Basiszorg: Vochthuishouding en Incontinentie

Basiszorg: Vochthuishouding en Incontinentie

Inleiding

Welkom bij deze Wikiwijs: Vochthuishouding & uitscheiding binnen Basiszorg

In de basiszorg draait alles om het ondersteunen van cliënten in hun dagelijkse behoeften. Vaak zijn het precies die basisbehoeften – drinken, plassen, comfort en waardigheid – die bepalen hoe iemand zich voelt.
Vochthuishouding en uitscheiding spelen daarin een veel grotere rol dan je misschien denkt.

Als toekomstig verpleegkundige ben jij degene die:

  • Veranderingen in de vochthuishouding als eerste signaleert,

  • Cliënten helpt bij iets heel menselijks dat soms toch beladen voelt,

  • en kan je met jouw kennis onnodige complicaties voorkomen.

In deze Wikiwijs ontdek je stap voor stap:

  • Hoe het lichaam vocht regelt,

  • Wat er gebeurt als dat evenwicht verstoord raakt en hoe je dat kan signaleren.

  • Hoe je incontinentie herkent, bespreekbaar maakt en ondersteunt,

  • Welke materialen je kan inzetten bij problemen met de uitscheiding

  • Hoe jouw handelen directe invloed heeft op comfort, gezondheid en eigenwaarde van de cliënt.

Je werkt zelfstandig, maar steeds vanuit situaties die je straks in de praktijk écht gaat tegenkomen.
Deze kennis vormt de basis van goede zorg – daarom hoort dit bij Basiszorg, en daarom is het zo belangrijk dat jij dit beheerst.

Ben je er klaar voor om jouw basiszorg-skills te versterken?

Start dan nu!

 

11.200+ Verzorgingstehuis Stockillustraties, royalty-free vector  illustraties en clipart - iStock | Zorgcentrum, Senioren, Woonkamer

 

 

 

Over deze les

Thema van deze les

Deze les gaat over het bewaken van de vochthuishouding en het deskundig en respectvol ondersteunen van cliënten bij incontinentie binnen de basiszorg.

Lesdoelen

Aan het einde van de les van 1 uur kan de student:

  • Uitleggen wat vochthuishouding is en minimaal drie signalen van verstoring benoemen.

  • De term incontinentie uitleggen en weten waar je bij incontinentie op moet letten.

  • Aan de hand van een praktijksituatie minimaal drie passende zorgmaatregelen kiezen gericht op het bewaken van de vochthuishouding.

  • Een vochtbalans invullen op basis van een casus met minimaal 90% nauwkeurigheid.

 

Voorkennis?

De basiskennis die je bij de lessen AFP hebt opgedaan over de urinewegen is voldoende om deze wikiwijs te maken.

Het maken van het bijbehorende expertcollege heeft de voorkeur. Natuurlijk kan je het boek Anatomie Fysiologie en pathologie op het MBO ook als naslagwerk gebruiken,

 

Informatie over de urinewegen | kanker.nl

Informatie over de nieren | Kanker.nl

Lesafspraken

Voordat je begint; de lesafspraken

 

Lesafspraken tijdens het zelfstandig werken

  1. Je werkt in stilte, zodat iedereen zich kan concentreren.

  2. Je gebruikt een headset of oortjes, zodat je een ander niet stoort tijdens het bestuderen van lesmateriaal

  3. Je leest elke opdracht volledig voordat je begint.

  4. Vragen stel je pas na 5 minuten zelf proberen (eerst zelf nadenken).

  5. Je blijft in de leeromgeving: geen social media of andere websites.

  6. Je werkt door tot je alle onderdelen hebt gemaakt of tot het eind van de les.

  7. Is er een technische storing? → Meld het meteen. Je wacht niet af.

  8. Respecteer elkaars leerproces: je stoort anderen niet en werkt op je eigen tempo.


.

Werkwijze deze les

Hoe ga je aan het werk?

