

 

UITLEG - Leenwoorden
Geschreven uitleg over leenwoorden.

UITLEG en OEFENING - Werkwoorden uit het Engels
Les met uitleg, oefeningen en een eindtoets over werkwoorden uit het Engels (aangegeven duur: één lesuur).

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over werkwoordspelling.

 

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Visuele presentatie over werkwoordspelling.

 

OEFENING - Werkwoordsvormen
Oefenzinnen waarin per werkwoord de juiste werkwoordsvorm moet worden gekozen. Digitaal via meerkeuzemenu en direct te controleren.

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Geschreven uitleg en filmpjes over werkwoordspelling.

 
De leerling kan de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd correct schrijven.

UITLEG - Hoofdstuk 3, paragraaf Spelling, pagina 117

UITLEG - Schema werkwoordspelling, pagina 260

 

UITLEG - Met -d of -t
Geschreven uitleg over woorden met een d of t.

UITLEG - Persoonsvorm tegenwoordige tijd
Geschreven uitleg over spelling van de de persoonsvorm tegenwoordige tijd.

UITLEG en OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd en verleden tijd
Les met uitleg, oefeningen en een eindopdracht over de spelling van de persoonsvorm tegenwoordige tijd en verleden tijd (aangegeven duur: twee lesuren).

UITLEG - Leenwoorden
Geschreven uitleg over leenwoorden.

UITLEG en OEFENING - Werkwoorden uit het Engels
Les met uitleg, oefeningen en een eindtoets over de spelling van werkwoorden uit het Engels (aangegeven duur: één lesuur).

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over werkwoordspelling.

 

UITLEG - Persoonsvorm tegenwoordige tijd 1
Presentatie met ondersteunende beelden over de spelling van de persoonsvorm tegenwoordige tijd.

 

UITLEG - Persoonsvorm tegenwoordige tijd 2
Gesproken uitleg (voorbeeldzinnen) met ondersteunende beelden over de spelling van de persoonsvorm tegenwoordige tijd.

 

UITLEG - Persoonsvorm tegenwoordige tijd 3
Gesproken uitleg (voorbeeldzinnen) met ondersteunende beelden over de spelling van de persoonsvorm tegenwoordige tijd.

 

UITLEG - Persoonsvorm tegenwoordige tijd 4
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van de persoonsvorm tegenwoordige tijd.

 

UITLEG - Persoonsvorm tegenwoordige tijd 5
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van de persoonsvorm tegenwoordige tijd. Overigens zit in de titel hiervan een spelfout: 'werkwoordspelling' moet aan elkaar worden geschreven.

 

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Visuele presentatie over werkwoordspelling.

 

OEFENING - Werkwoordsvormen
Oefenzinnen waarin per werkwoord de juiste werkwoordsvorm moet worden aangegeven. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd 1
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd 2
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd 3
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Alle werkwoordsvormen door elkaar
Oefenzinnen waarin per werkwoord (verschillende werkwoordsvormen) de juiste uitgang moet worden gekozen (d, dd, dt, t of tt). Digitaal via meerkeuzemenu en direct te controleren.

 

UITLEG - Peroonsvorm tegenwoordige tijd
Uitleg over de spelling van de persoonsvorm tegenwoordige tijd.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd (eerste persoon) 1
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd (eerste persoon) correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd (eerste persoon) 2
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd (eerste persoon) correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd (eerste persoon) 3
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd (eerste persoon) correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd (eerste persoon) 4
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd (eerste persoon) correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd (tweede persoon) 1
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd (tweede persoon) correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd (tweede persoon) 2
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd (tweede persoon) correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd (tweede persoon) 3
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd (tweede persoon) correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd (tweede persoon) 4
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd (tweede persoon) correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd (derde persoon) 1
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd (derde persoon) correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd (derde persoon) 2
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd (derde persoon) correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd (derde persoon) 3
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm tegenwoordige tijd (derde persoon) correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Geschreven uitleg en filmpjes over werkwoordspelling.

UITLEG en OEFENING - Persoonsvorm
Geschreven uitleg en oefeningen over de spelling van de persoonsvorm.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd 1
Oefenzinnen waarvan van de persoonsvorm de juist spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd 2
Oefenzinnen waarvan van de persoonsvorm de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd 3
Oefenzinnen waarvan van de persoonsvorm de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd 4
Oefenzinnen waarvan van de persoonsvorm de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

 

Schematische uitleg van de regels voor het spellen van de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.

