Computer-works

Computer-works

Module 1: Computer-basics

Basisvaardigheden

Je computer of laptop van binnen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

'Poorten' op de laptop

Bekijk de zijkant van je laptop. Welke 'poorten' zie je en wat kun je er mee?

Hoe werkt een computer deel 1

Hoe werkt een computer deel 2

Wifi

Wat is wifi

Bekijk de onderstaande Klokhuis over wifi.

https://hetklokhuis.nl/tv-uitzending/5495/wifi

 

Wifi op je eigen laptop

Laat je thuis helpen door een ouder/ verzorger en volg de onderstaande stappen:

  1. Ga thuis naar get.eduroam.org/app
  2. Kies Windows. Installeer de download, druk op 'Connect to eduroa' ,
  3. Bij selecteer organisatie zoek je Csg Liudger
  4. Log vervolgens in met SOM
  5. Geef toestemming via de knop 'Approve'

Bekijk eventueel de onderstaande file.

Printen

Printen

Voor het printen moet er 2 zaken geregeld worden. Printerprogramma , Papercut, downloaden en installeren en het pasje van de leerling moet gekoppeld worden aan de printer.

Onderdeel 1:

Ga naar Fierderonderwijs.mynetpay.nl, inloggen met Csg Liudger account, Klik het groene blok aan, klik op het woord Windows en de download start. Deze download moet geïnstalleerd worden (menu volgen), in dit programmatje inloggen met Csg Liudger account.

Onderdeel 2:

Met een pasje naar een printer (maakt niet uit welke), inloggen met Csg Liudger account. Na inlognaam op vinkje drukken en na wachtwoord op vinkje drukken daarna bevestigen met vinkje.

Teams

Wat kun je vinden in de Teams balk

Opdracht Teams:

Ga in Teams en ga dan naar 'Opdrachten' en voer de opdracht die daar staat uit.

Mappen maken en OneDrive

Mapjes maken in je verkenner.

Ga naar de verkenner, het gele mapje onder in de taakbalk. Druk op de rechter muisknop en ga met het pijltje, je cursor, naar 'nieuw' en ga vervolgens naar 'Map' en klik hier op. Je kunt nu meteen de naam van deze map veranderen.

Maak voor elk vak dat je hebt een map op deze manier.

 

Je OneDrive instellen.

Ga naar de 'verkenner' en zoek OneDrive, het blauwe wolkje. Controleer of deze gekoppeld is met Fierder Onderwijs. Als dit niet zo is dan gaan we dat instellen. Ga naar het blauwe wolkje onder in de taakbalk bij de tijd en datum.

Klik op het tandwieltje en klik vervolgens op account. Voeg nu een Account toe, je school-account. Ontkoppel je persoonlijke account met 'Deze pc ontkoppelen'. Volg de installatie.

OneNote

Goaley (leerdoelen checken)

Goaley om te laten zien wat je kan.

Goaley starten. In Teams ga je naar de 3 puntjes links onder in de zij-balk. Zoek bij app zoeken Goaley op.

Als Goaley niet in Teams start ga naar de 3 puntjes naast nu presenteren en klik op 'Naar de website gaan'.

Log in en klik op de plus, vul de code, die je van je docent krijgt, in.

1A xexue
1B ta6np
1C otf78
1D slbsm
1E metkt
1F 6kb32
1G vvvn3

Nu kun je jezelf scoren. Rood is: dit kan ik niet, Oranje is: dit vind ik nog moeilijk, Groen is: dit kan ik en de blauwe ster is: ik kan het aan een ander uitleggen.

 

Portfolio

Module 2: PowerPoint

Opdracht

Deze module ga je werken met PowerPoint. Voor de opdracht kijk je bij je klas.

Voor de onderdelen die je in je PowerPoint moet verwerken ga je naar PowerPoint Hulp. Hierin vind je een beschrijving en soms een filmpje, hoe je iets kunt doen in PowerPoint.

Je PowerPoint moet de volgende onderdelen bevatten.

  • Minimaal vijf dia’s.
  • Er zitten minstens drie plaatjes in de PowerPoint.
  • Er zitten een paar verschillende ingebrachte ‘’overgangen’’ van de ene dia naar de andere dia in de presentatie.
  • Er zitten minimaal twee ‘’animaties’’ in.
  • Er zitten links in naar de websites die je gebruikt hebt als bron, dit zet je in de woorden die je in jouw PowerPoint gebruikt.
  • Je geeft alle dia’s een mooie achtergrond of ontwerp.

 

Voor de opdracht PowerPoint klik je op je klas.

1A
1B
1C
1D
1E
1F
1G

 

 

 

Goaley (leerdoelen PowerPoint)

Goaley om te laten zien wat je kan in PowerPoint.

Goaley starten. In Teams ga je naar de 3 puntjes links onder in de zij-balk. Zoek bij app zoeken Goaley op.

Als Goaley niet in Teams start ga naar de 3 puntjes naast nu presenteren en klik op 'Naar de website gaan'.

Log in en klik op de plus, vul de code, die je van je docent krijgt, in.

1A ioev9
1B el3kv
1C b8hoq
1D uw8dj
1E qdy08
1F 7mcr2
1G 9fvp8

Nu kun je jezelf scoren. Rood is: dit kan ik niet, Oranje is: dit vind ik nog moeilijk, Groen is: dit kan ik en de blauwe ster is: ik kan het aan een ander uitleggen.

 

PowerPoint hulp

Starten

  • Ga naar Start.
  • Typ in het zoekvenster Powerpoint.
  • Klik op het icoontje

Na het starten krijg je deze pagina.

