Routekaart Prevent - Open onderzoek

Routekaart Prevent - Open onderzoek

Inleiding

Uitleg routekaart

Deze routekaart dient om partners van PREVENT handvatten en tools aan te reiken bij alle stappen van onderzoeksprojecten, van concept tot publicatie en archivering. Het zijn opties en suggesties om te gebruiken en kennis van te nemen, voor zover toepasbaar op het betreffende project. Zo zijn er stukken over onderzoek met inzet van studenten die uiteraard alleen relevant zijn als er daadwerkelijk studenten betrokken zijn bij het onderzoek. Ook de mogelijkheden om data te delen zullen per project verschillend zijn. Deze routekaart heeft als doel om alle onderzoeksprojecten gelieerd aan PREVENT informatie en richting te geven om de kwaliteit, transparantie en impact te vergroten.

Deze routekaart is zowel informatief te gebruiken door onderwerpen op te zoeken die relevant zijn voor het project, of als leidraad naast een onderzoeksproject waarbij per stap de routekaart geraadpleegd wordt. Omdat PREVENT een gezamenlijk programma is van de Hogeschool Utrecht (HU) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA) zullen sommige links op interne pagina's staan die alleen door medewerkers van die instelling te openen zijn. Dit staat vermeld bij de links.

Dit is een levend document; indien nodig/gewenst worden aanpassingen of aanvullingen geschreven. Wanneer externe links niet (goed) werken horen we dat graag, neem dan contact op met onderzoeksupport@hu.nl

Kwaliteit binnen PREVENT

Het kwaliteitsaspect binnen SPRONG richt zich op de bevordering van de kwaliteit van onderzoeksprocessen conform methodologische afspraken, onderzoeks- en beroepsethiek en waarden die binnen het vakgebied en onderzoeksdomein gelden.

Specifiek voor PREVENT hebben we aandacht voor de integraliteit van methodologie en waarden die de afzonderlijke onderzoeksdomeinen van zorg en welzijn overstijgen. Daarnaast hebben we op weg naar een krachtige SPRONG-groep aandacht voor een gestructureerde aanpak voor datamanagement, een visie op Open Science en een regelmatige en systematische evaluatie van de onderzoeksprocessen.

Bijgedragen aan de totstandkoming van deze routekaart:

Daan Ornée, Open Science kwartiermaker (HU)
Werkpakket 2 kwaliteit (Prevent)
Team Datastewards (HU)
Gerben ter Riet (HvA)

1. Voorbereiding Onderzoek

Goede voorbereiding is het halve werk; hoewel je met een onderzoeksproject graag snel aan de gang gaat, loont het (zeer) om eerst goed te doordenken wát je precies wil doen, met wie, voor wie en op welke manier. De essentie is dat je niet achteraf voor verassingen komt te staan die je soms achteraf niet meer kan aanpassen, of die dan heel veel tijd kosten. Heel concreet is bijvoorbeeld het opstellen van een vragen- of topiclijst; wanneer je halverwege jouw onderzoek er achter komt dat ook nog andere vragen relevant zijn, kan je dit moeilijk meer aanpassen zonder de al verzamelde data onbruikbaar te maken.

Zorg daarom voor een goede voorbereiding, waarbij je met een duidelijk doel voor ogen het onderzoek kan gaan vormgeven.

1.1 Vraagarticulatie

Wat houdt het in?

Onder vraagarticulatie verstaan we een praktijkvraagstuk signaleren en verkennen, besluiten of onderzoek nodig is, en zo ja een onderzoeksvraag formuleren. Hierbij wordt nadrukkelijk samengewerkt met praktijkprofessionals en wanneer mogelijk eindgebruikers.

Wat heb je er aan?

Een goede vraagarticulatie draagt bij aan een goede uitvoering van het onderzoek en aan de innovatie dat aan het praktijkvraagstuk is verbonden. Een goede vraagarticulatie vergroot de praktijkrelevantie en de uiteindelijke kennisbenutting en doorwerking.
Bij subsidieaanvragen is een beschrijving van het proces van de vraagarticulatie heel belangrijk en een relevant criterium om te bepalen of het vraagstuk echt uit de praktijk komt.

Hoe doe je het?

Er zijn verschillende methodieken beschikbaar. Eén daarvan is Circelen Rond Je Onderzoek (CRJO). CRJO bestaat uit 10 stappen die je als geheel kan toepassen of als losse elementen passend bij  het proces waar je in zit. Denk voor de vraagarticulatie aan de stappen 'Beschrijven van de praktijkkwestie', 'verhelderen van de doelen' en 'onderzoeksvragen en deelproducten'

Verdere informatie/links

Meer informatie over CRJO is vindbaar op de HUsite:

Ontwikkelaanbod

Werkblad doelen in je onderzoek

Toolkit samenhang en doorwerking onderzoek

1.2 Consortiumvorming

Wat houdt het in?

Een consortium met diverse soorten partners is belangrijk om verschillende soorten kennis, zoals praktijkkennis en ervaringskennis, in te kunnen brengen en te zorgen voor draagvlak en doorwerking. Denk aan partners uit de praktijk, eindgebruikers (bewoners, patienten, etc), beleidsmakers, commerciele partijen etc.

Wat heb je er aan?

Een divers consortium draagt bij aan het vergroten van draagvlak en doorwerking.
Het consortium is vaak een belangrijk criterium voor subsidieaanvragen.

Hoe doe je het?

Binnen de methodiek Circelen Rond Je Onderzoek (CRJO) is er binnen het element 'In positie brengen van alle betrokkenen' aandacht voor hoe je zicht krijgt op wie er betrokken zijn bij de praktijkkwestie en hoe je hen betrekt en taken en rollen verdeeld. Er bestaan verschillende methodieken om stakeholders in kaart te brengen.

Verdere informatie/Links

Cirkelen rond je onderzoek

 

1.3 Betrekken doelgroep PREVENT bij vraagarticulatie

Wat houdt het in?

Betrekken van de doelgroep bij de vraagarticulatie houdt in dat je samen met de doelgroep (bewoners, professionals en/of patienten) het vraagstuk verder ophelderd en defineerd.

Wat heb je er aan?

Om ons onderzoek goed te laten aansluiten bij wensen en behoeften van de doelgroep, is het belangrijk dat de vraag al goed wordt verhelderd met de doelgroep. Dit kunnen bewoners of patienten zijn, maar ook professionals. Het is vaak een criterium bij subsidieaanvragen.

Hoe doe je het?

Bij 1.1 Vraagarticulatie zijn verschillende methoden beschreven om een vraagarticulatie kan doen. Je kunt bijvoorbeeld vaststellen wat je primaire (directe) en secundaire (indirecte) doelgroep(en) zijn en op wie onderzoeksvragen of te ontwikkelen producten betrekking hebben. Informatie ophalen bij deelnemers tijdens de vraagarticulatie kan al gezien worden als een stukje dataverzameling. Het is daarom goed om de deelnemers te informeren over het hele proces en hoe hun input wordt verwerkt en gebruikt en vervolgens om hun toestemming te vragen (en vast te leggen).

Het kan zijn dat dit deelnemers afschrikt. Informeer ze daarom goed over hoe je betrouwbaar en veilig met de gegevens omgaat, en laat ze vooral ook weten dat medewerking altijd vrijwillig is (ze mogen dus ook weigeren om mee te doen). De Ethische Commissie Onderzoek heeft voorbeeldbrieven en formulieren op hun pagina. Als je informatieve teksten en/of toestemmingsformulieren zo wilt schrijven dat ze begrijpelijk zijn voor diverse doelgroepen, kan je de tool Klinkende Taal (alleen beschikbaar met HU-account) gebruiken. Neem hiervoor contact op met onderzoeksupport@hu.nl.

Toestemming hoeft niet per se altijd met een ondertekend formulier vastgelegd te worden, een audio-opname kan ook voldoende zijn. De privacy officer kan je informeren over hoe deze te bewaren.

gebruiken. Neem hiervoor contact op met onderzoeksupport@hu.nl . Toestemming hoeft niet per se altijd met een ondertekend formulier vastgelegd te worden, een audio-opname kan ook voldoende zijn. De privacy officer kan je informeren over hoe deze te bewaren.

Privacy officer (HU)

Verdere informatie/Links

Cirkelen rond je onderzoek
Klinkende Taal (alleen met HU-account)
Ethische commissie onderzoek (alleen met HU-account)

1.4 Beschikbare data (her)gebruiken

Wat houdt het in?

Voordat je data gaat verzamelen, kan je ook kijken naar bestaande data waarmee mogelijk jouw onderzoeksvraag beantwoord of geïnformeerd kan worden. Soms kan je daarmee voorkomen dat je onnodig nieuwe data verzamelt, of kan je van eerdere datasets leren voor het verbeteren van jouw eigen onderzoek. Hiervoor bestaan zoekstrategieën en zoekmachines, zie de links en bronnen. Ook kan je samen met de partners van PREVENT inventariseren welke data en/of literatuur er al is en waar hiaten zijn.

Wat heb je eraan?

Als eerste zorgt eventueel beschikbare data ervoor dat je minder of soms zelfs geen nieuwe data hoeft te verzamelen. Ook kan beschikbare data een waardevolle aanvulling zijn voor jouw onderzoeksvraag, los van de data die je zelf wil verzamelen. Daarnaast zorgt het ervoor dat je goed op de hoogte bent van andere eerder uitgevoerde onderzoeken rondom jouw thema; waar een review vooral op inhoud richt – vaak alleen van gepubliceerde artikelen – zorgt een zoektocht naar bestaande data voor een andere blik en soms andere resultaten, zeker als er op bestaande data geen publicatie is geweest, of een publicatie in een andere richting die daardoor niet in een review of bronnenonderzoek naar boven komt.

Hoe doe je het?

Nadat je jouw onderzoekvraag heb vastgesteld kan je gaan zoeken naar bestaande datasets. Dat kan door te kijken naar de datasets waar relevante artikelen op zijn gebaseerd, of door binnen repositories (archieven) te zoeken. Er zijn veel goede bronnen beschikbaar. Als je niet weet waar je moet beginnen, zijn websites met een lijst van repositories een goede optie, zoals dataverse, DANS data stations, Re3data.org, FAIRsharing en de European Open Science Cloud. Je kan ook binnen de PREVENT website kijken of er projecten zijn waar je de data van zou kunnen gebruiken.

Wees je, nadat je een dataset hebt gevonden, bewust van alle voorwaarden en beperkingen voor toegang tot de data en hergebruik. Deze zijn vaak te vinden in een licentie of een Data Use Agreement. Als je zo'n document niet kunt vinden, neem dan contact op met de eigenaar van de data en vraag om opheldering. Controleer bij het lezen van een licentie of:

- Je de data mag bewerken, combineren en/of uitbreiden.

- Je de originele en/of afgeleide data mag publiceren. Je kunt nog steeds data gebruiken die je niet mag herpubliceren, maar als je je hiervan aan het begin van je project bewust bent, kun je dit duidelijk communiceren naar relevante partijen, zoals financiers of uitgevers.

- Je de licentie mag veranderen (als je de data opnieuw mag publiceren). Houd er rekening mee dat als je de oorspronkelijke licentie niet mag wijzigen, dit problemen kan opleveren als je meerdere datasets met verschillende licenties combineert.

- Je de originele auteur of bron moet vermelden in je eigen werk. Dit is natuurlijk gebruikelijk in de wetenschappelijke gemeenschap, maar sommige licenties vermelden dit specifiek. Zie hieronder voor meer details.

- Er andere beperkingen zijn. Sommige overeenkomsten voor het gebruik van data kunnen andere, minder algemene beperkingen bevatten, bijvoorbeeld dat het niet is toegestaan om de identiteit vast te stellen of contact op te nemen met deelnemers van het onderzoek.