  • Open de opdrachten 1 t/m 3 en maak de aanwezige opdrachten.
  • Werk de opdrachten 1 t/m 3  allemaal uit op een Worddocument/digitaal note pad of op papier
  • Bewaar je uitwerking en zorg dat je het zonodig kan delen met de klas
  • Vul hierna de evaluatie serieus in
  • Maak alleen de verdiepende opdracht 4 alleen als je de andere opdrachten hebt afgerond en tijd over hebt.
  • Houdt je aan de lesafspraken zoals beschreven in deze WikiWijs

Opdracht 1: AFP en basiszorg

Herhaling Anatomie, Fysiologie en Pathologie (AFP)

stockillustraties, clipart, cartoons en iconen met zuiver zoet waterconcept - water drinken

Wist je dat....het menselijk lichaam 24 uur per dag bezig is met het regelen van de vochthuishouding?

 

In dit hoofdstuk herhaal je de belangrijkste onderdelen van Anatomie, Fysiologie en Pathologie (AFP) die te maken hebben met vochthuishouding en urinelozing.
Je frist op hoe de nieren, blaas en urinewegen werken, welke rol vocht in het lichaam speelt en wat er gebeurt als dit evenwicht verstoord raakt, zoals bij uitdroging of overvulling.

Je leert:

  • welke organen betrokken zijn bij de vochthuishouding;

  • hoe het lichaam vocht opneemt, verdeelt en uitscheidt;

  • welke signalen wijzen op verstoring;

  • welke observaties jij als zorgprofessional moet doen.

 

 

Voorkennisvragen

Wat voor een geluid is dit denk je? :

Mini opdracht

Urine herkennen:

Stap 1 – Bekijk de afbeelding
Bekijk de afbeelding van verschillende soorten urine

1 2 3 4 5 6

Stap 2 – Beantwoord de vragen:

  1. Welke kleur hoort bij voldoende hydratatie?

  2. Welke kleur kan wijzen op uitdroging?

  3. Welke kleur zou jij meteen rapporteren, en waarom?

  4. Incontinentievraag:
    Welke observatie bij een incontinentieproduct (inco) kan jou als eerste een hint geven dat er iets mis kan zijn met de vochthuishouding of urinewegen?

Stap 3 – Mini-reflectie (1 minuut):
Wat zou jij in de praktijk doen als jij donkere urine observeert bij een cliënt?
→ Schrijf 1 korte actie op in je notities en steek je vinger op zodat de docent dit kan komen controleren.

 

Opdracht 2: Basiszorg rondom vocht en incontinentie

Basiszorg rondom vocht en uitscheiding

In dit hoofdstuk leer je.... hoe basiszorg direct verbonden is aan vochthuishouding en uitscheiding

In de basiszorg ondersteun je cliënten bij hun dagelijkse lichaamsfuncties. Vochthuishouding en uitscheiding zijn daar een belangrijk onderdeel van.
Je ontdekt welke handelingen daarbij horen en hoe jij cliënten ondersteunt zodat zij gezond, comfortabel en waardig kunnen functioneren.

Je leert:

  • Wat goede hydratatie betekent;

  • Hoe je drinken stimuleert;

  • Hoe ADL-handelingen horen bij plassen en toiletgang;

  • Hoe je hygiënisch, veilig en respectvol werkt;

  • Welke hulpmiddelen je kunt inzetten (toilet, postoel, urinaal).

Mini opdracht

Mini-opdracht: Hoeveel drinkt deze cliënt echt?

Situatie:
Een cliënt zegt: “Ik drink genoeg hoor.”
Maar jij twijfelt of dat klopt.

Stap 1 – Bekijk de drie afbeeldingen:

  • een halfvol glas water

man pouring himself water - glaasje water stockfoto's en -beelden

  • een kom soep

soups: vegetable soup isolated on white background - kom soep stockfoto's en -beelden   

  • een kopje koffie

refreshing hot cup of coffee at a cafe - kopje koffie stockfoto's en -beelden

Stap 2 – Beantwoord de opdrachtvragen:

  1. Welke van deze drie tellen mee als vochtinname?

  2. Hoeveel milliliter schat jij dat elk item bevat?

  3. Wat zou jij de cliënt vragen om een duidelijker beeld te krijgen van de vochtinname?

Stap 3 – Actie:
Noteer twee manieren waarop jij als zorgverlener stimuleren van drinken toepast zonder te dwingen.