Maak een keuze:

  • Een lege presentatie
  • Een rondleiding
  • Een thema.

 

Klik op meer thema's voor een uitgebreide keuze.

Maak een keuze.

Dit thema heeft 4 mogelijkheden, maak een keuze en klik op Maken.

 

Dia toevoegen

Een nieuwe dia toevoegen.

  • Klik  in het Lint op het tabblad Start.
  • Klik daarna op Nieuwe dia.
  • Of gebruik de toetsencombinatie CRTL+M

 

Nog een andere manier om een nieuwe dia te maken.

  • Klik in de Overzichtsweergave met de Rechtermuisknop op een dia.
  • Maak in het pull-down menu je keuze.

of

  • Klik in de Overzichtsweergave met je Rechtermuisknop op een dia.
  • Gebruik de toetsen CTRL+C
  • Ga daarna naar de plek waar je een dia wilt hebben en gebruik de toetsen CTRL+V

Afbeelding toevoegen

 

  • Klik  op het tabblad Invoegen.
  • Klik op Afbeelding.
  • Zoek op je laptop naar een afbeelding die je hebt opgeslagen.
  • Voeg de Afbeelding in, door op de knop invoegen te klikken.

Meer opties

  • Je kunt ook online afbeeldingen invoegen
  • Of een schermopname.
  • Een fotoalbum kan ook.
  • Probeer de mogelijkheden maar eens uit.

 

 

Diavoorstelling

Heb je alle dia`s klaar (ongeveer 5), dan ga je kijken of het één mooi geheel is.
Bij het tabblad Diavoorstelling kun je alle dia`s achter elkaar laten afspelen.
 
 
 
 
  • Helemaal links staat: Vanaf begin.
    Klik hierop, je ziet nu de eerste dia op groot scherm, met je muis kan je verder klikken naar de volgende dia`s.
 
Je kunt ook op F5 klikken om de presentatie te starten.
 
Kijk goed of er nog je nog iets wil veranderen.
Bv. een plaatje erbij, andere kleur tekst, allemaal dezelfde achtergrond.
Ben je klaar, sla het bestand dan op.

Lay-out aanpassen

Presentatie aanpassen aan eigen voorkeur.

  • Klik op het tabblad Ontwerpen.
  • Je krijgt dan een overzicht met verschillende Thema's.
  • Je hebt al een thema gekozen, maar die kun je veranderen.
  • Je kunt een ander thema kiezen bij Thema's.
  • Je kunt het bestaande thema aanpassen bij Varianten.
  • Je kunt ook de achtergrond nog aanpassen. Achtergrond opmaken.
  • Onder de knop ontwerpideeën vind je nog meer mogelijkheden.

 

 

 

 

Diaovergang

  • Open je presentatie.
  • Je gaat diaovergangen instellen.
  • Klik op het tabblad Overgangen Je ziet dan verschillende overgangen.
  • Door op het pijltje te klikken krijg je meer mogelijkheden.
  • Ga maar eens wat uitproberen.

 

 

  • Naast de overgangen zie je de knoppen voor Tijdsinstellingen.
    Daarmee kun je de snelheid instellen waarmee de dia's tevoorschijn komen.
  • Of dat een dia na een muisklik tevoorschijn komt.
    Dit moet je uitproberen.

  • Als je een instelling heb aangepast kun je met de knop Voorbeeld zien wat je hebt ingesteld.

 

 

Animatie

Door animaties aan de plaatjes en de tekst toe te voegen wordt je presentatie nog mooier.

  • Klik op het tabblad Animaties.
  • Kies een animatie.
  • Je moet wel eerst op de afbeelding of de tekst klikken om een anmimatie toe te voegen.
  • Met het pijltje naast animaties krijg je meer opties.

 

 

Net als bij Diaovergangen kun je animaties ook instellen op tijd.

  • Gebruik in het menu Tijdinstellingen.
  • Met de knop voorbeeld kun je zien wat je hebt ingesteld.

 

Je kunt ook het filmpje hieronder bekijken:

Aninaties invoegen

Media invoegen

PowerPoint geeft verschillende mogelijkheden om media in te voegen.

  • Klik ophet lint op het tabblad Invoegen
  • Kies de optie Media.
  • Je ziet 3 mogelijkheden.
  • Video, audio en schermopname maken.
  • Probeer de drie mogelijkheden uit.

 

Video invoegen

Gifjes invoegen

Gifjes maken:

Maak een Gifje van video.

De video moet eerst op je laptop staan, geen YouTube link. 

Stap 1: Maak een video-opname van je filmpje dat je wil gebruiken en sla deze op.

Stap 2: Ga naar de site via deze link: Gifjes maker.

Stap 3: Volg de stappen in de gifjes maak site en sla deze op.

Stap 4: Ga naar de downloads en geef je Gifje een nieuwe naam.

Stap 5: Voeg je eigen Gifje als afbeelding toe. ->

Opslaan als presentatie

Als je presentatie helemaal klaar is dan sla je het bestand op als een .ppt bestand.

Daarmee kun je het bestand altijd weer aanpassen.

Wil je de presentatie gelijk starten dan moet je deze opslaan als .pps.

Dat doe je zo:

  • Ga naar Bestand en klik op: Bestand opslaan als.
  • Dan klik je bij Opslaan als op het zwarte pijltje.
  • Kies dan: Powerpoint voorstelling.
  • Klik dan op: Opslaan.

  • Op je laptop zie je bij je bestanden twee keer je presentatie.
  • Klik op de bovenste van de twee op je presentatie te starten.