Verdere informatie/links

Dataverse,

DANS data stations

Datasetsearch

Re3data

FAIRsharing

European Open Science cloud

PREVENT website

1.5 Literatuur & systematic review

Wat houdt het in?

Voor ieder onderzoek dat je wilt uitvoeren is het nuttig om te kijken wat andere onderzoekers over de gehele wereld al hebben gedaan op dat gebied. De gevonden publicaties kun je samenvatten en de belangrijkste onderzoekspunten op een rij zetten. Dit kan uitmonden in een systematic review, die gepubliceerd kan worden. Voor een systematic review is het uitvoeren van een gedegen literatuuronderzoek een absolute voorwaarde.

Wat heb je eraan?

Je voorkomt dat je dubbel werk gaat doen en je kunt je onderzoeksvraag aanscherpen. Bovendien kun je beter in kaart brengen welke onderzoeksvragen nog niet of niet voldoende zijn beantwoord. Ook kan het je op het spoor brengen van datasets die je mogelijk kan (her)gebruiken.

Hoe doe je het?

Het uitvoeren van een literatuuronderzoek vereist ten eerste een bepaling van de databanken die je wilt doorzoeken. Dit kan per onderzoeksgebied verschillen. Zo is het gebruikelijk om voor een medisch onderwerp te zoeken in PubMed en Embase. Ten tweede is het van belang om een zoekstring op te stellen. Deze bestaat uit een verzameling zoektermen die verbonden zijn met Booleaanse operatoren, AND, OR en NOT.

Ten derde worden de gevonden referenties verzameld in een referentiemanagementsysteem, zoals RefWorks, Zotero, of EndNote. Hiermee kunnen de dubbele referenties worden verwijderd.

Tot slot kan een relevance rankin tool, zoals Rayyan of ASReview ingezet worden om grote sets van referenties snel en doeltreffend door te nemen.

Verdere informatie/links

Workshop literatuur en systematic review (HU-account nodig)

1.6 Onderzoeksvoorstel voorleggen aan Ethische Commissie Onderzoek.

Wat houdt het in?

De meeste Nederlandse hogescholen hebben een Ethische Commissie Onderzoek (ECO) om onderzoekers te ondersteunen bij de juridische en ethische verantwoording van projecten. De principes van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (NGWI) zijn daarbij leidend: eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. Daarnaast wordt uiteraard gecheckt of onderzoekers zich aan de geldende wetgeving houden.

Wat heb je eraan?

Een positief advies van een Ethische Commissie Onderzoek (in het Engels wordt dit ook vaak aangeduid als ‘Internal Review Board’) is tegenwoordig steeds vaker een vereiste bij publicaties en subsidieaanvragen. Het is dan natuurlijk wel de bedoeling dat je dit regelt voordat het project van start gaat. Bij het advies geeft de ECO de indiener meestal aandachtspunten mee waarmee het onderzoeksvoorstel nog verbeterd/versterkt kan worden. Voor je eigen gemoedsrust, als onderzoeker, is het fijn om te weten dat er iemand heeft meegekeken of je wel goed bezig bent. Een negatief advies van de ECO voorkomt namelijk dat je problemen krijgt omdat je iets doet wat strafbaar of misschien schadelijk is.
Bijvoorbeeld wanneer (persoons)gegevens worden verzameld of wanneer het onderzoek mogelijk risico's met zich meebrengt voor mensen en/of de omgeving. Of wanneer bij het onderzoek kwetsbare groepen/personen betrokken zijn, wanneer het gaat over gevoelige onderwerpen, wanneer er vragen zijn over de belasting voor deelnemers, wanneer er sprake is van belangenverstrengeling en wanneer niet duidelijk is of deelnemers vrijwillig participeren in het onderzoek/project. Ook wanneer je wilt weten of je de informed consent-procedure op een goede manier hebt ingericht, of je rekening hebt gehouden met alle privacyaspecten en of je de juiste belangenafwegingen hebt gemaakt, kan je advies vragen aan de ECO.

Omdat er bij veel PREVENT-projecten en ook in fieldlabs sprake is van actiegericht onderzoek, waarin samen met praktijkpartners, wijkbewoners en andere stakeholders, bedacht wordt wat er onderzocht gaat worden en hoe, is de onderzoeksvraag en het plan van aanpak voorafgaand aan een project nog niet altijd vastomlijnd. Dan ontstaan ethische en juridische vragen soms gaandeweg, tijdens de uitvoering. Ook dan is het mogelijk om voor advies bij de ECO aan te kloppen (zie ook paragraaf 2.8 van deze routekaart).

Bij medisch wetenschappelijk onderzoek moeten onderzoekers altijd in de gaten houden of het niet valt onder de Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek met mensen (WMO). Wanneer een onderzoek namelijk WMO-plichtig is (bijvoorbeeld wanneer aan patiënten gevraagd wordt om handelingen te verrichten of vragen te beantwoorden die verder gaan dan alleen wat voor hun behandeling nodig is), moet het onderzoeksvoorstel voorgelegd worden aan een erkende METC (Medisch Ethische Toetsings Commissie). Soms wordt vanuit (zorg)organisaties ook gevraagd om een zogenaamde niet-WMO-verklaring (ook wel nWMO-verklaring genoemd), als garantie dat er geen onderzoek plaatsvindt dat mogelijk strafbaar zou kunnen zijn. De verwachting is, dat dit soort onderzoeksprojecten in het kader van PREVENT niet vaak voor zullen komen. Als je als onderzoeker twijfelt of jouw onderzoek misschien toch onder de WMO valt, kan je de ECO om advies vragen.

Hoe doe je het?

De procedures voor het verkrijgen van een advies van de ECO verschillen per hogeschool.

Bij de HU kunnen onderzoekers een adviesaanvraag indienen via My Research. Afhankelijk van de inhoud van het onderzoek (vraagstelling, vakgebied, voorgestelde onderzoeksmethodes, etc.) kan de adviesvraag behandeld worden door de ‘kamer' Gezondheidsdomein (ECO-GD) of door de ‘kamer’ Sociaal Domein (ECO-SD). Een adviesaanvraag moet uiterlijk een week vóór de vergadering van de betreffende kamer zijn ingediend (vergaderdata staan op de site van de ECO). Wanneer het een groter onderzoek betreft, met een fasering over meerdere jaren of een uitsplitsing in verschillende werkpakketten, wordt aangeraden advies te vragen per onderdeel.

Bij de HvA wordt gewerkt met het systeem Research Management Services, een online omgeving waarin de onderzoeker samen met datasteward, privacy officer en de ECO alle verplichtingen rondom het onderzoek afhandelt. Aanvragen komen daarmee automatisch bij de ECO binnen.  Een onderzoeksvoorstel wordt op de HvA in behandeling genomen door de ethische commissie als de volgende onderdelen aanwezig en op orde zijn:
•     Het Data Management Plan (in het RMS) is goedgekeurd door de datasteward van de faculteit.
•     Het Data Protection Review (in het RMS) is goedgekeurd door de privacyofficer van je faculteit.
•     Het is uitgesloten dat het onderzoek onder de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) valt.

Bij adviesvraag dien je het volgende aan te leveren:

•    Onderzoeksvoorstel/protocol (deze bevat minimaal: doel van het onderzoek, onderzoeksmethode, samenvatting en informatie over de deelnemers van het onderzoek).
•    Informatiebrief voor de deelnemers van het onderzoek (indien van toepassing).
•    Informed consent voor de deelnemers van het onderzoek (indien van toepassing).

Voorbeeld

Hieronder een aantal vragen die de ECO stelt bij een projectvoorstel:
•    Hoe worden respondenten (of co-onderzoekers) benaderd? Worden zij goed geïnformeerd over het doel van het onderzoek, de risico's die ze eventueel lopen bij deelname en de mogelijkheid om zich terug te trekken als deelnemer?
•    Kunnen mensen in vrijheid beslissen of ze mee willen doen en weten ze ook dat ze op elk moment mogen stoppen?
•    Is de voorgestelde methode geschikt om de onderzoeksvraag te beantwoorden (ofwel: worden mensen die meewerken aan het onderzoek niet onnodig belast met iets wat toch geen zin heeft)?
•    Welke risico's lopen mensen die meewerken aan het onderzoek?
•    Wanneer en hoe geven respondenten (of co-onderzoekers) toestemming (schriftelijk of mondeling) en hoe kan de onderzoeker achteraf bewijzen dat mensen inderdaad toestemming gegeven hebben?
•    Welke (onderzoeks- en persoons) gegevens worden verzameld, met welk doel en hoe/waar worden deze gegevens bewaard en verwerkt? (Is er een datamanagementplan? Welke data worden na afloop openbaar?)
•    Welke software (en/of andere middelen) worden gebruikt?
•    Hoe en door wie zal over het project gecommuniceerd en gepubliceerd worden?
•    Is er mogelijk sprake van belangenverstrengeling (welke rol/positie heeft de onderzoeker in de onderzoekscontext, wie is de opdrachtgever/financier en welke belangen heeft die bij de resultaten van het onderzoek)?

Verdere informatie/links

Ethische Commissie Onderzoek (HU)

Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit

MyResearch (HU)

Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen
 

1.7 Impact/doorwerking in de voorbereiding

Wat houdt het in?

We willen allemaal dat ons (praktijkgericht) onderzoek iets bijdraagt aan de uitdagingen in de maatschappij en voor PREVENT betekent dat een bijdrage aan Wijkgericht Preventie. In de voorbereidingsfase van het onderzoek is het goed om de doelstellingen op korte en lange termijn goed te formuleren. Dit wordt meestal ook gevraagd als je een projectaanvraag indient bij een subsidieverstrekker zoals SIA, ZonMw of NWO.

Door subsidieverstrekkers en onderzoekers worden vaak verschillende termen gebruikt. Zo wordt bij praktijkgericht onderzoek en in de SIA aanvragen gesproken over doorwerking en in NWO aanvragen of Impact en het Impact Pathway. Beide termen gaan over wat je wilt bereiken en hoe je daartoe komt. Zo gaat het bij doorwerking over wat je wilt bereiken in de drie domeinen van praktijk, onderwijs en wetenschap op verschillende manieren zoals kennisontwikkeling, persoonsontwikkeling, productontwikkeling en systeemontwikkeling. Hiervoor biedt het Practice-based Research Impact Model for Evauation (PRIME) concrete handvaten.Bij een Impact pathway gaat het om een logic model waarin wordt beschreven hoe de concrete outputs (bijv. kennis, inzichten, producten) van een project leiden tot outcomes (bijv. ander gedrag, opvolgen van richtlijnen) en hoe die vervolgens zorgen voor de beoogde impact (gezondere leefstijl, minder ziekte).

Wat heb je eraan?

Het formuleren van wat je uiteindelijk wilt bereiken met jouw project, helpt je om terug te redeneren naar wat daarvoor nodig is. Dit helpt in het vormgeven van jouw onderzoek en om een evaluatieplan hiervoor op te stellen. Hierbij is het belangrijk om na te denken over welke actoren nodig zijn voor het bereiken van deze doelen.
Onderzoek binnen PREVENT zal zich richten op doelstellingen binnen de drie thema’s van Samenwerking in de wijk, Betrokkenheid en participatie van bewoners, en Bereik en inclusie.

Hoe doe je het?

Er zijn verschillende methodieken die kunnen helpen om in eerste instantie de beoogde impact of doorwerking in kaart te brengen en vanuit daar terug te redeneren wat er dan voor nodig is om daar te komen.
Zo kan je het PRIME model gebruiken om verschillende soorten doelen te formuleren:

-    Kennisontwikkeling: welke kennis wil je ontwikkelen?

-    Productontwikkeling: welke producten wil je ontwikkelen?

-    Persoonsontwikkeling: wie wil je iets laten leren?

-    Systeemontwikkeling: welke veranderingen wil je realiseren?