 
De leerling kan de persoonsvorm van sterke (klankveranderende) werkwoorden in de verleden tijd correct schrijven.

UITLEG - Hoofdstuk 6, paragraaf Spelling, pagina 243 en 244

UITLEG - Schema werkwoordspelling, pagina 260

 

UITLEG - Persoonsvorm verleden tijd
Geschreven uitleg over de spelling van de persoonsvorm verleden tijd.

UITLEG en OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd en verleden tijd
Les met uitleg, oefeningen en een eindopdracht over de spelling van de persoonsvorm tegenwoordige tijd en verleden tijd (aangegeven duur: twee lesuren).

UITLEG - Leenwoorden
Geschreven uitleg over leenwoorden.

UITLEG en OEFENING - Werkwoorden uit het Engels
Les met uitleg, oefeningen en een eindtoets over de spelling van werkwoorden uit het Engels (aangegeven duur: één lesuur).

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over werkwoordspelling.

 

UITLEG - Persoonsvorm verleden tijd 1
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de persoonsvorm verleden tijd.

 

UITLEG - Persoonsvorm verleden tijd 2
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de persoonsvorm verleden tijd.

 

UITLEG - Persoonsvorm verleden tijd 3
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de persoonsvorm verleden tijd.

 

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Visuele presentatie over werkwoordspelling.

 

OEFENING - Werkwoordsvormen
Oefenzinnen waarin per werkwoord de juiste werkwoordsvorm moet worden aangegeven. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm verleden tijd (sterke werkwoorden)
Oefenzinnen waarin van een sterk werkwoord de persoonsvorm verleden tijd moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm verleden tijd (sterke en zwakke werkwoorden)
Oefenzinnen waarin van zowel zwakke als sterke werkwoorden de persoonsvorm verleden tijd moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct controleerbaar.

OEFENING - Alle werkwoordsvormen door elkaar
Oefenzinnen waarin de juiste spelling van de werkwoorden (alle werkwoordsvormen door elkaar) moet worden gekozen. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

 

UITLEG - Persoonsvorm verleden tijd
Uitleg over de spelling van de persoonsvorm verleden tijd.

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Geschreven uitleg en filmpjes over werkwoordspelling.

UITLEG en OEFENING - Persoonsvorm
Geschreven uitleg en oefeningen over de spelling van de persoonsvorm.

OEFENING - Persoonsvorm verleden tijd 1
Oefenzinnen waarvan van de persoonsvorm de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm verleden tijd 2
Oefenzinnen waarvan van de persoonsvorm de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm verleden tijd 3
Oefenzinnen waarvan van de persoonsvorm de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm verleden tijd 4
Oefenzinnen waarvan van de persoonsvorm de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

 

Schematische uitleg van de regels voor het spellen van de persoonsvorm in de verleden tijd.

 
De leerling kan de persoonsvorm van zwakke (klankvaste) werkwoorden in de verleden tijd correct schrijven.

UITLEG - Hoofdstuk 5, paragraaf Spelling, pagina 201

UITLEG - Schema werkwoordspelling, pagina 260

 

UITLEG - Persoonsvorm verleden tijd
Geschreven uitleg over de spelling van de persoonsvorm verleden tijd.

UITLEG en OEFENING - Persoonsvorm tegenwoordige tijd en verleden tijd
Les met uitleg, oefeningen en een eindopdracht over de spelling van de persoonsvorm tegenwoordige tijd en verleden tijd (aangegeven duur: twee lesuren).

UITLEG - Leenwoorden
Geschreven uitleg over leenwoorden.

UITLEG en OEFENING - Werkwoorden uit het Engels
Les met uitleg, oefeningen en een eindtoets over de spelling van werkwoorden uit het Engels (aangegeven duur: één lesuur).

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over werkwoordspelling.

 

UITLEG - Persoonsvorm verleden tijd 1
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van de persoonsvorm verleden tijd.

 

UITLEG - Persoonsvorm verleden tijd 2
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van de persoonsvorm verleden tijd.

 

UITLEG - Persoonsvorm verleden tijd 3
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van de persoonsvorm verleden tijd.

 

UITLEG - 't Kofschip 1
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over 't kofschip.

UITLEG - 't Kofschip 2
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over 't kofschip.

 

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Visuele presentatie over werkwoordspelling.