 

 

Module 3: Word

Opdracht Biologie

Dit onderdeel doen we aan de hand van een opdracht biologie.

 

      1A         1B, 1C      1D, 1E, 1Fm      1G       

 

 

Word hulp

Starten met Word

Wanneer je Word opent, zul je de volgende pagina te zien krijgen (kan enigszins afwijken):

Startpagina word

 

Hier zie je de volgende dingen:

  • Recent: Hier zie je recente bestanden, bestanden die je laatst geopend of bewerkt hebt.
  • Nieuw: Hier kan je een nieuw bestand aanmaken, je krijgt dan verschillende opties voor standaard bestanden waaruit je kan kiezen, bijvoorbeeld een leeg bestand of een CV, brochure of uitnodiging.
  • Openen: Met openen kan je een Word document wat jij (of iemand anders) al gemaakt hebt openen. Zie ook: Bestand openen.
  • Nieuw leeg document: Hier kan je een nieuw leeg document openen. Dit scheelt 1 stap met als je op nieuw klikt, omdat je dus niet hoeft te kiezen wat voor document je wilt maken. Zie ook Nieuw bestand maken.

Bestand opslaan

Wanneer je Word afsluit wil je natuurlijk niet je bestand kwijtraken. Daarom moet je je bestanden opslaan. Je kan dit op twee manieren doen:

  1. Lokaal op jouw computer. Je kan dan niet automatisch laten opslaan dus moet je dat telkens zelf doen. Gebruik dit liever niet. Mocht je laptop stuk gaan, dan ben je ook de bestanden op je laptop kwijt.
  2. Voorkeur, op de OneDrive zoals uitgelegd in de vorige lessen. Je kan dan automatisch opslaan aanzetten, zodat je daar zelf niet meer aan hoeft te denken. Bedenk dan wel dat je het bestand op de OneDrive aan het aanpassen bent. Wil je die ook nog bewaren, sla dan een kopie op.

Opslaan als

Als je je bestand voor de eerste keer wilt opslaan of een nieuwe kopie wilt opslaan, moet je je bestand opslaan via Opslaan als. Je huidige document wordt dan opgeslagen als een nieuw bestand.

Dat doe je via Bestand:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

en dan Opslaan als:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wil je vervolgens jouw bestand opslaan op OneDrive, dan moet je OneDrive eerst gelinkt zijn (zie cursus OneDrive). Klik dan op OneDrive:

Opslaan OneDrive

Vervolgens kan je hier bladeren naar de map waar jij jouw Word-bestand wilt opslaan:

Opslaan OneDrive bladeren

Als je je bestand bovenin ook een naam hebt gegeven en op Opslaan klikt, is je bestand op OneDrive opgeslagen. Je ziet dan als het goed is het volgende bovenin Word:

Automatisch opslaan

Dit betekent dat je bestand automatisch opgeslagen wordt, dat hoef je nu dus niet meer zelf te doen. Het is wel altijd handig dat je even kijkt of er naast je bestandsnaam - Opgeslagen staat voor je Word afsluit, zodat je zeker weet dat alles goed opgeslagen wordt!

Lokaal opslaan

Wanneer je je bestand niet op OneDrive opslaat maar lokaal op jouw computer, dan zul je telkens tussendoor jouw bestand moeten opslaan. Daarvoor kan je de normale Opslaan gebruiken (dus niet “Opslaan als” maar “Opslaan”). Je maakt dan géén nieuw bestand aan, maar overschrijft je oude bestand. Hiervoor kan je ook de shortcut <Ctrl>+<s> gebruiken.

Taal instellen

Om ervoor te zorgen dat Word taalfouten kan herkennen kan je een taal instellen waarop hij de spelling en grammatica checkt. De ingestelde taal in Word vind je linksonder in je scherm. Staat deze niet op de taal waarin je wilt schrijven, selecteer dan alle tekst (shortcut: <Ctrl>+<a>) als er al tekst in het bestand staat en klik vervolgens links onderin op de taal:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het volgende schermpje komt dan omhoog:

Hier kan je vervolgens de taal kiezen waarin jij jouw tekst wil schrijven. Zorg ervoor dat je het vinkje “Geen spelling-of grammaticacontrole uitvoeren” niet aan vinkt, want dat zorgt er dus voor dat hij geen taalfouten zal aangeven. Zie je nou een taalfoutje, wat herkenbaar is aan de rode zigzagstreepjes onder een woord (bijvoorbeeld), dan kan je op het woord klikken met rechtermuisknop, dan worden suggesties gegeven om de fout te verbeteren.

Tekst schrijven

Wanneer je een bestand opent kom je in het bewerkscherm, zoals hieronder. Bovenin heb je natuurlijk alle bewerkopties in de balk staan, dat noem je ook wel het lint. Het lint bestaat uit verschillende tabjes, bijvoorbeeld Start, Invoegen, Ontwerpen, etc. In het Start-tabje staan alle bewerkingsopties die je waarschijnlijk het vaakst gebruikt. In de volgende kopjes bespreken we een aantal van die bewerkopties en functies die erg handig zijn, ook voor school-documenten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tekst stijl

Zo kan je bijvoorbeeld heel gemakkelijk tekst selecteren (met je muis, of shift en pijltjestoetsen) en bold (dikgedrukt), italic (schuingedrukt) of underlined (onderstreept) maken, met de knopjes B, I, U:

Hiervoor kan je ook shortcuts gebruiken (<Ctrl>+<b> voor dikgedrukt, <Ctrl>+<i> voor schuingedrukt, <Ctrl>+<u> voor onderstreept), dat kan sneller werken omdat je dan niet hoeft te switchen tussen je muis en je toetsenbord, maar dat is maar net wat je zelf prettig vindt.