Stap 4 – Reflectie:
Waarom is goede hydratatie een onderdeel van basiszorg?
Geef één korte reden.

 

Kijkopdracht

Opdracht: Kijk eerst het filmpje:

“Incontinentie – Wat is het en hoe kun je het behandelen?”

Beantwoord na het kijken van het filmpje de volgende vragen:

1. Wat viel jou op in het filmpje over het ontstaan van incontinentie?

Noem één ding dat jij nog niet wist.

2. Veel ouderen drinken bewust minder om niet te hoeven plassen.

Waarom is dit NIET verstandig?
(Koppel je antwoord aan wat je zojuist geleerd hebt over vochthuishouding.)

3. Wat zou jij als zorgverlener kunnen doen om een cliënt tóch genoeg te laten drinken zonder dat deze zich schaamt of zorgen maakt over “te vaak moeten plassen”?

Noem twee acties uit de basiszorg.

4. In het filmpje zie je dat sommige vormen van incontinentie te behandelen zijn.

Noem één manier waarop jij cliënten kunt ondersteunen bij hun zelfredzaamheid tijdens de toiletgang.

Casusopdracht

Casus 

“Mevrouw Van Gerven wil niet tot last zijn”

bent u klaar voor uw wandeling / - oude dame zorg stockfoto's en -beelden

 

Situatie:
Mevrouw Van Gerven (82 jaar) woont in een zorginstelling. Ze is mobiel met een rollator, maar is de laatste weken onzeker bij het lopen en staat soms wankel op haar benen.
Je merkt dat ze donkere en sterk ruikende urine heeft. Ze plast de laatste dagen ook veel minder dan normaal.

Wanneer je vraagt of ze goed drinkt, zegt ze zachtjes:
“Ik drink niet te veel hoor… anders moet ik continu naar het toilet. En ik wil niet steeds iemand roepen.”

’s Nachts lekt haar incontinentiemateriaal regelmatig door, omdat ze te laat naar het toilet gaat. Ze vertelt dat ze soms krampjes in haar onderbuik voelt en zich schaamt voor haar urineverlies.

 

Casusopdracht – ADL, hygiëne, veiligheid, respect & hulpmiddelen

Gebruik de casus om de volgende vragen te beantwoorden op papier of digitaal:

1. ADL-handelingen

Welke ADL-handelingen horen bij het ondersteunen van mevrouw Van Gerven tijdens de toiletgang?
Noem er minstens drie en leg bij één uit waarom deze voor haar extra belangrijk is.

2. Hygiënisch werken

Noem twee hygiënische handelingen die je toepast tijdens en na de toiletgang.

3. Veiligheid

Noem twee maatregelen die jij neemt om mevrouw Van Gerven veilig naar het toilet te begeleiden.

4. Respectvolle zorg

Mevrouw schaamt zich.
Hoe zorg jij dat zij zich respectvol en veilig voelt tijdens de toiletgang?
Noem minimaal twee manieren.

5. Vochtinname

Wat zou je tegen mevrouw Van Gerven zeggen om haar toch voldoende te laten drinken, ondanks haar angst voor vaker moeten plassen?

6. Hulpmiddel kiezen

Kies een hulpmiddel dat voor mevrouw Van Gerven passend kan zijn (toilet, postoel, verhoogd toilet, beugels, urinaal, incontinentiemateriaal) en leg uit waarom.

7. Zelfredzaamheid

 

Op welke manier kun jij mevrouw Van Gerven stimuleren om zelfredzaam te blijven tijdens de toiletgang, zonder haar te overweldigen of te dwingen?

8. Koppeling aan de vochthuishouding

Leg in één zin uit waarom haar donkere urine iets zegt over haar vochthuishouding.

9. Klinisch redeneren

Welke twee signalen uit de casus laten jou denken dat mevrouw extra risico loopt op uitdroging of blaasproblemen?

Lesson Up Incontinetie en toiletgang

Lesson Up
Ga naar Lesson Up en beantwoord de vragen!

Opdracht 3: Vochtbalans

Vochtbalans

 

Wist je dat... kleine veranderingen in de vochtinname grote gevolgen kan hebben voor de gezondheid?