Vervolgens bepaal je welke actoren belangrijk zijn om deze doelen te realiseren en in welke fase de doelen belangrijk zijn.
Binnen de methodiek van Cirkelen rond je onderzoek (CRJO) is er eveneens aandacht voor het ophelderen van de doelen met bijpassende tools en werkvormen.


Op de NWO site is informatie te vinden hoe je met een Impact Pathway aan de slag kan. Hierbij begin je met het vaststellen van het probleem dat je wilt aanpakken en redeneer je terug wat daarvoor nodig is. Daarmee kom je uiteindelijk tot een logisch model waarin in je beschrijft welke output op korte termijn nodig is om bepaalde outcomes op middenlange termijn te bereiken die uiteindelijk resulteren in impact op lange termijn.

Deze Impact Pathway maakt onder andere gebruik van een Theory of Change. Een Theory of Change is een schematische voorstelling die inzichtelijk maakt of beschrijft hoe verandering teweeg gebracht kan worden. Hierin worden outputs, outcomes en impact in meerdere pathways beschreven. Dit geeft inzicht in hoe op verschillende manieren verandering kan worden bewerkstelligt wat kan helpen bij het maken van de planning van een project.

Belangrijk is dat het formuleren van de korte en lange termijndoelen gezamenlijk doet met de partners in het project, zodat het gedragen, passende en realistische doelen zijn.


Verdere informatie/links

Greven & Andriessen, Practice-based Research Impact Model for Evaluation: PRIME, 2019

Doorwerking HBO onderzoek – Ondersteuning bij het verbeteren van de doorwerking van onderzoek aan hogescholen

Verhelderen van de doelen | Cirkelen Rond Je Onderzoek

NWO Impact - Theory - The Impact Pathway

Rapporteren over doorwerking van Praktijkgericht Onderzoek - werkgroep impact 2020

2. Vormgeving onderzoek/ onderzoek opzetten

Na een gedegen voorbereiding kan je jouw onderzoeksproject praktisch gaan vormgeven en opzetten. (nb.: waarschijnlijk lopen voorbereiding en vormgeving door elkaar; onderzoek is nou eenmaal niet altijd een rechtlijnig pad)

In deze fase zet je alle stappen die nodig zijn om daarna met de daadwerkelijke onderzoeksactiviteiten te starten, zoals dataverzameling. Daarmee heeft dit deel een groot praktisch karakter: je maakt een datamanagementplan, een onderzoeksprotocol, en zoekt waar mogelijk/toepasselijk samenwerking met onderwijs of belanghebbenden en burgers. 

Ook kan je denken aan het maken van een pre-registratie waarbij je jouw onderzoeksvragen en opzet beschrijft. Hierdoor kan je jouw plannen makkelijk delen, feedback uitnodigen, en weet je een jaar later zelf ook nog precies wat jouw plannen waren. Wanneer je in de voorbereiding besloten hebt samen te werken met andere onderzoekers of instellingen maak je nu ook concrete afspraken over de rollen, welke software je gebruikt, maar ook kan je al nadenken over mogelijke output, waar die gaat landen en wie daar de kar trekt. 

2.1 Onderzoeksprotocol

Wat houdt het in?

Een onderzoeksprotocol is het uitgeschreven, gedetailleerde plan van een onderzoek. Het vormt de basis voor elk goed opgezet onderzoek. Nadat een onderzoek zorgvuldig is gepland, moet dit plan worden vastgelegd in een schriftelijk protocol.

Een protocol heeft meerdere functies:

•    Het dwingt je om helder na te denken over alle onderdelen van de studie.

•    Het dient als leidraad wanneer je met een team aan het onderzoek werkt.

•    Het is verplicht bij onderzoek met mens of dier om ethische goedkeuring te verkrijgen.

•    Het is noodzakelijk bij subsidie- of financieringsaanvragen.

Tijdens het opstellen van het protocol kan je advies vragen aan collega’s of experts. Maar zodra het protocol is goedgekeurd en het onderzoek is gestart, moet je je er aan houden, of verantwoorden waarom aanpassingen nodig waren. Aanpassingen tijdens de uitvoering kunnen de betrouwbaarheid van de studie ondermijnen—vooral bij multicenteronderzoek. Vandaar dat het zo belangrijk is dit deel goed door te denken en op te schrijven vóór de start van dataverzameling.

In grotere projecten wordt daarnaast vaak een operations manual gemaakt: een handleiding met gedetailleerde instructies om consistent en gestandaardiseerd te werken. In een operations manual beschrijf je bijvoorbeeld op welke manier je interviews afneemt en welke instructies je daarbij geeft, op welke manier je (mogelijke) deelnemers benadert, en welke context- en randvoorwaarden je moet noteren (bijv. omstandigheden van een interview die de antwoorden kunnen beïnvloeden, zoals aanwezigheid van partner of kinderen bij persoonlijke vragen).

Wat heb je er aan?

Een goed protocol beantwoordt drie vragen:

1.    Kan het de onderzoeksvraag beantwoorden en de doelstelling bereiken?

2.    Is het uitvoerbaar binnen de beschikbare tijd, middelen en context?

3.    Bevat het voldoende detail zodat een andere onderzoeker het zou kunnen reproduceren?

Een protocol beschrijft altijd: de onderbouwing van het onderzoek, de doelstellingen, de gekozen methodologie, datamanagement en analysemethoden, en aandacht voor ethische kwesties. Daarmee geeft een goed geschreven protocol heel veel houvast gedurende het project. Hoe meer mensen en plaatsen betrokken zijn, en hoe langer het project loopt, hoe groter het belang van een goed onderzoeksprocotol.

Hoe doe je het?

Het liefst is een onderzoeksprotocol op zichzelf een leesbaar document, hieronder volgt een standaardopbouw die je kan gebruiken. Uiteraard kan je per onderzoek onderwerpen toevoegen of weglaten, afhankelijk van de relevantie.

Standaardopbouw van een onderzoeksprotocol:

1.   Titel: Een beknopte en beschrijvende titel, kan evt. later worden aangescherpt.

2.   Samenvatting: Een korte samenvatting waarin alle onderdelen van het protocol staan. Deze moet zelfstandig                      leesbaar zijn.

3.   Beschrijving van het onderzoek: Dit is de kern van het protocol en bestaat uit:

      a. Rationale (onderbouwing)

          Dit deel legt uit waarom het onderzoek nodig is en beschrijft relevante bestaande literatuur.

      b. Doelstelling(en)

          Hier worden de specifieke onderzoeksvragen beschreven. De doelen moeten:

          •    eenvoudig geformuleerd zijn,

          •    concreet zijn,

          •    vooraf vastgesteld worden.

          Probeer te vermijden om te veel of te ambitieuze doelen op te nemen. Als er meer lukt dan je van plan was is dat                mooi meegenomen, andersom is minder fijn..

      c. Methodologie

          Dit is het belangrijkste onderdeel. Dit bevat:
          •    Onderzoeksdesign en motivatie voor de keuze ervan.
          •    Onderzoekspopulatie:
                    o    Inclusie- en exclusiecriteria
                    o    Toewijzing van deelnemers (bij interventiestudies)
                    o    Criteria voor stoppen van deelname
          •    Interventies (indien van toepassing):
                    o    Omschrijving van medicatie, behandeling, (trainings)programma, gesprekken of handelingen
                    o    Beschikbaarheid, frequentie, manier van deelname
                    o    Nodige goedkeuring door autoriteiten
          •    Observaties en metingen:
                    o    Wat wordt gemeten, hoe en hoe vaak (let op: probeer dit onderdeel in detail te beschrijven!)
                    o    Eventuele vragenlijsten of procedures
          •    Steekproefgrootte:
                    o    Verantwoording van de berekening
                    o    Te grote of te kleine steekproeven zijn ethisch onwenselijk
      d. Datamanagement en data-analyse
          Het protocol beschrijft:
          •    hoe gegevens worden gecodeerd en gecontroleerd,
          •    welke computersystemen worden gebruikt,
          •    welke statistische methoden worden toegepast.

4. Ethische overwegingen

    Ethische reflectie is verplicht voor alle gezondheidswetenschappelijke onderzoeken—niet alleen bij experimenten.
    Er zijn verschillende aandachtspunten:

      a. Goedkeuring door een ethische commissie

          •    Verplicht voor onderzoek met mensen of menselijk materiaal. Bij twijfel: raadpleeg de ethische commissie of                        een toetsing nodig is.

      b. Informed consent

          In de informed consent leg je aan de deelnemers uit wat het doel is van jouw studie. Zie 2.6 van deze routekaart                  voor meer informatie. De informed consent moet:

          •   in begrijpelijke taal geschreven zijn,
          •    uitleggen waarom de persoon wordt gevraagd deel te nemen,
          •    duidelijk maken wat deelname inhoudt, inclusief mogelijke risico’s en voordelen,
          •    benadrukken dat de deelnemer op ieder moment mag stoppen.

      c. Ethische checklist
         Het protocol moet aantonen dat:
          •    het onderzoeksdesign zinvol is,
          •    kwetsbare groepen zorgvuldig worden beschermd,
          •    risico’s in verhouding staan tot mogelijke voordelen,
          •    vertrouwelijkheid gewaarborgd is.

6. Referenties

    Een protocol sluit af met relevante literatuurbronnen.

Verdere informatie/links

Model onderzoeksprotocol van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)

 

2.2 Software en tooling

Wat houdt het in?

Bij het ontwerpen van jouw onderzoek is het goed om ook na te denken welke software je gaat gebruiken voor alle verschillende taken die je gaat uitvoeren. Zo kan je denken aan hoe en waar je bestanden en data gaat opslaan. Ook voor het samenwerken met anderen is het goed om na te denken welk systeem je gaat gebruiken, en welke afspraken je met elkaar maakt voor het gebruiken daarvan. Zeker wanneer je samenwerkt met mensen buiten de HU moet je nadenken over toegang van de software, en de afweging tussen gebruiksgemak en noodzaak voor veiligheid en privacy. Ook voor data-analyse zijn over het algemeen meerdere keuzes beschikbaar, met allemaal eigen voor-en nadelen. En zelfs over eventuele publicaties is het goed om alvast na te denken; zo is code van sommige analyseprogramma's veel makkelijker te delen (en leesbaarder) dan die van andere. Zeker wanneer je van plan bent om bijv. een website of community tool te maken is het belangrijk om tijdig na te denken over de eigen aan toegankelijkheid en lange-termijn onderhoud en beschikbaarheid van de software.

Wat heb je eraan?

Door van tevoren na te denken over welke software je gaat gebruiken voorkom je problemen rondom opslag, toegang en versiebeheer later in het proces. Zeker wanneer je samenwerkt met verschillende partijen scheelt het enorm in zowel het gemak van samenwerking als de borging van opslag, privacy en toegang om hier over nagedacht te hebben en niet zonder meer de standaard die je altijd gebruikte toe te passen.

Door te kiezen voor open-source programma's voor het opschonen en analyseren van data kun je jouw analysestappen documenteren en publiceren om de reproduceerbaarheid van jouw onderzoek te waarborgen.

Als je over al deze stappen in een vroeg stadium hebt nagedacht kan je 'open by design' benaderen, waarbij jouw hele onderzoek zo is ontworpen dat het transparant, controleerbaar en deelbaar is.

Hoe doe je het?

Dit hoofdstuk is onderveeld in software voor opslag (2.2.1), samenwerking (2.2.2), data-analyse (2.2.3) en disseminatie (2.2.4). Een overkoepelende handige tool die een mappenstructuur aanbiedt waarbij je ook gestimuleerd wordt om bijvoorbeeld de code en logboeken bij te houden is SQAFFOLD.
Voor alle taken kunnen er verschillende programma's gebruikt worden. Welk programma het meest geschikt is ligt aan:
•    het type data en onderzoek (kwalitatief, kwantitatief of een combinatie);
•    de wensen/expertise van de gebruiker(s) (over welke software is kennis aanwezig of verkrijgbaar, welke eisen moet het aan voldoen)
•    de beschikbaarheid van de programma's (oftewel, is het programma wel/niet gratis, open-source en ondersteund door de organisatie).