Opsomming

Als je een lijstje in je verslag wilt toevoegen, dan kan je de opsommingsfunctie gebruiken:

 

 

 

 

Ongeordende lijst

Met de linkeroptie maak je een ongeordende lijst ('bolletjes'), dus bijvoorbeeld zo:

 

 

Zoals je ziet kan je verschillende icoontjes instellen om een lijstje mee te maken, je zou zelfs zelf een eigen afbeelding kunnen uploaden:

 

 

 

 

 

 

 

Het werkt overigens ook vaak om gewoon op een nieuwe regel – of * te typen, gevolgd door een spatie. Dan denkt Word al dat je een lijstje wilt maken. Wil je dat nou niet? Typ dan de shortcut ctrl-z, die maakt het ongedaan.

Geordende lijst

Met de tweede optie kan je een geordende lijst maken, dus bijvoorbeeld zo:

 

 

Ook hier kan je verschillende nummering en sub-nummering instellen. Wil je nou zo’n sub-nummering zoals bij 2.a? Dat krijg je voor elkaar met de Tab-toets.  De nummering schuift dan een tabje naar rechts. Wil je ‘m juist een tabje terug? Druk dan tegelijkertijd <Shift>+<tab> in.

Deze geordende en ongeordende lijsten zijn handig in verschillende contexten, gewoon overal waar je lijstjes nodig hebt: in samenvattingen, ingrediëntenlijstjes van recepten, of bijvoorbeeld bij het onderdeel materialen voor een verslag van natuurkunde.

Regelafstand

Regelafstand is de ruimte die Word tussen je regels plaatst.

 

 

 

 

 

 

Die regelafstand kan je hier instellen:

 

 

 

 

Als je daarop klikt komt de volgende drop-down:

1.0 is vaak de standaard regelafstand, maar soms wordt er voor een essay van Engels of een verslag voor Nederlands gevraagd om de regelafstand iets groter te maken zodat er makkelijk wat bijgeschreven kan worden. Als je klikt op Opties voor regelafstand… kan je nog specifiekere regelafstand instellen.

Verder zie je onderaan de drop-down ook nog Afstand voor alinea toevoegen/verwijderen en Afstand na alinea toevoegen/verwijderen. Daarmee kan je extra ruimte voor of na je alinea toevoegen of juist weghalen. Dat kan handig zijn als je bijvoorbeeld bij een titel toch nog wat extra ruimte eronder wil.

Kolommen

Als je een document wilt maken dat uit meerdere kolommen bestaat, dan moet je in het lint naar het tabje Indeling:

 

 

Zorg dan wel dat je alleen de tekst selecteert die je in dat aantal kolommen wilt hebben voordat je de kolommen instelt. Als je namelijk geen tekst geselecteerd hebt verandert Word het hele document in dat aantal kolommen.

Enters

Wanneer je in een alinea typt, heeft de standaard opmaak van Word na die alinea een beetje extra ruimte, om je tekst leesbaarder te maken. Deze ruimte komt er alleen als je een nieuwe regel begint met een enter.

Wil je nou niet dat er iets extra ruimte komt bij een nieuwe regel, dan kan je shift-enter typen.
Dat zorgt ervoor dat er dus geen ruimte tussen de regels zit. Hier kan je ook de optie Afstand na alinea verwijderen voor gebruiken, zie de sectie Regelafstand.

Als je een nieuwe pagina wilt in een word document, dan zou je in principe net zo veel enters kunnen toevoegen tot een nieuwe pagina gemaakt is. Schrijf je dan echter nog wat regels op de vorige pagina, dan verschuift alles en dat kan erg vervelend zijn. Daarom is er nog een shortcut om een nieuwe pagina toe te voegen: <Ctrl>+<Enter>. Daarmee wordt er een nieuwe pagina aangemaakt, en kan je rustig voor die nieuwe pagina verder typen zonder dat alles verschuift.

Knippen, kopiëren en plakken

Als je tekst van een website of uit een (ander) document wil kopiëren en in jouw document wil plakken (bijvoorbeeld als je de opdracht wilt overnemen), dan kan je die tekst selecteren en met de rechtermuisknop kopiëren (of shortcut: <Ctrl>+<c>). Vervolgens plak je de tekst met rechtermuisknop in het bestand (of shortcut: <Ctrl>+<v>). Wil je tekst in een bestand verplaatsen, als je bijvoorbeeld twee secties wil omwisselen, dan kan je rechtermuisknop en knippen doen (of shortcut: <Ctrl>+<x>). Dan verdwijnt de tekst op de originele plek, en kan je waar je de tekst wilt hebben opnieuw plakken (met rechtermuisknop of de shortcut <Ctrl>+<v>).

Heb je nou informatie uit een ander bestand of een website gekopieerd, dan kopieert Word de opmaak mee. Wil je de tekst in de opmaak hebben waarin je al aan het typen bent, dan kan dat heel makkelijk. Klik onderin de geplakte tekst op het klembord knopje met (Ctrl):

Plakken zonder opmaak

En vervolgens op het klembordknopje met de A (Plakken zonder opmaak icoon). Dat zorgt ervoor dat je alleen de tekst plakt, niet de opmaak.

Kop- en voettekst

Door op de bovenkant van de pagina dubbel te klikken:

 

 

 

 

 

of op de onderkant van de pagina dubbel te klikken:

 

 

 

kom je in het kop- en voettekst menu:

 

 

 

 

 

 

Daarin kan je de koptekst en de voettekst aanpassen, die zijn hetzelfde op elke pagina. Dat is handig als je bijvoorbeeld op elke pagina een naam wil zetten. Wil je dat nou niet op de eerste pagina omdat je daar een titelblad hebt, dan kan je [ ] Eerste pagina afwijkend aanvinken.