Een vochtbalans helpt jou in de praktijk om inzicht te krijgen in wat een cliënt drinkt, hoeveel hij/zij uitscheidt en of er een risico is op uitdroging of overvulling.
In dit hoofdstuk leer je wat een vochtbalans is, wat je meetelt en hoe je deze invult.

Je leert:

  • het doel van een vochtbalans;

  • wat je wel en niet optelt;

  • hoe je nauwkeurig observeert en noteert;

  • hoe je zorgproblemen kunt signaleren.

 

Uitleg: wat is een vochtbalans?

Wat is een vochtbalans?

Een vochtbalans is een overzicht waarin je bijhoudt hoeveel vocht een cliënt binnenkrijgt (inname) en hoeveel vocht het lichaam verlaat (uitscheiding).

Je noteert bijvoorbeeld:

  • Drinken (water, thee, koffie, sap)

  • Vloeibaar voedsel (soep, yoghurt, vla)

  • Infuusvloeistoffen

  • Urine

  • Diarree

  • Braken

  • Wondvocht (bij veel lekkage)

Aan het einde van de dag kun je zien of er een positieve balans (meer inname dan uitscheiding) of negatieve balans (meer uitscheiding dan inname) is.

Vochtbalans - Tergooi MC

 

Waar dient een vochtbalans voor?

Een vochtbalans helpt om te controleren of een cliënt:
✔ genoeg drinkt
✔ risico heeft op uitdroging (dehydratie)
✔ risico heeft op overvulling (vocht vasthouden, oedeem)
✔ veilig medicatie kan krijgen (sommige medicijnen werken anders bij te veel of te weinig vocht)
✔ extra zorg nodig heeft, zoals infuus, vochtbeperking of extra observatie

Het is een hulpmiddel om klinisch te redeneren en problemen vroeg te signaleren.

 

Wanneer zet je als verpleegkundige een vochtbalans in?

Je gebruikt een vochtbalans niet bij iedereen, maar wél wanneer er een risico bestaat op verstoring van de vochthuishouding, zoals bij:

1. Risico op uitdroging

Bijvoorbeeld bij:

  • Ouderen die weinig drinken

  • Koorts

  • Diarree of braken

  • Warm weer

  • Cliënten die suf zijn of niet goed zelf kunnen drinken

2. Risico op overvulling (vocht vasthouden)

Bijvoorbeeld bij:

  • Hartfalen

  • Nierfalen

  • Mensen met oedeem (dikke benen)

  • Cliënten met vochtbeperking

3. Onduidelijke klachten

Zoals:

  • Verminderde urineproductie

  • Donkere urine

  • Duizeligheid

  • Dorst of juist geen dorst

  • Verwarring

4. Medische noodzaak

Zoals:

  • Starten of controleren van infuus

  • Voorbereiding op operatie

  • Medicatie die invloed heeft op vocht (bijv. diuretica / plastabletten)

  • rts vraagt gericht om een vochtbalans

Opdracht: Maak een vochtbalans op

 

  • Lees de casus en bestudeer de afbeeldingen en beantwoordt de vragen uit deel 1.
  • Kom na afronding deel 1 bij mij een vochtbalans halen.
  • Tel hierna de vochtbalans op en trek af en beantwoordt de vragen uit deel 2.
  • Als je de vochtbalans hebt uitgerekend mag je de oplossing vragen en controleren.

 

Casus vochtbalans Margy

Margy braakt tijdens jouw avonddienst veel en heeft frequent diarree. Jouw collega’s van de nachtdienst en de dagdienst hebben in de rapportage nauwkeurig beschreven wat Margy gedronken en gegeten heeft en hoeveel en vaak ze geplast, gebraakt en diarree heeft gehad.

Jij besluit aan het einde van je dienst, om 22:15, een vochtbalans te maken voor 24 uur die nauwlettend in de gaten houdt wat de input en output van Margy is.

Margy maakt een steeds vermoeidere en suffe indruk, haar urine ziet donker van kleur en ruikt sterk. Margy geeft aan veel dorst te hebben. Als je weer binnen komt de volgende dag, om 15:00 ( aan het begin van je dienst) snakt Margy naar een slokje water. Uit bed kan Margy niet. Ze is te zwak en geeft aan geen energie te hebben.