Bij de HU is er inmiddels een toolwijzer waar je kan zien welke software gecontroleerd is op veiligheid en beschikbaar is voor medewerkers van de HU. Deze kan je vinden op www.toolwijzer.hu.nl (alleen met hu-account)

2.2.1 Opslag

Hier wordt nog gewerkt aan de tekst, voor ondersteuning op dit vlak neem contact op met jouw lokale onderzoeksupport

2.2.2 Samenwerking

Hier wordt nog gewerkt aan de tekst, voor ondersteuning op dit vlak neem contact op met jouw lokale onderzoeksupport

2.2.3 Data-analyse

Hier wordt nog gewerkt aan de tekst, voor ondersteuning op dit vlak neem contact op met jouw lokale onderzoeksupport

2.2.4 Disseminatie

Hier wordt nog gewerkt aan de tekst, voor ondersteuning op dit vlak neem contact op met jouw lokale onderzoeksupport

2.3 Datamanagementplan (DMP)

Wat houdt het in?

Voor je begint met je onderzoek is het goed om na te denken over hoe je om wilt gaan met je onderzoeksdata. Dit leg je vervolgens vast in een datamanagementplan (DMP). Het opstellen van een DMP is ook een eis van veel subsidieverstrekkers. Dat begint al bij de subsidieaanvraag met een datamanagementparagraaf. Deze paragraaf werk je bij toekenning uit tot een DMP. Door het opstellen van een DMP schep je als onderzoeker de voorwaarden voor goed datamanagement.

Wat heb je eraan?

In een DMP besteed je aandacht aan alle aspecten die te maken hebben met het beheer van de onderzoeksdata voor-, tijdens en na afloop van het onderzoek. Door dit in een vroeg stadium te doen, verklein je de kans op verrassingen. Een DMP helpt je om bewuste en consistente beslissingen te nemen over je onderzoeksdata en kan je in een latere fase onder andere tijd besparen.

Hoe doe je het?

In een DMP beschrijf je welke data je tijdens het onderzoek gaat verzamelen, hoe je deze data tijdens het onderzoek bewaart en wat er met de data na afloop van het onderzoeksproject gebeurt. Een DMP is een levend document, je kunt je plan dan altijd aanvullen of wijzigen. Het juiste format van een DMP hangt namelijk onder andere af van de eisen van de subsidieverstrekker. Neem contact op met je datasteward wanneer je een DMP moet opstellen, zij adviseren hierbij. Wanneer je bij de HU werkzaam bent maak je voor het invullen van het DMP gebruik van MyResearch.

Voorbeeld

Verdere informatie/links
Datamanagement algemeen

Datamanagementplan (DMP)

NWO research data management (+ template)

DCC-PO DMP praktijkgericht onderzoek

2.4 Privacy

Wat houdt het in?

Sinds mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. De AVG beschrijft algemene principes die geborgd dienen te worden om de privacy te beschermen bij de verwerking van persoonsgegevens, ook als het gaat om persoonsgegevens in onderzoek.
Alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon – dat wil zeggen: alle informatie die direct over iemand gaat of naar deze persoon te herleiden is - is een persoonsgegeven. Er zijn veel soorten persoonsgegevens: naam, adres, woonplaats, IP adres, online zoekgedrag, studieresultaten, etc. etc.

De AVG is van toepassing op het moment dat je persoonsgegevens verwerkt. Verwerking is: verzamelen, vastleggen, opslaan, met elkaar in verband brengen, wijzigen, opvragen, raadplegen, printen, gebruiken, verstrekken, wissen en vernietigen. Ook wanneer je alleen maar mailadressen of telefoonnummers van mensen met wie je samenwerkt bewaart, waar dan ook (op je telefoon of op je computer of in een schriftje, etc.), heb je al te maken met privacy en dus met de AVG.

Wat heb je eraan?

Wanneer je je niet houdt aan de AVG, ben je strafbaar. Ook bestaat het risico dat je een datalek veroorzaakt, wanneer je persoonsgegevens (bewust of onbewust) openbaar maakt. Niet alleen voor degene(n) wiens gegevens het betreft, maar ook voor de organisatie waar je werkt kan dit leiden tot grote problemen (identiteitsfraude, boetes). Wellicht nog belangrijker: je zorgt voor de participanten aan jouw onderzoek door hun privacy serieus te nemen, en daar helder over te zijn.

Hoe doe je het?

Check altijd de pagina Privacy en Security op ÉÉN HU Weten & Regelen. Daar vind je onder andere informatie over aan welke regels je je dient te houden, welke software/tools je wel en niet mag gebruiken, bij wie je terecht kan met vragen, etc. Ook is het raadzaam om in de ontwerpfase van een onderzoeksproject te overleggen met de privacy officer van jouw kenniscentrum of instituut. Je kan ook altijd mailen met askprivacy@hu.nl

Voorbeeld

Een paar voorbeelden van hoe het NIET moet:

•    Een projectmedewerker belt over een interviewafspraak met een respondent terwijl ze in de trein zit. Ze herhaalt hardop het telefoonnummer en mailadres van degene die ze aan de telefoon heeft. Alle treinreizigers om haar heen kunnen het horen.

•    Een projectmedewerker zit in een flexruimte interviewopnamen uit te werken. Als ze weggaat om koffie te halen, laat ze haar laptop open staan. Iedereen kan lezen wat er op haar scherm staat.

•    In een project wordt gewerkt met een gratis app (bijvoorbeeld Whatsapp) van een Amerikaans bedrijf. Er is geen verwerkingsovereenkomst tussen de HU en dit bedrijf. Ze heeft geen idee waar de data worden opgeslagen en wie er allemaal bij kunnen.


Verdere informatie/links

Kwaliteitszorg wetenschappelijke integriteit en privacy

Online (gratis) cursus op wikiwijs 'privacy in onderzoek'

Met HU-account:

- persoonsgegevens
- afwegingskader veilig werken met persoonsgegevens
- bewaartermijnen
- functionaris gegevensbescherming
- cursus privacy voor studenten
- anonimiseren/pseudonimiseren
- beeld en geluidsopnamen

2.5 Analyseplan

2.5.2 Kwalitatief

Wat houdt het in?

Je kan, zeker bij kwalitatief onderzoek, vaak niet volledig uitwerken hoe je de analyse gaat doen. Wat wel kan is de grote lijnen vastleggen, en beschrijven hoe je keuzes maakt wanneer je bijvoorbeeld iteratief een topiclijst aanpast, of de codes gaat vastleggen. Dit kan bijv. door een duidelijk plan te maken met wie en wanneer je deze beslissingen maakt, en hoe je ze gaat vastleggen zodat je ze makkelijk met een uiteindelijke presentatie/publicatie van het onderzoek beschikbaar kan maken.

Wat heb je eraan?

Een belangrijk effect van het goed doordenken en opschrijven van een analyseplan voorafgaand aan dataverzameling is dat je jezelf traint in vooruitdenken. Immers; vaak kom je bij de analyse dingen tegen die je achteraf anders had willen doen, of vragen, terwijl het dan niet meer kan.

Los van het trainingseffect helpt het jezelf en anderen om na de dataverzameling de oorspronkelijke plannen zuiver klaar te hebben liggen. Vaak leer je in de loop van de dataverzameling al vanalles over de data, waardoor je niet meer unbiased de analyse doet. Ook scheelt het werk; je hoeft niet na soms maanden van dataverzameling opnieuw na te denken over de analyses die je wil doen.

Nog een effect dat zorgt voor zuivere analyse is wanneer je van tevoren bepaald wat je gaat doen met bijv. outliers en missing data, en wanneer je een datapunt überhaupt als outlier bestempeld. Dit kan zijn vanwege het profiel van een deelnemer die je interviewt; soms blijkt iemand toch niet goed in jouw gekozen doelgroep te passen, of juist wel. Hoe beter je van tevoren jouw analyseplan hebt doordacht, hoe makkelijker je het jezelf maakt tijdens dataverzameling om daar keuzes in te maken.

Als laatste is het een waardevolle manier om het analyseplan zo gedetailleerd als mogelijk op te schrijven, en deze vervolgens te delen met jouw onderzoeksgroep, stakeholders, en onderzoekssupport. Daarmee vergroot je het kritisch vermogen, en verklein je de kans dat je later alsnog tegen onvoorziene problemen aanloopt.

Hoe doe je het?

Een analyseplan wordt doorgaans opgenomen in een pre-registratie [hfdst 2.7]. Het analyseplan hoeft niet aan een bepaald gestandaardiseerd format te voldoen. Zolang belangrijke beslissingen duidelijk vastgelegd worden, is het voldoende. Hoe gedetailleerder hoe beter. Als je bijv. al de software waarmee je analyse wil gaan doen (bijv. Atlas.ti) weet kan je daar al met een testtekst een oefenrun doen, maar dan met de variabelen die jij wil.

Wat bij kwalitatief onderzoek vaak een vraag is, is hoe en op welk moment of momenten je gaat coderen. Daarbij kan je in een analyseplan noteren of je bijv. iteratief een codeboom ontwikkeld, en die eventueel weer toepast in volgende interviews, maar ook hóe je die codeboom ontwikkeld. Doe je een voorbehandeling in atlas.ti of andere software? Laat je de verbatim door mensen uitwerken of bijv. met digitale tools? Gebruik je meerder codeerders, hoe zorg je dat zij op dezelfde manier te werk gaan en afstemmen, en hoe kom je dan tot 1 codeboom? En natuurlijk: hoe ga je vervolgens die data weer analyseren?

Het grootste effect krijg je als je in jouw analyseplan zo praktisch en gedetailleerd antwoord kan geven op bovenstaande vragen, want vaak zitten eventuele twijfelpunten juist in de details. Ook is het voor de reproduceerbaarheid van jouw onderzoek van groot belang dat je juist in de interpretieve stappen van kwalitatief onderzoek laat zien hoe je van plan was te werk te gaan en waarom, en uiteindelijk kan rapporteren hoe dat is gegaan en waar je van het plan bent afgeweken en waarom.

Voorbeeld

Kwalitatieve analyseplannen beschrijven over het algemeen de volgende stappen (daar kan per studie van worden afgeweken uiteraard)

-    Data voorbereiden
-    Data coderen
-    Categoriseren en thematiseren
-    Analyseren en interpreteren

Vervolgens kan je verschillende analysemethoden beschrijven, zoals thematische analyse, inhoudsanalyse of discoursanalyse.

Verdere informatie/links
Dataverwerking en Analyse (met links naar beschikbare software)

2.5.2 Kwantitatief

Wat houdt het in?

Een analyseplan stel je op voordat je begint met dataverzameling. In het analyseplan specificeer je welke variabelen er worden berekend op basis van de gemeten data (bijvoorbeeld: hoe worden de antwoorden op een vragenlijst teruggebracht naar 1 score?). Als je van tevoren besloten hebt om bepaalde data van respondenten te excluderen op basis van een criterium, dan is het belangrijk dat je dit criterium specificeert (bijvoorbeeld: respondenten die een aandachtscheck niet succesvol doorstaan of op alle items hetzelfde antwoord invullen). Vervolgens specificeer je welke analyses je van plan bent uit te voeren met deze variabelen. Ten slotte specificeer je wat je van plan bent om te doen met missende waarden en outliers.

Wat heb je er aan?