Wil je weer uit het kop- en voettekst menu, dan kan je op het de knop klikken om hem te sluiten, of in het midden van de pagina weer dubbelklikken.

Paginanummers

Paginanummers zijn bij bijna elk verslag wel nodig, maar op de een of andere manier moet je toch altijd goed zoeken waar die nou ook alweer staan. Je kan de knop voor paginanummers vinden onder het tabje Invoegen:

Paginanummers in lint

 

Dropdown paginanummersAls je daarop klikt komt deze drop-down naar voren. Je kan hier kiezen waar op de pagina je het nummer wilt tonen, maar je kan ze ook opmaken.

 

 

 

Heb je bij een verslag een titelblad, dan is het niet netjes om daarop een paginanummer te tonen, al helemaal niet als die op 1 begint. Daarom is er een trucje: onder Opmaak paginanummers… kan je de optie om te beginnen bij 0 vinden. Vervolgens kan je in het kop- en voettekst menu (zie Koptekst en voettekst) Eerste pagina afwijkend aanvinken, zodat de paginanummers niet op de eerste pagina worden getoond en de inhoud mooi met paginanummer 1 begint!

Opmaak

Naast dat je verschillende dingen met de tekst kan doen kan je de tekst ook op verschillende manieren opmaken. In het Start-tabje van het lint kan tekst op basismanieren aanpassen:

Zo kan je bijvoorbeeld de kleur van de tekst, het lettertype en de lettergrootte aanpassen. Ook kan je hier tekst highlighten, waardoor de tekst die je geselecteerd hebt een achtergrond kleurtje krijgt. Het hangt af van je opdracht welke lettertype en grootte jij het beste kan gebruiken, maar over het algemeen worden Calibri of Arial in lettergrootte 11 of 12 het vaakst gebruikt.

Dit is allemaal nog erg simpel en wist je misschien al lang! Daarbij komt ook dat alles helemaal handmatig opmaken vaak veel werk is. In de volgende onderdelen zullen we een aantal handigheidjes bespreken, om het maken van mooie verslagen makkelijker te maken.

Word Art

Naast het highlight-knopje in de basis bewerkingsopties zie je het knopje voor Word Art:  . Hiermee kan je bijvoorbeeld op je voorpagina mooie titels maken als je dat leuk vindt:

Opmaak kopiëren & plakken

Wanneer je een stukje tekst hebt opgemaakt zoals jij dat wilt, en je een andere tekst diezelfde opmaak wil geven, dan kan je heel makkelijk die opmaak kopiëren en plakken. Om de opmaak te kopiëren, selecteer je eerst het stukje tekst met de juiste opmaak. Vervolgens klik je op Opmaak kopiëren/plakken:

Dat kan overigens ook door de tekst te selecteren, dan rechtermuisknop te klikken en vervolgens het kwastje te selecteren:

Dan heb je de opmaak gekopieerd, je ziet dan ook een kwast-icoontje bij je muis. Vervolgens kan je de opmaak op de andere tekst zetten door die niet-opgemaakte tekst te selecteren. Dan zie je dat je opmaak daar geplakt wordt en zal de tekst precies hetzelfde opgemaakt worden als je andere tekst. Dat kan bijvoorbeeld handig zijn als je een mooi kopje hebt opgemaakt en die opmaak wilt kopiëren en plakken op al je andere kopjes. Dat kan ook eenvoudiger, zie Standaardopmaak in deze cursus.

Kleurenschema

Standaard heeft Word een bepaald kleurenschema ingesteld:

Standaard kleurenthema

Als je deze kleuren niet mooi vindt of andere kleuren passender vindt, kan je dit kleurenschema heel gemakkelijk aanpassen. Dat kan je doen in het lint bij het tabje Ontwerpen:

Kleurenschema in lint

Wanneer je daarop klikt, kan je een van de voorgeprogrammeerde kleurenschema’s kiezen, of zelf een kleurenschema opstellen. Hiermee verander je het kleurenschema van het hele document, je kan niet bepaalde tekst één kleurenschema geven en andere tekst een ander kleurenschema. Wanneer je die kleuren dus aanpast, zie je dat gelijk in je document veranderen!

Voorpagina

Word heeft ook een mooie functie waarmee je kan kiezen uit bepaalde voorpagina’s. Dan hoef je er zelf niet een te ontwerpen! Die functie vind je in het tabje Invoegen in het lint:

Zoals je hier al ziet zijn er veel verschillende opties, je kan zelf kiezen welke je het mooiste vindt. Word weet natuurlijk niet wat jij als titel en ondertitel wilt, daarom zie je zogenaamde placeholders (bijvoorbeeld [DOCUMENT TITLE]). Die moet je dan zelf nog invullen:

Als je bent ingelogd met je Office account, haalt Word daaruit wel alvast jouw naam.

Standaardopmaak en automatische inhoudsopgave

Elk kopje een bepaalde stijl geven of opmaak kopiëren en plakken ( Opmaak kopiëren/plakken icoon ) kan erg veel tijd kosten. Daarom is er een makkelijkere optie, namelijk de standaardopmaak van Word gebruiken. Die vind je in het Start-tabje van het lint:

Standaard opmaak in lint

 

Automatische inhoudsopgave

Kopjes maken

Als je een kopje wil maken, kan je gewoon zo’n kopje selecteren. Er zijn een hoop verschillende standaard opties:

Opties standaard opmaak kopjes

De grootste is de titel, daarna kop 1, kop 2, kop 3, etc. Die kan je dan net zoals in een lesboek gebruiken: kopje 1 voor een hoofdstuk, kopje 2 voor een paragraaf, kopje 3 voor een sub-kopje, etc. Dit is handig om een mooie structuur in je verslag aan te brengen.