Het is 22:15 en je maakt de vochtbalans op. Op je overdrachtsbriefje heb je precies bijgehouden wat Margy heeft gegeten en gedronken. Ook staat er op hoeveel en hoe vaak ze heeft gebraakt, hoeveel diarree en hoeveel urineproductie ( UP) Margy heeft gehad. De gegevens van de nachtdienst en dagdienst heb je verzameld. Vul de vochtbalans in en tel alles op.

Belangrijke woorden:

  • UP = urineproductie

  • Ml = milliliter

  • CC = vakterm voor milliliter

 

Nachtdienst

Tijd

Drinken

Eten

Braken

Diarree

Urine

Opmerkingen

01:30

150 ml thee

-

02:00

100 ml

-

03:30

50   ml

200 ml op po

-

04:00

50 ml water

-

05:30

2 hapjes vla ( 30 ml)

-

06:00

+/- 100 ml in bed

-

7:00

50 ml bouillon

200 ml

200 cc

Geconcentreerde urine. Ruikt sterk.

Zetpil tegen de misselijk gekregen

 

Dagdienst

Tijd

Drinken

Eten

Braken

Diarree

Urine

Opmerkingen

8: 00

100 thee

Beschuitje met jam

-

09:00

100 ml bouillon

100 ml water

200 ml op WC stoel

-

11:00

100 water

150 ml op Wc stoel

-

13:00

25 ml water op gaasjes om mond te reinigen en doorgeslikt

125 ml

Ruikt sterk ziet donker

Misselijk

14:00

200 ml

-

Braaksel ziet een beetje bloederig

15:15

250 ml

-

16:00

100 water

-

Heel veel dorst

Zetpil tegen misselijkheid

 

Late dienst

22:10 De mond van Margy reinig je met in totaal 150 ml water op gaasjes gedurende jouw dienst. Margy slikt het water door.

 

Vragen deel 1:

  1. Als je Margy ziet maak je je zorgen. Welke alarmsignalen vindt je terug in de casus?

  2. Welke materialen kan je inzetten om de toiletgang van Margy makkelijker te maken?

  3. Waar draag je nog meer zorg voor bij een zorgvrager die braakt naast het opvangen, meten en opruimen van het braaksel?

  4. Moeilijke vraag: In de casus lees je dat de vochtbalans 1x per dag en pas om 22:15 wordt ingevuld en opgeteld. Is dat verstandig bij Margy? Waarom wel en waarom niet?

Haal de vochtbalans op bij de docent

Vragen deel 2:

1.Hoeveel milliliter heeft Margy binnen gekregen

2. Hoeveel milliliter was Margy haar uitscheiding?

3. Heeft Margy een tekort of teveel vocht in het lichaam om 22:15?

 

Voorbeeld vochtbalans (krijg je op papier)

Naam zorgvrager:

Datum:

Bijzonderheden:

Tijd

Drinken

Eten

Braken

UP

Def

00

01

02

03

04

05

06

07

08

09

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

In/ml

Uit/ ml

Totaal in:

Totaal uit:

Galgje

Galgje!
Ga naar de website Wordwall en zoek met het spel galgje de woorden passend bij deze les.

Evalueren via Padlet

Evalueren van de les
Bezoek de website van Padlet. Voeg je serieuze antwoorden op de evaluatievragen toe!

Extra verdieping: Opdracht 4

Zorgtechnologie & Zelfredzaamheid

 

Wist je dat… moderne hulpmiddelen cliënten kunnen helpen om langer zelfstandig naar het toilet te gaan?

De casus van de heer De Ruiter laat zien hoe iemand door onzekerheid en schaamte steeds minder zelf probeert. Soms ligt de oplossing niet alleen in fysieke ondersteuning, maar juist in zorgtechnologie die helpt om op tijd naar het toilet te gaan, de veiligheid te vergroten of het zelfvertrouwen te versterken.

Zorgtechnologie wordt steeds vaker ingezet in de basiszorg. Denk aan beweging- of toiletsensoren, slimme incontinentiematerialen, herinneringsapps of hulpmiddelen die valrisico verminderen. Als verpleegkundige is het belangrijk dat je weet welke technologie bestaat, hoe deze werkt en wanneer je deze op een passende manier kunt inzetten.