Bij kwantitatief onderzoek is het belangrijk dat vooraf aan de dataverzameling de keuzes omtrent het opschonen en analyseren van data worden vastgelegd, zodat de onderzoeker niet op basis van de data de analyses gaat aanpassen om een beter resultaat te bereiken. Wanneer een onderzoeker namelijk de analyses pas kiest na het bekijken van de data (wat ook wel 'p-hacking' wordt genoemd), wordt de kans vergroot dat een onderzoek effecten vindt die er in werkelijkheid niet zijn. Als de onderzoeker na het verzamelen van de data toch denkt dat een andere analyse meer geschikt is wat er in het analyseplan werd vastgelegd, kan de onderzoeker ervoor kiezen om alsnog het analyseplan te volgen maar daarnaast ook de andere analyse uit te voeren als ‘exploratieve analyse’. Dit betekent dat andere onderzoekers er rekening mee kunnen houden dat de resultaten van deze analyse wellicht niet betrouwbaar zijn, terwijl ze de resultaten wel kunnen gebruiken als basis voor nieuw onderzoek waarbij de betreffende analyse wel van tevoren wordt vastgelegd in het analyseplan.

Hoe doe je het?

Een analyseplan wordt doorgaans opgenomen in een pre-registratie. Het analyseplan hoeft niet aan een bepaald gestandaardiseerd format te voldoen. Zolang belangrijke beslissingen duidelijk vastgelegd worden, is het voldoende.

Verdere informatie/links

Hoe het niet moet: p-hacking
 

2.6 Toestemming / Informed consent

Wat houdt het in?

Informed consent betekent letterlijk ‘geïnformeerde toestemming’. Het betekent dat degene die meewerkt in/aan een (onderzoeks)project weet wat het doel van het project is, hoe er gewerkt gaat worden, etc. En dat die diegene dan, op basis van die informatie, vrijwillig toestemt om eraan mee te werken. Voor de onderzoeker/projectleider is het belangrijk om daar een ‘bewijs’ van te hebben. Dat kan een ondertekend formulier zijn, maar ook een geluidsopname. Het begrip ‘informed consent’ slaat op het gehele proces van informeren tot en met het verkrijgen van toestemming; het omvat dus zowel het schrijven van een informatiebrochure (of het maken van een video, o.i.d.), als het aanbieden van gelegenheid om vragen te stellen, als het vastleggen van de toestemming en ook het informeren van deelnemers over dat - en hoe - zij hun toestemming eventueel later weer kunnen intrekken.

Wanneer je onderzoek doet samen met mensen die ín de onderzoeksomgeving leven of werken (denk bijvoorbeeld aan citizen science en actieonderzoek, in samenwerking met wijkbewoners, studenten, zorgprofessionals en ervarings(des)kundigen en hun naasten), is het vaak zo dat de doelen van het onderzoek, en ook de ideeën over de uitvoering, gedurende het samenwerkingsproces worden vastgesteld of worden bijgesteld. In die gevallen is het dus niet altijd mogelijk om deelnemers tevoren precies te informeren over wat er allemaal gaat gebeuren in het project en wat er precies van hen verwacht wordt; en dus ook niet, om tevoren te vragen om ‘informed consent'. Het is dan juist belangrijk om regelmatig overlegmomenten in te plannen om te komen tot afstemming en overeenstemming over gezamenlijke doelen en de aanpak, en om de gemaakte afspraken vast te leggen. In plaats van ‘informed consent’ spreken we dan van ‘process consent’. 

Wat heb je er aan?

De mensen die deelnemen aan jouw onderzoek/project weten waar ze aan beginnen en wat hen te wachten staat. Dat draagt bij aan commitment/betrokkenheid én het voorkomt dat mensen (te) snel afhaken omdat er iets anders gebeurt dan wat ze verwacht hadden. Daarnaast biedt het jou als onderzoeker een uitgelezen kans om dicht op de praktijk te blijven zitten en optimaal af te stemmen met de mensen voor wie je het onderzoek/project doet.

Hoe doe je het?

Er zijn verschillende formats en voorbeelden beschikbaar bij de HU en de HvA. Daarnaast wordt er gewerkt aan voorbeelden en materiaal vanuit de Ethics Retreat (samenwerking PREVENT en Bridge2Health), wanneer die beschikbaar zijn zullen ze hier worden geplaatst.

Verdere informatie/links

Handreiking toestemming bij onderzoek

Toestemming gebruik data bij praktijkonderzoek

Voorbeeld 'Begrijpelijk patientinformatieformulier'

Voorbeeld 'Begrijpelijk toestemmingsformulier'

Artikel HAN: Informed consent: maak het op maat
 

2.7 Pre-registratie

Wat houdt het in?

Een preregistratie dient om jouw onderzoeksplan te delen, voordat je data gaat verzamelen. In een preregistratie zet je jouw onderzoeksplan voor zover je dat al weet. Sommige keuzes kan je pas later in jouw onderzoek maken, en dat is prima. Van tevoren weet je echter al veel wat je wel kan delen; welke data je gaat verzamelen, met welke methode, hoe je zorgt dat je objectief te werk gaat, en vaak heb je ook al ideeën over de analyses en hoe je bijvoorbeeld omgaat met missing data.

Wat heb je er aan?

Een preregistratie dient meerdere doelen. Primair geeft het jou en evt. mede-onderzoekers houvast over de keuzes die je van tevoren gemaakt hebt. Vaak worden die overwegingen niet goed vastgelegd en weet je, als na ruime tijd de subsidie is toegekend en de dataverzameling is gestart, niet meer precies waarom je ook alweer bepaalde keuzes had gemaakt. Een pre-registratie maakt die keuzes duidelijk, en helpt ook bij het gesprek vooraf om het met elkaar eens te zijn over de mogelijke keuzes. Een (groot) bijkomend voordeel is dat je een pre-registratie ook voor kan leggen aan collega's en experts. Feedback over bijv. het design of de geplande analyses kan je dan nog aanpassen als het nog zin heeft, in plaats van achteraf. Ten tweede dient een pre-registratie om achteraf te kunnen verantwoorden dat je methodisch en nauwkeurig te werk bent gegaan. Waar je bent afgeweken van jouw plan kan je dat verklaren, waar je het plan hebt uitgevoerd zoals beschreven versterkt het de indruk van gedegen en reproduceerbaar onderzoek. Dit komt bijv. bij reviewers van pas, maar is voor elke uiting van resultaten nuttig, of dat een training, een symposium of iets anders is.  

Hoe doe je het?

In de basis is een pre-registratie niks anders dan het delen van het onderzoeksplan. Dat kan simpelweg in een word of pdf bestand. Vergeleken met niks doen is alles wat je opschrijft van jouw plan mooi meegenomen en voegt het iets toe. Maar idealiter beschrijf je iig de (geplande) dataverzameling, analyses, en hoe je keuzes maakt gedurende het proces. Doe je dit met meerdere mensen? op basis waarvan besluit je of data bruikbaar is of niet? wat is een outlier? hoe ga je om met missing data? wat als de analyse anders moet, kan je het proces van besluitvorming beschrijven? Verder zit er idealiter een 'time-stamp' op; een waarmerk dat je de beschreven plannen op een bepaald moment hebt vastgelegd. Daar zijn meerdere mogelijkheden voor, maar de makkelijkste is waarschijnlijk om op het open science framework een pre-registratie template te gebruiken. Er bestaan templates voor verschillende vormen van onderzoek, waaronder ook kwalitatief onderzoek. Daar staan vragen in die jou helpen om de pre-registratie gestructureerd op te schrijven. Alternatief kan je jouw eigen pre-registratie (research plan) ook op Dataverse (HU) of FigShare (HvA) delen.

Verdere informatie/links

Center for Open Science (meerdere bronnen, voorbeelden en uitleg)

Artikel: Preregistering qualitative research

Artikel: Preregistration is hard, and worthwhile

 

2.8 Ethische aspecten en de houding van de onderzoeker

Wat houdt het in?

Als het gaat over ethiek en over de houding van onderzoekers wordt vaak het woord ‘integriteit’ gebruikt. Daarbij zijn morele en juridische normen met elkaar verweven. Vragen over de juridische aspecten zijn meestal te beantwoorden met behulp van wetten en procedures: regels waarin vastgelegd is hoe het moet, wat er wel en niet mag en wat strafbaar is. De morele aspecten, die ook altijd een rol spelen bij het opzetten en uitvoeren van een onderzoek, zijn minder makkelijk in do's en dont's te vatten. Want hierbij gaat het om waarden en ethische principes en die kunnen van persoon tot persoon verschillen, afhankelijk van iemands achtergrond en de sociale/politieke/economische omgeving waarin men leeft en werkt. In PREVENT-projecten vinden we het belangrijk dat keuzes en beslissingen m.b.t. vraagstelling, doelstelling en methodieken passen bij de kernthema's en de uitgangspunten die gezamenlijk met de partners zijn vastgesteld, en dat deze keuzes en beslissingen onderbouwd worden met weloverwogen argumenten. Ethische reflectie is daarbij noodzakelijk, op meerdere gebieden:

Het gezamenlijke perspectief op gezondheid
PREVENT zet in op integrale wijkgerichte preventie in een tijd waarin gezondheid en welbevinden van mensen onder druk staan en er grote maatschappelijke uitdagingen zijn. In deze uitdagende context willen we met onze projecten bijdragen aan kennis en interventies op de drie kernthema's van PREVENT: 
•    integraal samenwerken tussen professionals in de wijk; 
•    samenwerken met actieve bewoners en vrijwilligers in de wijk; 
•    het bereiken van, voor professionals, moeilijk bereikbare doelgroepen. 

Om in deze context en aan deze kernthema's te werken is (extra) aandacht nodig voor het gezamenlijke perspectief op gezondheid. Het PREVENT-perspectief op gezondheid kenmerkt zich door een brede kijk op gezondheid en de wens om gezondheidsverschillen bij de kern aan te pakken.  

Het is gebaseerd op de overtuiging dat gezondheid zowel lichamelijke als psychische en sociale componenten heeft (Huber et al., 2011) en het uitgangspunt is dat PREVENT-partners een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben om bij te dragen aan een rechtvaardige verdeling van (zorg voor) gezondheid. Dit mag van hen verwacht worden, zowel op basis van hun beroepsethiek, als op basis van het feit dat ze gelieerd zijn aan de HU en dus gecommitteerd aan de integriteitsprincipes die deze hogeschool huldigt: zorgvuldigheid, transparantie, verantwoordelijkheid, betrouwbaarheid en rechtvaardigheid. En omdat er op vragen zoals ‘wat is goede zorg/ondersteuning?' en ‘wat is een goede vorm van preventie?’ altijd verschillende antwoorden kunnen worden gegeven, afhankelijk van de context waarin de vraag wordt gesteld, de persoon die zorg/ondersteuning nodig heeft en degene die de zorg/ondersteuning kan (of moet) geven (zie ook Tronto, 2013), is het belangrijk om tijd en ruimte te nemen voor reflectie en beraad. Zodat de perspectieven, waarden, normen en belangen van alle betrokkenen meegewogen kunnen worden en er optimale afstemming tussen stakeholders plaats kan vinden. Dit draagt zowel bij aan de kwaliteit van projecten als aan (verbetering van) de samenwerking binnen projecten. 

Morele aspecten rond onderzoek uitvoeren
In praktijkgericht onderzoek krijgen onderzoekers en andere betrokkenen vaak te maken met ethische dilemma's. Bijvoorbeeld doordat niet van tevoren precies is vastgelegd wat de doelstelling van (of de onderzoeksmethode in) een project is omdat dit in afstemming met praktijkpartners wordt bepaald, waardoor niet ‘volgens de regels’ informed consent kan plaatsvinden. Of doordat er studenten deelnemen, die heel creatief een werkwijze bedenken om informatie op te halen bij wijkbewoners maar niet helemaal goed op de hoogte zijn van de AVG-eisen. Of doordat er kwetsbare personen meedoen in een project, voor wie deelname enerzijds heel ‘empowerend’ kan werken, terwijl het anderzijds heel belangrijk is om deze mensen te beschermen. 