 

Aanpassen

Vind je de standaardopmaak van een kopje niet mooi, dan kan je ze heel eenvoudig aanpassen door met rechtermuisknop op de opmaakoptie te klikken:

Standaard opmaak aanpassen

Vervolgens kan je op Wijzigen… klikken. Dan verschijnt een modal waarin je de opmaak van het kopje kan aanpassen. Je kan dan bijvoorbeeld het lettertype, lettergrootte, letter stijl (bold, italic, underlined) en kleur aanpassen:

Standaard opmaak aanpassen in modal

Als je dan vervolgens op OK klikt, sla je die opmaak op. Alle kopjes die jij naar die kop had gezet, veranderen vervolgens naar de opmaak die je hebt ingesteld! Zo kan je heel gemakkelijk achteraf nog de opmaak van je kopjes aanpassen, allemaal in één keer.

 

Inhoudsopgave

Naast dat de standaardopmaak wat werk scheelt als je het allemaal wil aanpassen, heeft standaardopmaak kopjes gebruiken nog een ander groot voordeel: Word kan daarmee een inhoudsopgave voor jou maken! Dan hoef je dus niet zelf alle kopjes in de inhoudsopgave te zetten en ook niet zelf de paginanummers erbij te zoeken.

Je vindt de inhoudsopgave functie hier in het Verwijzingen-tabje in het lint:

Inhoudsopgave invoegen

Het mooie van op deze manier de inhoudsopgave in je bestand te zetten is dat je alleen maar op één knopje hoeft te drukken om de paginanummers en kopjes te updaten, namelijk op Bijwerken...:

Inhoudsopgave bijwerken

Overigens kan je de titel van de inhoudsopgave (in het bovenstaande plaatje "Contents") heel gemakkelijk aanpassen (bijvoorbeeld naar Inhoud) door er met je muis op te klikken.

Elementen invoegen

Naast tekst kan je ook andere elementen in je Word-bestand plaatsen. Dat kan bijvoorbeeld via het invoegen-tabje in het lint:

Invoegen lint

Er zijn veel verschillende mogelijkheden die je in je bestand kan invoegen, de meest voorkomende worden in de volgende onderdelen verder omschreven.

Afbeelding

Als je een verslag moet typen in Word komt het vaak voor dat je een afbeelding wilt toevoegen, bijvoorbeeld ter verduidelijking van de tekst of voor de sier. Dat kan je doen door de afbeelding te kopiëren (rechtermuisknop > kopiëren/copy of met shortcut <Ctrl> + <C>) vanuit je galerij of van een website en vervolgens weer in je Word document te plakken (rechtermuisknop > plakken/paste of met shortcut <Ctrl> + <V>). Je kan ook een afbeelding invoegen via het invoegen-tabje in het lint:

Je kan dan kiezen voor Dit apparaat…, dan komt de verkenner omhoog en kan je een plaatje invoegen die ergens opgeslagen is op jouw computer. Je kan ook kiezen voor Stockafbeeldingen…, dat zijn afbeeldingen van Microsoft Office die je zou kunnen gebruiken. Je kan ook kiezen voor Onlineafbeeldingen..., waarbij je de optie hebt om afbeeldingen te zoeken via Bing of uit je OneDrive kan halen.

 

Afbeelding opmaken

Als je een afbeelding hebt ingevoegd en deze selecteert verschijnt er een nieuw tabje in het lint: Afbeeldingsopmaak.

In dit tabje staan, zoals je kan verwachten uit de naam, allemaal opties om je afbeelding op te maken. Voorbeelden zijn dat je de kleur kan corrigeren, een achtergrondkleur kan verwijderen (dat werkt soms wel en soms niet goed), een filter kan toevoegen, een lijst of rand om je afbeelding kan plaatsen, schaduw kan toevoegen, de positie kan aanpassen, op een bepaalde manier kan uitlijnen en naar voren of naar achteren kan aanpassen. Ook kan je hier de afbeelding bijsnijden (of door rechtermuisknop op de afbeelding te klikken en dan hetzelfde icoon () aan te klikken), wat inhoudt dat je randen van de afbeelding kan afknippen.

 

Tekstterugloop

Een andere optie in het afbeelding Opmaken-tabje van het lint is de tekstterugloop aanpassen (kan ook weer met rechtermuisknop of door de afbeelding te selecteren en het volgende icoon aan te klikken: . De tekstterugloop geeft aan hoe de tekst op de afbeelding reageert. Zo heb je de optie om de afbeelding gewoon over de tekst heen te plaatsen (Voor tekst), of juist op de achtergrond (Achter tekst). Ook kan je de tekst om de afbeelding heen laten lopen, bijvoorbeeld met Vierkant. Wat de beste opmaak is hangt af van jouw eigen voorkeur. Naarmate je er vaker mee werkt zal je steeds meer snappen wat de verschillen zijn en hoe het precies werkt en op elkaar reageert. Dat is dus een kwestie van uitproberen!