 

OEFENING - Werkwoordsvormen
Oefenzinnen waarin per werkwoord de juiste werkwoordsvorm moet worden aangegeven. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm verleden tijd (zwakke werkwoorden)
Oefenzinnen waarin van een zwak werkwoord de juiste uitgang van de persoonsvorm verleden tijd moet worden aangegeven. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm verleden tijd (sterke en zwakke werkwoorden)
Oefenzinnen waarin van zowel zwakke als sterke werkwoorden de persoonsvorm verleden tijd moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct controleerbaar.

OEFENING - Alle werkwoordsvormen door elkaar
Oefenzinnen waarin de juiste spelling van de werkwoorden (alle werkwoordsvormen door elkaar) moet worden gekozen. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

 

UITLEG - 't Kofschip
Geschreven uitleg over 't Kofschip.

UITLEG - Werkwoordspelling
Geschreven uitleg en filmpjes over werkwoordspelling.

UITLEG en OEFENING - Persoonsvorm
Uitleg en oefeningen over de spelling van de persoonsvorm.

OEFENING - Persoonsvorm verleden tijd 1
Oefenzinnen waarvan van de persoonsvorm de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm verleden tijd 2
Oefenzinnen waarvan van de persoonsvorm de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm verleden tijd 3
Oefenzinnen waarvan van de persoonsvorm de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Persoonsvorm verleden tijd 4
Oefenzinnen waarvan van de persoonsvorm de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

 

Schematische uitleg van de regels voor het spellen van de persoonsvorm in de verleden tijd.

 

De leerling kan het voltooid deelwoord eindigend op –en en het voltooid deelwoord eindigend op –d of –t correct schrijven.

UITLEG - Hoofdstuk 4, paragraaf Spelling, pagina 159

UITLEG - Schema werkwoordspelling, pagina 260

 

UITLEG - Voltooid deelwoord
Geschreven uitleg over het voltooid deelwoord.

UITLEG en OEFENING - Voltooid deelwoord
Les met uitleg, oefeningen en een eindtoets over de spelling van het voltooid deelwoord (aangegeven duur: één lesuur).

UITLEG - Leenwoorden
Geschreven uitleg over leenwoorden.

UITLEG en OEFENING - Werkwoorden uit het Engels
Les met uitleg, oefeningen en een eindtoets over de spelling van werkwoorden uit het Engels (aangegeven duur: één lesuur).

 

UITLEG - Voltooid deelwoord 1
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van het voltooid deelwoord.

 

UITLEG - Voltooid deelwoord (bijvoeglijk gebruikt)
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over het bijvoeglijk gebruik van het voltooid deelwoord.

 

UITLEG - 't Kofschip
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over 't kofschip.

 

UITLEG - Voltooid deelwoord 2
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van het voltooid deelwoord.

 

UITLEG - Voltooid deelwoord 3
Gesproken uitleg (voorbeeldzinnen) met ondersteunende beelden over de spelling van het voltooid deelwoord.

 

UITLEG - Voltooid deelwoord 4
Gesproken uitleg (voorbeeldzinnen) met ondersteunende beelden over de spelling van het voltooid deelwoord.

 

UITLEG - Voltooid deelwoord 5
Gesproken uitleg (voorbeeldzinnen) met ondersteunende beelden over de spelling van het voltooid deelwoord.

 

UITLEG - Voltooid deelwoord 6
Gesproken uitleg (voorbeeldzinnen) met ondersteunende beelden over de spelling van het voltooid deelwoord.

 

UITLEG - Voltooid deelwoord 7
Gesproken uitleg (voorbeeldzinnen) met ondersteunende beelden over de spelling van het voltooid deelwoord.

 

UITLEG - Voltooid deelwoord 8
Gesproken uitleg (voorbeeldzinnen) met ondersteunende beelden over de spelling van het voltooid deelwoord.

 

UITLEG - Voltooid deelwoord 9
Gesproken uitleg (voorbeeldzinnen) met ondersteunende beelden over de spelling van het voltooid deelwoord.

 

UITLEG - Voltooid deelwoord 10
Gesproken uitleg (voorbeeldzinnen) met ondersteunende beelden over de spelling van het voltooid deelwoord.

 

UITLEG - Voltooid deelwoord 11
Gesproken uitleg (voorbeeldzinnen) met ondersteunende beelden over de spelling van het voltooid deelwoord.

 

UITLEG - Voltooid deelwoord 12
Gesproken uitleg (voorbeeldzinnen) met ondersteunende beelden over de spelling van het voltooid deelwoord.

 

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Visuele presentatie over werkwoordspelling.