Daarnaast staat PREVENT voor het zoveel mogelijk openbaar delen van data (FAIR-principes en Open Science). Dit vraagt niet alleen om kennis over wat er wel en niet gedeeld kan worden, en hoe dat dan op een integere wijze gerealiseerd kan worden, maar ook om een bepaalde attitude van onderzoekers en projectpartners. Kenmerken van deze integere houding zijn: zorgvuldigheid en transparantie. 

Wat heb je er aan?

Om recht te doen aan zowel de PREVENT kernthema's als aan de uitgangspunten m.b.t. onderzoeksintegriteit besteden we veel aandacht aan de ethische en morele aspecten rond de uitvoering van onderzoek en de aanpak van projecten.
Binnen PREVENT vinden we het belangrijk dat onderzoekers ethische en morele dilemma's herkennen en bespreekbaar maken. Maar we realiseren ons ook dat het bespreken van dilemma's lastig is, omdat niet iedereen geleerd heeft om waarden en normen onder woorden te brengen, en omdat het gepaard kan gaan met gevoelens van onzekerheid of schaamte. De PREVENT-onderzoeksgroep biedt daarom ondersteuning bij het bespreken van ethische dilemma's, zowel met individuele onderzoekers (of docenten) als in projectteams. Doel van het bespreken van ethische dilemma's is met name dat het laagdrempeliger en ‘gewoner’ wordt om dilemma's aan te kaarten. Daarnaast is het ook heel leerzaam om te zien dat meestal niet één oplossing de enige juiste oplossing is, maar dat er meerdere handelingsopties mogelijk zijn.  
Hoe doe je het?

In het kader van PREVENT-projecten kan ethische ondersteuning meerdere vormen aannemen:
•    Bij de Ethische Commissie Onderzoek (ECO) van de HU en de HvA kan gevraagd worden om advies (zie ook paragraaf 1.6);
•    Vanuit werkpakket 2 is een dilemmaspel ontwikkeld, dat (zowel zelfstandig als met begeleiding vanuit een PREVENT-teamlid) op een speelse wijze, laagdrempelig gebruikt kan worden om (a) bewustwording over ethische dilemma's op gang te brengen, en (b) het gesprek over zulke dilemma's te stimuleren en te structureren;
•    Binnen de HU bestaat een ‘pool’ van gespreksbegeleiders waar men een verzoek kan indienen voor ondersteuning bij moreel beraad (moreelberaad@hu.nl).

Voorbeeld

Een aantal dilemma's uit het spel als voorbeeld: 

1) Je werkt aan een project in samenwerking met een organisatie die ook een deel van het onderzoek financiert. Gedurende het proces kom je er achter dat deze samenwerkingspartner een geheime agenda heeft: in communicatie naar derden (bijvoorbeeld i.v.m. werving van nieuwe cliënten) gebruiken ze resultaten uit het project op een voor hen voordelige manier. Ze noemen alleen de positieve uitkomsten en verzwijgen de uitkomsten die daar eventueel mee in tegenspraak zijn. Ook maken ze hun eigen rol groter dan die feitelijk is/was. Wat doe je?
Naar aanleiding van actuele gebeurtenissen vinden studenten het belangrijk om met buurtbewoners in gesprek te gaan. Ze organiseren geheel zelfstandig een bijeenkomst en verspreiden uitnodigingen in de wijk. Het betreft een onderwerp waarover, ook in de media, veel discussie is. Als begeleider maak jij je wat zorgen over hoe dit allemaal zal gaan. De spanningen tussen bepaalde groepen buurtbewoners zouden hoog op kunnen lopen, maar, aan de andere kant, je vindt het ook heel goed dat studenten aandacht hebben voor de maatschappelijke verantwoordelijkheid die bij hun beroep hoort. Wat doe je?

2) Je ontwikkelt een gedragsinterventie die mensen in armoede helpt om gezonder te gaan leven en vraagt diverse mensen uit de doelgroep om daarin samen op te trekken. Maar iedere keer als je uitlegt wat je wilt gaan doen, haken ze af. Ze zeggen dat het stigmatiserend is om mensen op hun ongezonde gedrag te wijzen, terwijl er simpelweg te weinig geld is om gezond voedsel te kopen. Als onderzoeker erken je dat een voldoende inkomen een belangrijke voorwaarde is om gezond te leven, tegelijkertijd weet je óók dat het vergroten van het inkomen in jouw project niet binnen de mogelijkheden behoort (en dat een landelijke oplossing hiervoor niet op korte termijn in beeld komt), en je bent ervan overtuigd dat er ook door in te zetten op gedragsverandering veel winst te behalen valt. Wat doe je?

Verdere informatie/links

De Ethische Data Assistent

Integrity Games

 

2.9 Disseminatieplan

Hier wordt nog gewerkt aan de tekst, voor ondersteuning op dit vlak neem contact op met jouw lokale onderzoeksupport

2.10 Onderwijs betrekken

Wat houdt het in?

Op hogescholen zoals de HU en de HvA is het streven om zoveel mogelijk te werken binnen de driehoek: onderwijs, onderzoek en praktijk. Daarom leren studenten, als onderdeel van hun beroepsopleiding, om onderzoekend vermogen te ontwikkelen. En worden zij, wanneer en waar dat mogelijk is, door docenten en/of onderzoekers betrokken bij onderzoeksprojecten en fieldlabs in organisaties en wijken. De inzet van studenten kan op verschillende manieren vorm krijgen. Bijvoorbeeld als opdracht binnen een vak, een stage of als afstudeeropdracht. Soms is het de bedoeling dat studenten zelf een onderzoeksonderwerp/onderzoeksvraag bedenken, soms krijgen ze onderwerpen en opdrachten aangeleverd vanuit de praktijk. Het komt ook voor dat studenten participeren in een groter project dat uitgevoerd wordt vanuit een lectoraat of kenniscentrum; dan voert de student meestal een (deel)onderzoek uit dat aansluit bij (of onderdeel is van) een reeds lopend project. Als het gaat om bachelor studenten, wordt dit soort onderzoek vaak ‘leeronderzoek’ genoemd, om het te onderscheiden van wetenschappelijk onderzoek. Als het onderzoek van masterstudenten betreft, kan het soms wel gekarakteriseerd worden als wetenschappelijk onderzoek en dan is altijd de NGWI van toepassing.

Wat heb je er aan?

Het betrekken van studenten bij een onderzoek heeft als voordeel dat je als onderzoeker over extra menskracht beschikt. Studenten kunnen bijvoorbeeld helpen met dataverzameling, of ze kunnen een aanpalende opdracht uitvoeren die voor het project relevant is, maar waar je zelf niet aan toe komt. Voor studenten betekent het dat ze wat ze geleerd hebben in het onderwijs kunnen toepassen in - en relateren aan - de beroepspraktijk en tevens dat ze (nieuwe) kennis kunnen opdoen. Voor het onderwijs en voor de praktijk betekent het dat er een wisselwerking op gang komt waarin actuele en recente onderzoeksgegevens meegenomen kunnen worden (disseminatie van kennis en ervaringen). Dit is des te meer het geval wanneer er ook docenten (als begeleider van de deelnemende studenten) betrokken zijn bij het project. Voor subsidiegevers is zulke kennisoverdracht vaak ook een vereiste. In sommige projecten is het van meerwaarde om studenten uit verschillende studierichtingen en/of beroepsgroepen met elkaar samen te laten werken aan het beantwoorden van een onderzoeksvraag.

Hoe doe je het?

Wanneer je zelf werkzaam bent op een hogeschool als docentonderzoeker, ben je waarschijnlijk op de hoogte van de procedures die er zijn om studenten te werven voor inzet bij projecten. Wanneer je werkt in een praktijkorganisatie, of als onderzoeker zonder betrokkenheid bij het onderwijs, is het de moeite waard om na te gaan welke mogelijkheden er zijn binnen de hogeschool in jouw regio. Omdat de eisen overal kunnen verschillen (bijvoorbeeld ten aanzien van de tijd die studenten mogen besteden aan een onderzoek, welke samenwerkingspartners geschikt zijn en wat voor soort opdrachten studenten mogen/moeten uitvoeren) en het onderzoek/project altijd moet passen binnen de onderwijsplanning van een opleiding, is het raadzaam bijtijds contact te zoeken, liefst al in de fase van projectvoorbereiding.

Daarnaast is het belangrijk om goed na te denken, en met de desbetreffende opleiding(en) te overleggen, over hoe de studenten voorbereid worden op de taken die ze moeten gaan uitvoeren in het kader van het project. Het kan bijvoorbeeld zijn dat ze een speciale training nodig hebben om interviews af te kunnen nemen, of dat ze moeten leren om met een bepaald softwareprogramma te werken. Ook is het heel belangrijk om studenten goed te informeren (en instrueren) over eisen met betrekking tot uitwisseling van (persoons)gegevens en om afspraken te maken met de opleiding over samenwerkingsovereenkomsten, eventuele geheimhoudingsplicht en van wie de verzamelde data zijn, waar die bewaard worden, etc.

Vanuit het landelijk hogescholennetwerk OnderzoeksIntegriteit In Onderwijs (OIIO) wordt gewerkt aan een materialenbank (die geplaatst wordt op de website van NRIN) waar werkvormen en instructies voor studenten en docenten te vinden zijn, gericht op het doen van ethisch verantwoord en integer studentonderzoek. 

Verdere informatie/links

Integriteit studentonderzoek (alleen met HU-account)

 

2.11 Burgerparticipatie

Hier wordt nog gewerkt aan de tekst, voor ondersteuning op dit vlak neem contact op met jouw lokale onderzoeksupport

Alle voorbereiding gedaan, en de opzet gereed? Dan kan het onderzoek écht van start! Als alles goed is gegaan in de eerdere stappen, kan het plan nu worden uitgevoerd. Maar dat betekent niet dat je achterover kan leunen: juist in de uitvoering Kunnen onverwachte zaken zich voordoen; dataverzameling loopt anders dan verwacht, een vragenlijst blijkt niet goed aan te sluiten bij de doelgroep, of je loopt tegen ethische dilemma's aan. 

Om ook in deze fase van het onderzoek te zorgen voor transparantie en helderheid zijn grofweg 2 onderdelen essentieel: - vastleggen van veranderingen en keuzes (bijv. in een logboek, of aanpassen van eerdere documenten)

- communiceren met stakeholders, deelnemers en uitvoerders

In de volgende paragrafen kom je stappen tegen die in deze fase van het onderzoek genomen kunnen worden.

3. Onderzoek uitvoeren

3.1 Tussentijdse bijstelling datamanagementplan (DMP)

Wat houdt het in?

Het datamanagementplan - ook wel DMP - is een ‘levend’ document dat de onderzoeker gedurende de looptijd van het project regelmatig moet controleren en actualiseren. Dit DMP is gemaakt in de voorbereidende fase van het onderzoek 
(zie 2.3 datamanagementplan) en beschrijft hoe er met data wordt omgegaan in het project.

Wat heb je er aan?

Een project kan anders verlopen dan gepland. Tijdens de uitvoering van een project kunnen er bijvoorbeeld onvoorziene gebeurtenissen optreden, kan er voortschrijdend inzicht zijn over de aanpak of wordt er nieuwe software geïntroduceerd waarvan de projectgroep gebruik wil maken. Deze gebeurtenissen kunnen het datamanagement beïnvloeden. Het DMP wordt dan aangepast. In het DMP is beschreven welke data tijdens een onderzoeksproject worden verzameld en hoe dit gebeurt, hoe deze data tijdens het project worden bewaard, beheerd en gedeeld, welke voorzieningen daarvoor worden gebruikt, of er juridische of ethische bezwaren zijn tegen het delen van data, wat er na afloop van het project met de data gebeurt en hoe en waar deze (voor de langere termijn) worden bewaard.

Hoe doe je het?