In deze opdracht leer je:

  • Welke soorten zorgtechnologie kunnen helpen bij incontinentie en toiletgang;

  • Hoe je online geschikte hulpmiddelen opzoekt en beoordeelt;

  • Hoe je technologie koppelt aan de behoeften van een cliënt;

  • Welke technologie de zelfredzaamheid van iemand zoals de heer De Ruiter kan vergroten;

  • Welke voordelen en aandachtspunten er zijn bij het gebruik van technologie in de zorg.

 

Inleiding verdiepende opdracht zorgtechnologie

stockillustraties, clipart, cartoons en iconen met medical chat bot vector concept - zorgtechnologie

 

Het kunnen toepassen en inzetten van zorgtechnologie is een belangrijke competentie van een verpleegkundige. In alle leerjaren kom je met zorgtechnologie in aanraking en tijdens je examen in leerjaar 4 moet je kunnen uitleggen hoe je je kennis over dit onderwerp hebt vergroot en hoe je deze kennis hebt ingezet.  

Zorgtechnologie speelt een steeds grotere rol in de dagelijkse zorg. Het helpt verpleegkundigen om cliënten beter te observeren, sneller veranderingen te signaleren en efficiënter te werken. Technologie zoals sensoren, digitale zorgdossiers, medicijndispensers en hulpmiddelen voor incontinentie geeft extra informatie die een verpleegkundige ondersteunt bij het klinisch redeneren* .

Daarnaast draagt zorgtechnologie bij aan de veiligheid van zowel cliënt als zorgverlener. Denk aan valdetectie, automatische verlichting, tilliften en andere hulpmiddelen die risico’s verkleinen. Het gebruik van technologie maakt het werk minder zwaar en creëert meer tijd voor persoonlijke en warme zorg.

Zorgtechnologie helpt cliënten ook om zelfstandiger te blijven. Hulpmiddelen zoals herinneringsapps, slimme incontinentiematerialen of sensoren die beweging registreren, kunnen ervoor zorgen dat een cliënt meer regie ervaart en minder afhankelijk wordt van zorgverleners. Dat is belangrijk omdat er in de toekomst veel minder zorgverleners zullen zijn.

Omdat de zorgsector voortdurend verandert, is het belangrijk dat verpleegkundigen weten welke technologie beschikbaar is, hoe deze werkt, en wanneer deze passend is. Het gebruik van zorgtechnologie behoort steeds meer tot de basiscompetenties van een moderne zorgprofessional.

 

* Klinisch redeneren is het stap voor stap nadenken over wat je ziet, hoort en merkt bij een cliënt, en op basis daarvan bepalen welke zorg nodig is.
Je gebruikt hierbij jouw kennis, ervaring en observaties om logische conclusies te trekken.
Het is dus meer dan alleen kijken of iets “niet klopt”. Je vraagt jezelf steeds af:
  • Wat zie ik precies gebeuren?
  • Wat betekent dit?
  • Waardoor kan dit komen?
  • Wat moet ik nu doen?
  • Moet ik dit doorgeven?
  • Welke risico’s zijn er?
Klinisch redeneren helpt je om bewuste keuzes te maken in de zorg, in plaats van zomaar iets te doen omdat het in een protocol staat. Je denkt na, vergelijkt en beoordeelt.

 

Casus mijnheer de Ruiter

 

Mijnheer De Ruiter redt het net niet op tijd

De heer De Ruiter (76 jaar) woont sinds een paar maanden in een zorginstelling. Hij is mager, maar mobiel met zijn rollator. Hij kan in principe zelfstandig lopen, maar hij wordt snel onzeker als hij haast voelt of als hij denkt dat iets niet gaat lukken.

Hij heeft lichte urine-incontinentie, vooral wanneer hij te laat bij het toilet aankomt. Daarom draagt hij licht incontinentiemateriaal. De afgelopen week merk je dat hij vaker doorlekt en de toiletgang net niet haalt.

Wanneer je hem vraagt of hij naar het toilet wil, zegt hij vaak:
"Nee hoor, laat maar. Ik kan het toch niet zo snel meer. Straks val ik nog."