 

OEFENING - Voltooid deelwoord (bijvoeglijk gebruikt)
Oefenzinnen waarvan de juiste spelling van het bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoord moet worden aangegeven. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Alle werkwoordsvormen door elkaar
Oefenzinnen waarin de juiste spelling van de werkwoorden (alle werkwoordsvormen door elkaar) moet worden gekozen. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

 

UITLEG - Voltooid deelwoord
Uitleg over de spelling van het voltooid deelwoord.

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Geschreven uitleg en filmpjes over werkwoordspelling.

UITLEG en OEFENING - Voltooid deelwoord
Geschreven uitleg en oefeningen over de spelling van het voltooid deelwoord.

OEFENING - Voltooid deelwoord 1
Oefenzinnen waarvan van het voltooid deelwoord de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Voltooid deelwoord 2
Oefenzinnen waarvan van het voltooid deelwoord de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Voltooid deelwoord 3
Oefenzinnen waarvan van het voltooid deelwoord de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

OEFENING - Voltooid deelwoord 4
Oefenzinnen waarvan van het voltooid deelwoord de juiste spelling moet worden aangeduid. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

 

De leerling kan een werkwoord in de gebiedende wijs correct schrijven.

UITLEG - Gebiedende wijs
Geschreven uitleg over de gebiedende wijs.

UITLEG en OEFENING - Gebiedende wijs
Les met uitleg, oefeningen en een eindopdracht over de gebiedende wijs (aangegeven duur: één lesuur).

 

UITLEG - Gebiedende wijs
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de gebiedende wijs.

 

 

UITLEG - Werkwoordspelling
Visuele presentatie over werkwoordspelling.

 

OEFENING - Gebiedende wijs 1
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm in de gebiedende wijs correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Gebiedende wijs 2
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm in de gebiedende wijs correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Gebiedende wijs 3
Oefenzinnen waarin de persoonsvorm in de gebiedende wijs correct moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

 

UITLEG - Gebiedende wijs
Filmpje met uitleg over de spelling van werkwoorden in de gebiedende wijs.

Hoofdletters

Leerdoelen

De leerling kan hoofdletters correct gebruiken.

 
Lesmateriaal per leerdoel
De leerling kan hoofdletters correct gebruiken.

UITLEG - Hoofdstuk 1, paragraaf Spelling, pagina 31 en 32

UITLEG - Hoofdstuk 1, paragraaf Spelling, pagina 32

 

UITLEG - Hoofdletters
Geschreven uitleg over hoofdletters.

UITLEG en OEFENING - Hoofdletters
Les met uitleg, oefeningen en een eindopdracht over hoofdletters (aangegeven duur: één lesuur).

 

UITLEG - hoofdletters 1
Korte presentatie met uitleg over hoofdletters.

 

UITLEG - hoofdletters 2
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over hoofdletters.

 

UITLEG - hoofdletters 3
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over hoofdletters.

 

UITLEG - hoofdletters 4
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over hoofdletters.

 

 

UITLEG - Hoofdletters
Geschreven uitleg over het gebruik van hoofdletters.

Leestekens (interpunctie)

Leerdoelen

De leerling kan de volgende leestekens correct gebruiken: punt, vraagteken, uitroepteken.

De leerling kan de volgende leestekens correct gebruiken: komma, dubbele punt, aanhalingstekens.

 
Lesmateriaal per leerdoel
De leerling kan de volgende leestekens correct gebruiken: punt, vraagteken, uitroepteken.

UITLEG - Hoofdstuk 1, paragraaf Spelling, pagina 32

UITLEG - Hoofdstuk 1, paragraaf Formuleren, pagina 35

 

UITLEG - Leestekens
Geschreven uitleg over leestekens.

UITLEG en OEFENING - Leestekens
Les met uitleg, oefeningen en een eindopdracht over leestekens (aangegeven duur: één lesuur).

 

OEFENING - Punten
Oefening waarbij de punt op de juiste plek moet worden geplaatst. Digitaal en direct te controleren.

OEFENING - Vraagtekens
Oefenzinnen waarin het vraagteken op de juiste plek moet worden gezet. Digitaal en direct te controleren.

OEFENING - Uitroeptekens
Oefenzinnen waarin het uitroepteken op de juiste plek moet worden gezet. Digitaal en direct te controleren.

 

De leerling kan de volgende leestekens correct gebruiken: komma, dubbele punt, aanhalingstekens.

UITLEG - Hoofdstuk 1, paragraaf Formuleren, pagina 35

UITLEG - Hoofdstuk 6, paragraaf Spelling, pagina 241

 

UITLEG - Leestekens
Geschreven uitleg over leestekens.