Pas de punten aan die je wilt veranderen, en geef daarbij aan waarom je die veranderingen doorvoert. Zorg voor een duidelijk versiebeheer. Plan bij de aanvang van het project momenten in (bijvoorbeeld elk half jaar) waarop je het DMP doorneemt en zonodig aanpassingen doorvoert. Datastewards kunnen adviseren bij het aanpassen van een DMP.

Verdere informatie/links

Handreiking RDM-beleid gedurende het gehele onderzoekproces
 

3.2 Kennisuitwisseling PREVENT

Wat is het

Kennisuitwisseling over integrale wijkgerichte preventie is een kernactiviteit van PREVENT. De kennisuitwisseling is gericht op de inhoud en op onderzoeksmethoden.

Wat heb je eraan

Door kennis te delen over inhoud en methoden wordt PREVENT een stevige onderzoeksgroep. We leren van en met elkaar en zetten in op duurzame borging van de kennis.
Doelen van de bijeenkomsten:
-    PREVENT leren kennen (weten wat PREVENT-onderzoek in beeld brengt)
-    Kennis vergroten (antwoorden op de PREVENT-onderzoeksvragen krijgen)
-    Kennis toepassen (weten wat PREVENT-onderzoek voor de praktijk betekent)
-    Methoden leren kennen (weten hoe je PREVENT-onderzoek kunt uitvoeren)
-    Vaardigheden vergroten (ervaring opdoen met toepassen van kennis en methoden)?
-    PREVENT-experts leren kennen (weten wie je waarvoor kunt benaderen)

Hoe doe je het

De PREVENT-bijeenkomsten worden geïnitieerd door HU en HvA (specifiek: ...). Zij inventariseren bij partners en fieldlabs op welke thema's de kennisuitwisseling gewenst is.
De bijeenkomsten zijn verschillend van aard en afgestemd op de specifieke behoeften en doelgroep. Dit kunnen bijvoorbeeld leerbijeenkomsten en seminars zijn of workshops en trainingen gericht op professionalisering. Tijdens deze activiteiten kun je verzamelde kennis over de inhoud en methoden delen (actief en passief).
Ook ontwikkelde producten kunnen worden gedeeld met elkaar, in de kennisbank op de website van PREVENT.

Verdere informatie/links

Prevent website: https://sprongprevent.nl/

3.3 Professionalisering PREVENT

Wat is het 

PREVENT besteedt veel aandacht aan professionalisering in de vorm van cursussen en intervisie. Dit wordt georganiseerd door de Prevent Academy. Voor projecten is er een quickscan Beschikbaar om te kijken op welke gebieden professionalisering gewenst is.

Wat heb je eraan

Los van de eigen professionalisering komt het een project enorm ten goede wanneer er samen aan professionalisering gedaan wordt. Dat zorgt voor de nodige expertise in het team, maar maakt het ook makkelijker om het gesprek over kwaliteit en procedures te voeren onderling.

Hoe doe je het 

Je kunt je opgeven via de PREVENT-website. Wanneer je zelf een specifieke wens hebt, kun je ideeën delen.

Verdere informatie/links

PREVENT academy

3.4 Bespreken ethische dilemma's

Wat houdt het in?

Ethische vragen ontstaan wanneer waarden en normen conflicteren. Bij samenwerking met verschillende stakeholders kan dit de samenwerking belemmeren. Het kan ook voorkomen dat een deelnemer of onderzoeker in een project zelf in een moreel dilemma terechtkomt, wanneer persoonlijke waarden en normen botsen met professionele of publieke normen. Wat moet je bijvoorbeeld doen, wanneer je zelf vindt dat een bepaalde kwetsbare groep of persoon extra aandacht nodig heeft, maar de organisatie waar je werkt, of de overheid die de zorg (of: een project) bekostigt stelt dat hier geen geld (dus tijd) voor is? Een gesprek over zulke ethische vragen en morele dilemma's wordt regelmatig aangeduid met de term ‘moreel beraad'. In een moreel beraad wordt een gespreksinstrument gebruikt om met een groep, bestaande uit zoveel mogelijk verschillende betrokkenen/stakeholders op gestructureerde wijze een vraagstuk vanuit meerdere perspectieven te verkennen.  Daarnaast zijn er ook verschillende werkvormen om in een concrete (probleem)situatie een dialoog aan te gaan wanneer ethische vragen zich voordoen.

Wat heb je eraan

Afhankelijk van de context van een project, de omgeving waarin het plaatsvindt en de stakeholders die erbij betrokken zijn, kunnen ethische kwesties op verschillende momenten ontstaan. Soms gebeurt het ook, dat gaandeweg een project blijkt dat de onderzoeksvraag eigenlijk aangepast dient te worden, of dat de onderzoeksmethode vragen oproept, of dat er misschien best gevoelige data worden verzameld. Het is altijd zinvol om op zulke momenten in gesprek te gaan met alle betrokkenen om gezamenlijk te zoeken naar antwoorden en oplossingen. Dit voorkomt dat deelnemers afhaken of gefrustreerd raken. Een moreel beraad leidt tot meer begrip voor elkaar en tot inzicht in de complexiteit van een kwestie; en meestal ook tot zicht op ethisch verantwoorde handelingsalternatieven die een antwoord op de ethische vraag of een uitweg uit het morele dilemma bieden. Voor onderzoekers en/of projectdeelnemers betekent dit, dat zij hun keuzes en beslissingen beter kunnen onderbouwen.  

Hoe doe je het 

Er bestaan vele werkvormen die geschikt zijn om een dialoog over ethische kwesties aan te gaan, evenals voor moreel beraad met een groep betrokkenen; waaronder ook spelvormen, zoals het dilemmaspel met PREVENT-dilemma's. Een aantal van deze werkvormen kan iedereen zelf toepassen, en er zijn er ook die beter werken wanneer ze onder begeleiding worden toegepast. Binnen de HU zijn verschillende docenten en onderzoekers werkzaam die hiervoor benaderd kunnen worden. 

Voorbeeld

Dillemmaspel

In het wijkcentrum komen gezondheidszorg- en welzijnsprofessionals elkaar regelmatig tegen. Ook veel bewoners uit de wijk, voor wie in het wijkcentrum allerlei activiteiten plaatsvinden, zijn er vaak te vinden. Bijvoorbeeld meneer Jansen, afgekeurd voor werk vanwege rugklachten. Hij neemt als wijkbewoner deel aan een project waar jij ook bij betrokken bent. Hij heeft flink overgewicht, maar hij vertelt dat hij 4 dagen per week diepvriespizza eet en nooit heeft kunnen wennen aan koffie zonder suiker. Hij klaagt over pijn in zijn benen en vertelt dat hij thuis bijna de trap niet meer op komt.

Wat doe je?

A.    Ik heb geleerd dat mensen, zolang ze wilsbekwaam zijn, zelf autonoom hun leven vorm moeten kunnen geven en ik respecteer culturele verschillen, dus ik bemoei me niet met zijn eetgewoonten en leefstijl.

B.    Ik weet wel dat ik hem ertoe zou moeten bewegen om te gaan sporten en anders te eten, maar ik weet toevallig ook dat hij klant is bij de voedselbank, dus ik neem het hem niet kwalijk als dit niet lukt omdat hij er geen geld voor heeft.  

C.    Ik kom de wijkverpleegkundige tegen bij de koffieautomaat en deel mijn zorgen over meneer Jansen met haar; het past bij haar taken en verantwoordelijkheden om een keer contact met hem op te nemen.  

D.    Ik pleit voor het opzetten van een nieuw project, waarin we wijkbewoners kunnen overtuigen van de noodzaak om gezonder te leven.

Gespreksinstrument voor dilemmagesprek

     Stap 1: Formuleer het dilemma.

Deze stap bestaat uit verschillende onderdelen. De gespreksleider kan de volgende vragen stellen:
·    Wat is er aan de hand? De inbrenger beschrijft de situatie.
·    Formuleer twee kanten van het dilemma in één zin. “Als ik…, als ik…”
·    Formuleer de (morele) vraag. Mag ik, moet ik, kan ik…?
·    Geef je intuïtieve oordeel.
 
     Stap 2: Benoem de waarden en normen die op het spel staan. 

Maak een tabel met daarin de waarden, normen en betrokkenen

Waarden Normen Betrokkenen
     

      
     Stap 3: Vindt alternatieve mogelijkheden. 

Hoe kun je uit het dilemma komen?

     Stap 4: Maak een afweging en een keuze. 

Onderbouw deze vanuit waarden.

 

Verdere informatie/links:

Moreelberaad@hu.nl 

HU-site: moreel beraad (inlog nodig)

Netwerk Ethiek Ondersteuning Nederland

 


 

3.5 Tussentijdse disseminatie / contact stakeholders

Hier wordt nog gewerkt aan de tekst, voor ondersteuning op dit vlak neem contact op met jouw lokale onderzoeksupport

3.6 Logboek

Wat is het 

Tijdens het uitvoeren van het onderzoek, met name gedurende de dataverzameling, maak je vaak allerlei keuzes die op dat moment volkomen logisch zijn, maar die soms aan het eind van de dataverzameling als je gaat schrijven lastig terug te halen zijn. Ook is het bij alle projecten waar je samenwerkt met andere onderzoekers nodig om afspraken te maken over afstemming, besluitvorming, en vastlegging daarvan. Daarvoor is een logboek nodig.

Wat heb je eraan

Ten eerste is het goed projectmanagement om tijdens de uitvoering keuzes, overwegingen en bijzonderheden vast te leggen. Wanneer je samenwerkt met anderen is dat zelfs noodzakelijk om op dezelfde manier bijv. dataverzameling uit te voeren. Ten tweede helpt het enorm in de verantwoording naar anderen, zeker achteraf maar ook tussentijds, denk aan subsidieverstrekkers, professionals, praktijkpartners, maar ook reviewers bij een publicatie. Als laatste is het voor jouw eigen proces nuttig; door een logboek bij te houden maak je ook voor jezelf bepaalde keuzes en overwegingen inzichtelijk, waardoor je in de praktijk vaak dieper nadenkt over de onderliggende keuzes dan als je ad hoc beslissingen neemt over bijv. in/exclusie.

Hoe doe je het 

In de basis is een Word- of Excel-document natuurlijk geschikt. Wanneer je samenwerkt wordt het al belangrijker om na te denken over de toegankelijkheid voor anderen tijdens het schrijven. Essentieel is de afspraken die je maakt: hoe vaak schrijf je? hoe vaak deel je? Wat schrijf je wel of juist niet op, en hoe uitgebreid? Door tijdig (voor start dataverzameling) dat gesprek te voeren zorg je dat je met elkaar dezelfde werkwijze hanteert en het later makkelijk inzichtelijk is. 

Verdere informatie/links

Artikel (engelstalig): Keeping and using Reflective Journals in the Qualitative Research Process

3.7 Betrekken bewoners / burgerparticipatie

Wat is het 

Het betrekken van bewoners is een kerndoel van PREVENT. Dit gebeurt in de Fieldlabs en in projecten, en is onderdeel van kennisuitwisseling en professionalisering. Voorbeelden van manieren waarop PREVENT hieraan werkt zijn: ethisch community-based werken waarbij we participatieve methoden van actieonderzoek en co-creatie benutten. 

Wat heb je eraan

Bij het implementeren is het extra belangrijk dat wat je wilt implementeren, bijv een werkwijze of een interventie, gedragen is door degenen die het gaan implementeren en ontvangen. Als het goed is, zijn deze stakeholders al betrokken geweest in eerdere fasen waarin werd nagedacht over de inhoud en de vorm van de te implementeren werkwijze of interventie. 

Uit de literatuur zijn verschillende raamwerken bekend die beschrijven welke factoren belangrijk zijn bij implementatie. Deze raamwerken beschrijven onder andere factoren op het niveau van degene die de werkwijze of interventie implementeert (bijv. een wijkverpleegkundige) of degenen die de interventie ontvangt (bijv een bewoner). Deze raamwerken zijn helpend om na te denken over zogenaamde implementatiestrategieën om deze factoren zo goed mogelijk te beïnvloeden.