Hij vraagt tegenwoordig sneller om hulp, zelfs bij handelingen waarvan jij weet dat hij die prima zelf kan, zoals opstaan van de stoel of zijn broek openen. Je merkt dat hij steeds minder probeert en afhankelijker wordt.

In zijn kamer zie je dat:

  • Hij soms de rollator niet goed parkeert en daardoor wankel opstaat;

  • De route naar het toilet donker is in de avond;

  • Hij soms haast maakt zodra hij aandrang voelt en daardoor onveilig loopt;

  • Zijn inco ’s nachts soms doorlekt omdat hij niet uit bed durft als hij aandrang voelt.

Hij vertelt dat hij zich schaamt voor het urineverlies:
"Het is zo’n gedoe… en ik voel me er ongemakkelijk bij."
Hij durft niet goed aan te geven wanneer hij moet, omdat hij “niemand tot last wil zijn”.

Wanneer je met hem in gesprek gaat, blijkt dat hij vooral bang is om te vallen en dat hij zich ongemakkelijk voelt als hij niet op tijd bij het toilet komt.

Opdracht zorgtechnologie

stockillustraties, clipart, cartoons en iconen met medical chat bot vector concept - zorgtechnologie

 

Werk onderstaande stappen 1 voor 1 uit en sla de gegevens op.

 

Stap 1 – Zoek online naar passende zorgtechnologie

Kies één van de onderstaande categorieën en zoek online naar een concreet hulpmiddel of technologische oplossing.

Categorieën (kies er één):

  • Slim incontinentiemateriaal (sensor die vocht detecteert)

  • Toiletsensor / bewegingssensor

  • Slimme planner of herinneringsapp

  • Sensor op de postoel

  • Digitale hulpmiddelen voor valpreventie

  • Zelfredzaamheid-apps of trainingsapps

Gebruik betrouwbare bronnen zoals:

  • Vilans hulpmiddelenwijzer

  • Zorgtechnologie websites van instellingen

  • Leveranciers van zorgtechnologie

  • YouTube-demovideo’s van hulpmiddelen


Stap 2 – Verwerk de technologie in de casus

Beantwoord de volgende vragen aan de hand van de casus in de vorige opdracht over de heer De Ruiter:

 

1. Welke technologie heb je bij stap 1 gekozen?

Noem de naam van het hulpmiddel of product.

2. Wat doet deze technologie precies?

Geef een korte uitleg in je eigen woorden.

3. Hoe helpt deze technologie de zelfredzaamheid van de heer De Ruiter?

Denk aan:

  • Zelfstandiger naar het toilet kunnen

  • Op tijd  herinnerd worden

  • Minder schaamte

  • Minder afhankelijk van zorg

  • Veiligheid vergroten

  • Iets anders.....

4. Welk probleem uit de casus lost dit hulpmiddel op?

Koppel dit aan zijn situatie, bijvoorbeeld:

  • Net niet op tijd komen

  • Onzeker lopen

  • Schaamte

  • Te laat hulp vragen

  • Te weinig drinken uit angs

  • Iets anders........

5. Zijn er nadelen of aandachtspunten?

Noem minstens één aandachtspunt (bijv. privacy, kosten, mijnheer heeft uitleg nodig).

  • Het arrangement Basiszorg: Vochthuishouding en Incontinentie is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    Marielle Garritsen
    Laatst gewijzigd
    01-12-2025 20:00:23
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    In deze wikiwijs ga je zelfstandig aan de slag met het onderwerp vochthuishouding en incontinentie. Je doorloopt deze wikiwijs zelfstandig tijdens het uur wat we zelfstandig werken in de les Basiszorg.
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld

    Bronnen

    Bron Type
    Lesson Up
    https://lessonUp.app/self-paced/9f0ab8ad-051f-4c9f-a6ab-0c82584a287e
    Link
    Galgje!
    https://wordwall.net/resource/102385720
    Link
    Evalueren van de les
    https://padlet.com/mawo852/evalueren-wat-heb-je-vandaag-geleerd-wat-je-nog-niet-wist-wa-6oozamwe2x9zooaq
    Link
  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.