UITLEG en OEFENING - Leestekens
Les met uitleg, oefeningen en een eindopdracht over leestekens (aangegeven duur: één lesuur).

 

UITLEG - Leestekens
Geschreven uitleg over het gebruik van dubbele punt, puntkomma en aanhalingstekens.

Zelfstandige naamwoorden

Leerdoelen

De leerling kan het meervoud van zelfstandige naamwoorden eindigend op –ee en van zelfstandige naamwoorden eindigend op –k correct schrijven.

De leerling kan het meervoud van zelfstandige naamwoorden met de uitgangen op –en en –s correct schrijven.

De leerling kan van zelfstandige naamwoorden correcte verkleinwoorden maken.

 
Lesmateriaal per leerdoel
De leerling kan het meervoud van zelfstandige naamwoorden eindigend op –ee en van zelfstandige naamwoorden eindigend op –k correct schrijven.

UITLEG - Hoofdstuk 3, paragraaf Spelling, pagina 115

UITLEG - Hoofdstuk 4, paragraaf Spelling, pagina 157

 

UITLEG- Meervoud
Geschreven uitleg over het meervoud van zelfstandige naamwoorden.

UITLEG en OEFENING - Meervoud
Les met uitleg, oefeningen en een eindtoets over meervoudsvormen van het zelfstandig naamwoord (aangegeven duur: één lesuur).

 

OEFENING - Meervoud 1
Oefening waarbij het meervoud van zelfstandige naamwoorden moet worden gegeven. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Meervoud 2
Oefening waarbij het de juiste meervoudsvorm moet worden gekozen. Digitaal via meerkeuzemenu en direct te controleren.

OEFENING - Meervoud 3
Oefening waarbij de juiste meervoudsuitgang van zelfstandige naamwoorden moet worden gekozen. Digitaal via meerkeuzemenu en direct te controleren.

 

OEFENING - Meervoud (makkelijk) 1
Oefening waarbij het meervoud van zelfstandige naamwoorden moet worden gegeven. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Meervoud (makkelijk) 2

OEFENING - Meervoud (makkelijk) 3

OEFENING - Meervoud (makkelijk) 4

OEFENING - Meervoud (moeilijk) 1

OEFENING - Meervoud (moeilijk) 2

OEFENING - Meervoud (moeilijk) 3

OEFENING - Meervoud (moeilijk) 4

 

De leerling kan het meervoud van zelfstandige naamwoorden met de uitgangen op –en en –s correct schrijven.

UITLEG - Hoofdstuk 3, paragraaf Spelling, pagina 157

UITLEG - Hoofdstuk 4, paragraaf Spelling, pagina 157

 

UITLEG - Meervoud
Geschreven uitleg over het meervoud van zelfstandige naamwoorden.

UITLEG en OEFENING - Meervoud
Les met uitleg, oefeningen en een eindtoets over het meervoud van het zelfstandig naamwoord (aangegeven duur: één lesuur).

 

OEFENING - Meervoud 1
Oefening waarbij het meervoud van zelfstandige naamwoorden moet worden gegeven. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Meervoud 2
Oefening waarbij het de juiste meervoudsvorm moet worden gekozen. Digitaal via meerkeuzemenu en direct te controleren.

OEFENING - Meervoud 3
Oefening waarbij de juiste meervoudsuitgang van zelfstandige naamwoorden moet worden gekozen. Digitaal via meerkeuzemenu en direct te controleren.

 

OEFENING - Meervoud (makkelijk) 1
Oefening waarbij het meervoud van zelfstandige naamwoorden moet worden gegeven. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Meervoud (makkelijk) 2

OEFENING - Meervoud (makkelijk) 3

OEFENING - Meervoud (makkelijk) 4

OEFENING - Meervoud (moeilijk) 1

OEFENING - Meervoud (moeilijk) 2

OEFENING - Meervoud (moeilijk) 3

OEFENING - Meervoud (moeilijk) 4

 

De leerling kan van zelfstandige naamwoorden correcte verkleinwoorden maken.

UITLEG - Hoofdstuk 1, paragraaf Spelling, pagina 33

 

OEFENING - Verkleinwoorden 1
Oefening waarbij het verkleinwoord van een zelfstandig naamwoord moet worden gegeven. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Verkleinwoorden 2
Oefening waarbij de juiste vorm van een verkleinwoord moet worden gekozen. Digitaal via meerkeuzemenu en direct controleerbaar.