Hoe doe je het 

Specifiek voor het betrekken van bewoners bij de implementatie kan het helpend zijn om juist diegenen te vinden die enthousiast zijn en hen in te zetten als ‘champion’. Dit is één van de mogelijke implementatiestrategieën. Deze ‘champion’ kan anderen enthousiasmeren en op die manier meer mensen laten deelnemen aan de interventie.
Daarnaast is het belangrijk om te achterhalen wat de grootste barrières en facilitators zijn bij de bewoners om een interventie wel of niet te gaan gebruiken. Hiervoor is het belangrijk om met bewoners in gesprek te gaan en samen na te denken over acties die de barrières kunnen wegnemen en bevorderende factoren kunnen versterken (de acties noemen we implementatiestrategieën).

4. Analyse

4.1 Betrouwbaarheid, validiteit en reproduceerbaarheid

Hier wordt nog gewerkt aan de tekst, voor ondersteuning op dit vlak neem contact op met jouw lokale onderzoeksupport

4.2 Exploratief vs. confirmatief

Wat houdt het in?

Bij confirmatief onderzoek probeer je hypothesen te bevestigen, bij exploratief onderzoek ben je data aan het verkennen om nieuwe ideeën te genereren. Het is belangrijk om tijdens de analyse goed in de gaten te houden welk deel confirmatief en welk deel exploratief is, en dit ook vast te leggen en te rapporteren. Hiervoor kijk je ook terug naar het vooropgezette onderzoeksplan en pre-registratie (zie ook 2.7). 
Je kunt ook een onderscheid maken tussen confirmatieve analyses en exploratieve analyses. Bij confirmatieve analyses voer je de analyses exact uit zoals je die van tevoren in een pre-registratie hebt vastgelegd in het analyseplan. Als een analyse afwijkt van het analyseplan, is er sprake van een exploratieve analyse.

Wat heb je eraan?

Door duidelijk te maken welk deel van jouw onderzoek exploratief en welk deel confirmatief is, zorg je voor een duidelijke boodschap. Voor een lezer versterkt dit het vertrouwen in jouw deskundigheid en daarmee in jouw bevindingen. Ook voorkom je (deels) dat anderen jouw bevindingen verkeerd als bevestigend interpreteren als ze dat niet zijn.

Hoe doe je het 

In de publicatie of andere uitingen geef je duidelijk aan of je exploratief te werk bent gegaan of confirmatief, of allebei en dan op welke delen. Het makkelijkst is dat als je kan verwijzen naar een pre-registratie of onderzoeksplan, maar dat is niet noodzakelijk. Verder kan je in het taalgebruik letten op welke conclusies je kan trekken, en hoe stevig je die verwoord.

Verdere informatie/links

Artikel (engelstalig): Different worlds Confirmatory versus exploratory research
 

4.3 Beantwoorden PREVENT kennisvragen

Hier wordt nog gewerkt aan de tekst, voor ondersteuning op dit vlak neem contact op met jouw lokale onderzoeksupport

5. Disseminatie / verspreiding resultaten

5.1 Open Access publiceren

Wat is het

Open access (vaak afgekort als OA) betekent dat publicaties, zoals artikelen, data en boeken, vrij toegankelijk zijn voor iedereen.  Je hoeft er niet voor te betalen, en je mag de informatie vaak ook vrij gebruiken en delen, zolang je de oorspronkelijke auteurs correct vermeldt.

Wat heb je eraan

Vanuit de onderzoeker: je artikelen worden sneller en vaker gelezen en geciteerd, wat goed is voor de zichtbaarheid en impact. Je draagt bij aan een wetenschappelijke samenwerking wereldwijd. Het laat zien dat je onderzoek maatschappelijke waarde heeft. Kortom: open access maakt kennis eerlijker, sneller en breder toegankelijk.

Vanuit anderen: Open Access zorgt ervoor dat jij altijd toegang hebt tot de publicatie, of je een abbonnement of instituutsaccount hebt of niet. Zo zijn er bronnen die voor deze routekaart gebruikt zouden worden, maar doordat ze niet open access beschikbaar zijn niet als toegankelijke link gedeeld kunnen worden. 

Hoe doe je het 

Als je zelf een artikel wil publiceren (onderzoeker) zijn er 3 manieren om open access te publiceren:

1. Gouden route:  je publiceert je artikel direct in een tijdschrift dat Open Access aanbiedt. Het artikel is dan meteen voor iedereen vrij toegankelijk. Vaak moet je een Article Processing Charge betalen.

2. Groene route: je publiceert in een regulier (gesloten) tijdschrift maar je plaatst zelf een versie van je artikel in een open repository zoals die van de HU onderzoek (Sharekit) of Zenodo. Soms zit er een embargo periode op (bijv. 6 -12 maanden).

3. Diamanten route: je publiceert gratis en open, geen kosten voor de onderzoeker of de lezer. Wordt vaak gefinancierd door universiteiten, hogescholen.

Los van bovenstaande routes kan je ook gebruik maken van de PREVENT website, en worden Researchgate en Linkedin ook vaak gebruikt om publicaties te delen. 

Verdere informatie/links

Expertisecentrum diamond open access NL
 

5.2 Bijeenkomst(en) voor doelgroep en professionals

Wat is het 

Om de bevindingen van jouw project/onderzoek goed te verspreiden heb je meer nodig dan een publicatie, of een interne presentatie voor de werkgroep. Afhankelijk van het project kan je natuurlijk met alle stakeholders een sessie organiseren, maar je kan ook denken aan je laten interviewen, het maken van een podcast, of andere manieren waarop je jouw boodschap breder naar buiten kan brengen dan de gebruikelijke kanalen.

Wat heb je er aan

Hiermee bereik je niet alleen de al geïnteresseerde professionals, maar maak je het ook toegankelijk voor meer zijdelings betrokken burgers/professionals/onderzoekers. Ook heb je met bijv. een podcast of filmpje een makkelijker deelbaar product dat via sociale mediakanalen gedeeld kan worden. Hiermee vergroot je de impact, en de kans op toekomstige samenwerkingen en projecten. Als laatste is het voor jouw CV handig als je openbaar beschikbare producten kan opvoeren.

Hoe doe je het 

Behalve het fysiek of digitaal organiseren van bijeenkomsten, kan je gebruik maken van verschillende ondersteunende diensten voor het maken van filmpjes/podcasts/materialen. Kijk bijvoorbeeld bij de HU of HvA op het aanbod van de bibliotheek.

Verdere informatie/links


 

5.3 Naar onderwijs

Hier wordt nog gewerkt aan de tekst, voor ondersteuning op dit vlak neem contact op met jouw lokale onderzoeksupport

5.4 Materialen beschikbaar maken

Wat is het 

Niet alleen de conclusies uit het project zijn interessant, vaak zijn ook de materialen en middelen die je hebt ingezet bij bijv. dataverzameling bruikbaar voor andere onderzoekers of geïnteresseerde burgers/professionals. Denk dan aan een logboek, enquêtevragen, interviewleidraden, informatiebrieven, maar ook tussenproducten, video's, en bijv. interne reviews van het project. Vaak zijn deze materialen niet privacygevoelig en kan je ze simpel open delen.

Wat heb je eraan

Behalve dat het delen van onderzoeksmaterialen heel fijn kan zijn voor andere onderzoekers, geïnteresseerden en onderwijs, vergroot het ook de vindbaarheid en kans op samenwerking. Daarnaast is het voor 'future you' handig; als je jouw materialen in een repository hebt staan met een link in bijv. een artikel, kan je altijd en overal makkelijk jouw eigen bestanden terugvinden en hergebruiken.

Hoe doe je het 

Het mooist is als er 1 plek is waar je zowel de (eventuele) data als de materialen kan plaatsen, waar je vanuit een publicatie of projectsite naar kan linken. Dat kan vanuit de HU op Dataverse, vanuit de HvA op figshare. Alternatief is het Open Science Framework (OSF), of als het meer met analysecode te maken heeft bijvoorbeeld github.

Voorbeeld

Verdere informatie/links
Dataverse, Figshare, OSF, Github.

6. Afronding / Archivering

6.1 Data-opslag en documentatie (lange termijn)

Hier wordt nog gewerkt aan de tekst, voor ondersteuning op dit vlak neem contact op met jouw lokale onderzoeksupport

6.2 Leren en evalueren

Wat is het

Aan het eind van een project wil je natuurlijk terugkijken, evalueren, en daar van leren. Een voorbeeld daarvan is de Lerende Evaluatie Integrale wijkgerichte preventie. De doelstelling is om diverse partijen, fieldlabs en onderzoeksprojecten te stimuleren, te ondersteunen en te inspireren om integrale wijkgerichte preventie verder te brengen door inzicht te geven in ontwikkelingen en ervaringen. Het gaat hierbij om ontwikkelingen rond en ervaringen met integrale samenwerking met professionals, samenwerking met actieve bewoners en vrijwilligers en moeilijk bereikbare groepen.

Wat heb je eraan

Door inzichten (kort) cyclisch te delen met alle betrokkenen kan tussentijds worden bijgestuurd door de partijen, fieldlabs en onderzoeksprojecten om daarmee de integrale wijkgerichte preventie verder te brengen.

Hoe doe je het 

Je beantwoordt samen de volgende vragen:

      Hoofdvraag

Wat is er nodig om integrale wijkgerichte preventie verder te brengen?

      Onderzoeksvragen 

1.    Op welke wijze hebben betrokken partijen, fieldlabs, en projecten zich ingezet om integrale wijkgerichte preventie verder te brengen?

2.    Hoe ontwikkelt de integrale wijkgerichte preventie /kennisinfrastructuur zich?

3.    Wat zijn de belangrijkste leerervaringen van partners, fieldlabs en projecten? 

4.    Wat is er nodig om integrale wijkgerichte preventie op specifieke thema’s, fieldlabs en projecten verder te brengen?

5.    Hoe worden ervaringen uitgewisseld tussen partners, fieldlabs & projecten en wat kunnen ze van elkaar leren? 

6.    Wat zijn de uitkomsten gerelateerd aan de ambities/thema’s van integrale wijkgerichte preventie/kennisinfrastructuur?


Verdere informatie/links
Het LISO-handboek: Verbeter samen het sociaal domein met leernetwerken volgens de LISO-werkwijze
 

  • Het arrangement Routekaart Prevent - Open onderzoek is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    Daan Ornée
    Laatst gewijzigd
    11-02-2026 12:08:12
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    In deze routekaart vind je uitleg, advies en links naar verdere informatie voor alle stappen van onderzoek, van conceptfase tot publicatie en archivering. Denk dan aan methodieken als cirkelen rond je onderzoek (vraagarticulatie), software waar je makkelijk mee kan samenwerken, hoe om te gaan met student-onderzoekers, citizen science, open, transparant en efficiënt onderzoek uitvoeren, en verantwoord data-management. Deze routekaart is toegespitst op het onderzoek behorend bij het sprongproject PREVENT, maar is uiteraard breder toepasbaar. De informatie is voor iedereen toegankelijk, sommige tools zijn specifiek beschikbaar voor onderzoekers aan de HU of de HvA. Waar beperkte toegang beschikbaar is staat dat expliciet vermeld, waar mogelijk met een generiek alternatief. Deze routekaart is een initiatief vanuit werkpakket kwaliteit van PREVENT, gevoed door vraagstukken vanuit de verschillende werkpakketten en fieldlabs.
    Leerniveau
    WO - Bachelor; HBO - Master; HBO - Bachelor;
    Leerinhoud en doelen
    Psychologie; Sociale wetenschappen;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Trefwoorden
    fair, fieldlabs, hu, hva, kwaliteit, onderzoek, open science, prevent, routekaart, sprong
  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.