 

Onderschrift

Als je een afbeelding hebt toegevoegd in een verslag, is het netjes om een onderschrift toe te voegen. Dat bevat een nummer en een beschrijving van het plaatje, zodat de lezer weet waarom je het plaatje hebt toegevoegd:

Onderschrift

Je kan zo’n onderschrift toevoegen door rechtermuisknop op het plaatje te klikken:

Onderschrift toevoegen

Kies vervolgens de optie Bijschrift invoegen…, dan komt het volgende scherm omhoog:

Bijschrift

Het nummer wordt automatisch omhoog gegooid, dus dan hoef je ook zelf niet meer te tellen hoeveel plaatjes je in je bestand hebt toegevoegd, erg handig! Naast in dit geval Figuur 2 kan je dan zelf jouw beschrijving toevoegen.

Tip: wil je je bijschrift anders opmaken (bij elk plaatje natuurlijk wel hetzelfde), dan kan je heel simpel de standaardopmaak veranderen door rechtermuisknop op de standaardopmaak genaamd “Bijschrift” te klikken en vervolgens weer te Wijzigen… (zie Standaardopmaak).

Tabel

Vaak moet je ook een tabel in je verslag toevoegen, om bijvoorbeeld resultaten in te tonen. Dit kan je ook doen via het Invoegen-tabje in het lint:

tabel invoegen

Je kan dan kiezen hoeveel rijen (verticaal) en kolommen (horizontaal) je wilt. Die tabel wordt dan gelijk in je bestand toegevoegd en zal een simpele opmaak hebben. Je kan door de cellen in de tabel navigeren door de tab of pijltjes-toetsen op je toetsenbord te gebruiken.

 

Tabel opmaken

Als je een andere opmaak wilt dan de simpele opmaak, kan dat via een paar simpele stappen. Selecteer eerst de hele tabel (kan door vanaf de cel linksboven naar de cel rechtsonder te slepen of door het slepen icoontje aan te klikken). Er verschijnen dan twee nieuwe tabjes in je lint: Tabelontwerp en Indeling.

In het Tabelontwerp-tabje kan je heel makkelijk de kleur en stijl van de tabel aanpassen:

tabelontwerp lint

Er zijn veel verschillende mogelijkheden voor standaard tabelontwerpen:

Tabelontwerp

Bij het Indeling-tabje kan je bijvoorbeeld cellen verwijderen, toevoegen, tekst-uitlijning aanpassen (links, rechts, boven, onder, midden), of de tekst richting veranderen (van boven naar beneden bijvoorbeeld):

Indeling lint

Vorm

Als je een figuur wilt invoegen (om iets te omcirkelen zoals ik in de plaatjes op deze site meerdere keren heb gedaan, of om een andere reden), dan kan dat ook via het Invoegen-tabje in het lint:

vorm invoegen

Je vindt hier een hele hoop verschillende vormen zoals je ziet. Als je zo’n figuur selecteert, kan je vervolgens met je muis in je document slepen om het figuur te creëren.

 

Vorm opmaken

Wanneer je daarna het figuur selecteert verschijnt het Vormindeling-tabje in je lint:

Vormindeling lint

Daarmee kan je je vorm op verschillende manieren opmaken, bijvoorbeeld de kleur, omlijning (dikte en kleur), schaduw, tekstterugloop en uitlijning. Bij de opties voor de omlijning (Vormcontour) en opvulling (Vormopvulling) kan je ook voor kiezen voor geen contour of geen opvulling. Daarmee kan je bijvoorbeeld de rand weghalen of de opvulling transparant maken (om alleen iets te omcirkelen).

 

Tekst aan vorm toevoegen

Bij sommige vormen kan je ook tekst toevoegen binnen een vorm. Dat kan je doen door rechtermuisknop op de vorm te klikken en vervolgens de optie Tekst toevoegen te klikken:

Tekst aan vorm toevoegen

Ook zie je hier de optie weer om een bijschrift in te voegen, handig als je de vorm een beschrijving wilt geven.

Tekstvak

Een andere optie die in het Invoegen-tabje van het lint staat is het Tekstvak:

Tekstvak invoegen

Daarmee kan je een vak voor tekst in je Word-bestand plaatsen, voor als je bijvoorbeeld een sidebar wilt of verschillende vlakken met tekst wil maken. Zoals je ziet zijn er verschillende opties aan tekstvakken, maar ook de simpele tekst box kan je nog aanpassen zoals je wil (omlijning, achtergrondkleur) met het Vormindeling-tabje die verschijnt als je het tekstvak selecteert:

Vormindeling lint tekstvak

Overigens kan je ook een tekstvak toevoegen met de optie Vormen in het Invoegen-tabje, zie Vorm invoegen. Je kan dat herkennen aan het volgende icoontje:tekstvak icoontje.

Wiskundige formule

Als je een verslag moet maken waarin je formules wilt typen, kan je die invoegen als vergelijking. Je kan dan makkelijk breuken, wortels of machten invoegen en de formules worden ook nog eens netjes weergeven. Ook kan je daarbij de Griekse tekens invoegen zoals Griekse letters . Je vindt de optie in het Invoegen-tabje, helemaal aan de rechterkant:

Invoegen formule in lint

Als je op de knop zelf (Vergelijking) klikt, verschijnt er gelijk een box waarin je je vergelijking kan typen. Als je op het pijltje naar beneden ernaast klikt kan je built-in functies invoegen, maar die zijn zeer specifiek en zul je waarschijnlijk minder nodig hebben:

Built-in functies

Als je een vergelijking hebt geplaatst en je cursor in de vergelijkingen-box (Vergelijkingen box) plaatst, verschijnt het Vergelijking-tabje in het lint:

Vergelijking lint

Hier vind je bijvoorbeeld alle speciale karakters, maar ook de opties om breuken, machten en wortels toe te voegen.