 

UITLEG - Verkleinwoorden
Geschreven uitleg over verkleinwoorden.

OEFENING - Verkleinwoorden 1
Oefening waarbij van zelfstandige naamwoorden het verkleinwoord moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Verkleinwoorden 2
Oefening waarbij van zelfstandige naamwoorden het verkleinwoord moet worden gegeven. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Verkleinwoorden 3
Oefening waarbij van zelfstandige naamwoorden het verkleinwoord moet worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

Bijvoeglijke naamwoorden

Leerdoelen

De leerling kan bijvoeglijke naamwoorden (exclusief stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden afgeleid van een werkwoord) correct schrijven.

De leerling kan stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden afgeleid van een werkwoord correct schrijven.

 
Lesmateriaal per leerdoel
De leerling kan bijvoeglijke naamwoorden (exclusief stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden afgeleid van een werkwoord) correct schrijven.

UITLEG - Hoofdstuk 3, paragraaf Grammatica, pagina 112

UITLEG - Hoofdstuk 5, paragraaf Spelling, pagina 199

UITLEG - Hoofdstuk 3, paragraaf Formuleren, pagina 119

 

UITLEG - Bijvoeglijk naamwoord
Geschreven uitleg over het bijvoeglijk naamwoord.

UITLEG en OEFENING - Trappen van vergelijking
Les met uitleg, oefeningen en een eindopdracht over trappen van vergelijking (aangegeven duur: één lesuur).

 

De leerling kan stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden afgeleid van een werkwoord correct schrijven.

UITLEG - Hoofdstuk 3, paragraaf Grammatica, pagina 112

UITLEG - Hoofdstuk 5, paragraaf Spelling, pagina 199

 

UITLEG - Spelling bijvoeglijk naamwoord
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van het bijvoeglijk naamwoord. De genoemde methode 'R28' kan onbekend zijn bij de leerling en/of de docent, maar de uitleg op zich kan worden gebruikt.

 

UITLEG - Spelling stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden.

 

UITLEG - Spelling bijvoeglijk naamwoord (afgeleid van een werkwoord) 1
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van het bijvoeglijk naamwoord dat is afgeleid van een werkwoord.

 

UITLEG - Spelling bijvoeglijk naamwoord (afgeleid van een werkwoord) 2
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van het bijvoeglijk naamwoord dat is afgeleid van een werkwoord.

 

UITLEG - Spelling bijvoeglijk naamwoord (afgeleid van een werkwoord) 3
Gesproken uitleg met ondersteunende beelden over de spelling van het bijvoeglijk naamwoord dat is afgeleid van een werkwoord.

 

 

UITLEG en OEFENINGEN - Bijvoeglijk naamwoord afkomstig van een werkwoord
Geschreven uitleg en oefeningen over de spelling van het bijvoeglijk naamwoord afkomstig van een werkwoord.

OEFENING - Bijvoeglijk naamwoord afkomstig van een tegenwoordig (onvoltooid) deelwoord 1
Oefenzinnen waarin het bijvoeglijk naamwoord juist gespeld moet worden ingevuld, dat afkomstig is van een tegenwoordig of onvoltooid deelwoord. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

OEFENING - Bijvoeglijk naamwoord afkomstig van een tegenwoordig (onvoltooid) deelwoord 2
Oefenzinnen waarin het bijvoeglijk naamwoord juist gespeld moet worden ingevuld, dat afkomstig is van een tegenwoordig of onvoltooid deelwoord. Digitaal in te vullen en direct te controleren.

 

OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord 1
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.

OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord 2
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.

OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord 3
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.

OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord afgeleid van een werkwoord 1
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.

OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord afgeleid van een werkwoord 2
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.

OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord afgeleid van een werkwoord 3
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.

 

OEFENING - Spelling bijvoeglijk naamwoord
Oefening waarbij het bijvoeglijk naamwoord moet worden ingevuld. Direct te controleren.

OEFENING - Verbogen of onverbogen bijvoeglijk naamwoord
Oefening waarbij de juiste vorm van een bijvoeglijk naamwoord moet worden gekozen. Via meerkeuzemenu en direct te controleren.

Overkoepelend lesmateriaal

 

OEFENING - Werkwoordspelling 1
Oefenzinnen waarin de werkwoorden juist gespeld moeten worden ingevuld. Digitaal in de vullen en direct te controleren.

OEFENING - Werkwoordspelling 2
Oefenzinnen waarin de werkwoorden juist gespeld moeten worden ingevuld. Digitaal in te vullen en direct te controleren.