Grafiek

Ook grafieken kan je toevoegen aan je Word-bestand. Dat gaat ook weer via het Invoegen-tabje in het lint:

Grafiek invoegen

Vervolgens komt er zoals je ziet een scherm omhoog waarin je het type grafiek kan kiezen. Wanneer je je keuze gemaakt hebt en op [OK] klikt, verschijnt de grafiek in je bestand en komt er een nieuw scherm omhoog waar je de waardes en de namen voor de reeksen in de grafiek kan invullen:

Grafiek waardes invullen

Als je op de grafiek klikt, verschijnen er twee nieuwe tabjes in het lint, Grafiekontwerp en Opmaak:

Grafiekontwerp lint

Grafiek opmaak lint

In deze tabjes kan je de opmaak van de grafiek regelen, door bijvoorbeeld de kleuren te wijzigen, of de achtergrondkleur te veranderen.

Shortcuts

Binnen Word (maar ook binnen andere programma's op je computer) kan je gebruik maken van een aantal handige shortcuts (letterlijk vertaald: snelkoppeling, kortere weg). Bij deze combinaties van toetsen zijn verschillende functies geprogrammeerd. Dat scheelt een aantal keer klikken! Hieronder een overzichtje van de handigste shortcuts:

Shortcut Werking
<Ctrl> + <F> Zoeken (Find)
<Ctrl> + <C> Kopiëren (Copy)
<Ctrl> + <X> Knippen
<Ctrl> + <V> Plakken
<Ctrl> + <B> Dikgedrukt maken (Bold)
<Ctrl> + <i> Schuingedrukt maken (Italic)
<Ctrl> + <U> Onderstrepen (Underline)
<Shift> + <Enter> Nieuwe regel zonder afstand
<Ctrl> + <Enter> Nieuwe pagina
<Ctrl> + <A> Alles in document selecteren (All)
<Ctrl> + <S> Opslaan (Save)
<Ctrl> + <Z> Ongedaan maken, stap terug

 

Module 4: Mediawijsheid

Ben je een leerling?   Ben je een docent ?
     
Klik hier!   Klik hier!

 

Module 5: AI

Wat is AI

Wat is AI?

Bekijk de onderstaande Klokhuis over AI

 

Hoe denkt AI?

Bekijk het onderstaande filmpje en kom er achter hoe AI denkt.

 

Hoe train je AI?

Dat doen we met z'n alle.

 

 

Foutjes van AI

AI is slim en weet alles?

Gezicht op het zebrapad

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waar heeft AI heel veel moeite mee.

 

Foutjes van AI

Door AI gemaakte plaatjes:

AI gebruiken

Chatbots

Het eerste hulpprogramma waar je vragen aan kon stellen was Clippy. Deze kon je helpen in Word-documenten.

Bedrijven hebben een klantenservice, een plek waar je vragen kan stellen. Vaak kan je ook 'chatten' met de klantenservice hierbij maakt een bedrijf gebruik van een AI-chat-robot. De chatbot van DHL heet Tracy die van PostNL heet Daan, van AH Mijn AH Assistent.

 

App ObsIdentify

Met deze app kun je planten en dieren identificeren. In de app maak je een foto van de plant of beestje waarvan je de naam wil weten en met behulp van AI vertelt de app wat het waarschijnlijk zal zijn.

 

Chat GPT

Ga naar Chat GPT en zoek de volgende zaken op:

  • Wie was Liudger?
  • Stamboom van koning Willem-Alexander.
  • Zoek jezelf op en je familie.

 

Ook plaatjes kun je maken met ChatGPT, hiervoor moet je wel een account hebben.

Voorbeeld: Dit is een combinatie plaatje van 4 onderdelen die we in het techniek lokaal hebben.

Het kan zijn dat je niet tevreden bent over het plaatje verander dan je vraag.

NotebookLM

 

  • Het arrangement Computer-works is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Auteur
    Coach klas 1
    Laatst gewijzigd
    12-01-2026 22:00:42
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Computer en ICT lessen voor de brugklas.
    Leerniveau
    VMBO theoretische leerweg, 1; HAVO 1; VWO 1;
    Leerinhoud en doelen
    Mens en natuur; Technische systemen en processen in apparaten; Mens en maatschappij; Communicatie en samenleving; Communicatie;
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    makkelijk

    Bronnen

    Bron Type
    Je computer of laptop van binnen
    https://youtu.be/JBgU7Ic7VHc?si=mdngAL7CHc1Kra5R
    Video
    Hoe werkt een computer deel 1
    https://youtu.be/h4DMGxCnb9c?si=7UqgjrJXWkzc82pc
    Video
    Hoe werkt een computer deel 2
    https://youtu.be/mmqxdbbBI9o?si=15VW8-7OGK9SWfvf
    Video
    Aninaties invoegen
    https://youtu.be/vnnXlnYCORg?si=h4p4s6tatevUkPGN
    Video
    Video invoegen
    https://youtu.be/akhExTsTauM?si=zvdJA7uLGGBlVjIs
    Video
    Gezicht op het zebrapad
    https://youtu.be/LHye0MHFvZk?si=rS_YXBUbQha-akEj
    Video

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    Coach klas 1. (2026).

    Cursus Word - kopie 1

    https://maken.wikiwijs.nl/221580/Cursus_Word___kopie_1

    Coach klas 1. (z.d.).

    Powerpoint & presenteren - kopie 1

    https://maken.wikiwijs.nl/219884/Powerpoint___presenteren___kopie_1

    verlaak, r. (2021).

    First Lego League

    https://maken.wikiwijs.nl/180356/First_Lego_League

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.