Nederlands 2425 5H Debatteren en examen periode 2

Nederlands 2425 5H Debatteren en examen periode 2

Planning

Planning 5H periode 2

Deze periode bereid je je voor op het SE Debatteren (35%). Daarnaast beginnen we met de voorbereiding van het Centraal Examen en je lees natuurlijk weer een leesboek voor het mondeling van de volgende periode.

Week

Nederlands

Week 47

  • Debatgroep maken van 4 personen en doorgeven aan HGD.
  • Debatboekjes ophalen bij HGD.
  • Leesboek kiezen en doorgeven aan HGD.

Week 48

  • Uit debatboekje H4, 5 en 6 lezen.
  • Opdracht 1: Voorbeelddebat naar keuze kijken en beoordelen (zie quest).
  • Lezen en leesboek.

Week 49

  • Uit debatboekje 7 lezen.
  • Opdracht 2: Oefendebat voorbereiden, stelling naar keuze (zie quest).
  • Maak een afspraak met HGD voor jullie oefendebat.
  • Lezen in leesboek.

Week 50

  • Lezen in leesboek.
  • Examenbundel ophalen bij HGD.
  • Oriëntatietoets uit de examenbundel maken en score berekenen.
  • Oefenwerk op basis van de oriëntatietoets voor jezelf inplannen.

Week 51

  • Lezen in leesboek.
  • Theorie met oefenopgaven in examenbundel maken (op basis van je resultaten).

Week 52

Kerstvakantie

Week 1

Kerstvakantie

Week 2

  • Lezen in leesboek.
  • Theorie met oefenopgaven in examenbundel maken (op basis van je resultaten).

Week 3

  • Lezen in leesboek.
  • SE Debatteren voorbereiden (zie quest).

Week 4

Deadline Day: mindmap bij boek 7

Week 5

SE Debatteren (35%)

Opdracht 1: Voorbeelden bekijken en beoordelen

Hieronder staan voorbeelden van parlementaire debatten, zoals jullie het straks ook gaan doen. 

 

1. Download het beoordelingsformulier (hieronder). 
2. Kies als groep één debat uit (hieronder). 
3. Kijk, individueel, het debat helemaal en geef elke spreker op een plek op het beoordelingsformulier. Doe dit zowel op het blad 'presentatie' als het blad 'argumentatie'. Noteer per spreker waarom je hem/haar bij een bepaald cijfer plaatst en waarom hij/zij beter/slechter is dan de andere sprekers. 
4. Vergelijk jouw beoordeling met die van je groepsgenoten. Kijk of je samen tot één beoordeling kunt komen. 
5. Bespreek jullie beoordeling met HGD. 

 

Hieronder staan een aantal video's van jongeren die debatteren. Dit is het niveau dat wij verwachten. Kies een debat en bekijk het rustig verschillende sprekers. 

Opdracht 2: oefendebat voorbereiden

Jullie gaan natuurlijk een keer goed oefenen, voordat je voor het SE opgaat. 

1. Kies een ander groepje van 4 waar je mee samen gaat werken. 
2. Kies samen een stelling uit op schooldebatteren.nl. Filter op niveau 3 of 4. 
3. Spreek een moment af met HGD waarop jullie gaan debatteren. Dit kan tijdens een blox van HGD. Zorg ervoor dat jullie allemaal kunnen. Geef ook je stelling door. 
3. Kies welke groep voor de stelling is en welke groep tegen (gooi een muntje op). 
4. Bereid met je team het debat voor. Gebruik hierbij het boekje dat je hebt ontvangen en dat wat tijdens de blox besproken is. 
5. Debatteer op het afgesproken moment. Je ontvangt direct feedback voor je SE. 

Voorbereiden op het SE Debatteren

Nadat je alle oefeningen uit deze quest hebt gedaan, weet je wat er van je wordt verwacht tijdens het SE.

Een week voordat je daadwerkelijk voor een cijfer gaat debatteren, ontvang je de stelling en hoor je of je voor of tegen de stelling bent. Je kunt dan gelijk onderzoek gaan doen en de rollen met elkaar verdelen.

Jullie worden individueel beoordeeld.

Succes!

 

NB: In het rooster kun je ook ingedeeld worden als jurylid. Houd dit goed in de gaten.

Uitleg: oefenen met de examenbundel

We beginnen deze periode met de examentraining. Tijdens de blox zal ik ook van alles over het examen Nederlands vertellen. 

 

Jullie ontvangen een Examenbundel. Hierin vind je een overzicht van de theorie die je moet kennen, een verzameling oefeningen bij die theorie en een heel groot aanbod aan oefenexamens. Ga die laatste niet gelijk allemaal maken, daar werken we stap voor stap aan. 

De eerste opdracht is het maken van de oriëntatietoets die voorin de Examenbundel staat. Je scores kun je online invullen en daarna kan jij lezen met welke theorie je als eerste moet oefenen. Hoe dit werkt, staat in je Examenbundel. Als je de oriëntatietoets hebt gemaakt, ga je dus ook met jouw persoonlijke programma aan de slag (zie planning). 

Heb je hier vragen over? Loop dan bij me langs!

Herhaling 4H (mocht je dat willen gebruiken):

4H herhaling deel 1

Intro-oefening: beste argument kiezen

Hieronder staan stukjes uitleg en een paar oefeningen om je voorkennis op te halen. Veel weet je al, maar het is goed om dit weer even op te frissen. Het is handig om deze opdracht samen te maken, maar het kan ook alleen. Zet jullie/jouw antwoorden in Egodact.

 

Opdracht 1
Bij debatteren gaat het vooral om argumenteren. Kies bij de volgende drie stellingen steeds het beste argument vóór of tegen de stelling.
Bediscussieer je antwoorden met een medeleerling (of groepje, tijdens de blox).
  1. Stelling: Vlees eten is slecht, iedereen zou vegetariër moeten worden.
    • Mijn buurvrouw eet ook geen vlees en zij is heel aardig.
    • Iedereen met een beetje gevoel eet geen vlees.
    • Het eten van vlees is pijnlijk, dieren hebben vaak een slecht leven.
  2. Stelling: Roken is schadelijk voor de gezondheid en moet daarom verboden worden.
    • M'n beste vrienden roken ook, dus zo slecht is het niet.
    • Veel mensen hebben werk in de sigarettenindustrie, dus niet verbieden!
    • Ik rook niet, dus mij maakt het niet uit.
  3. Stelling: Ajax is de beste voetbalclub van de Nederland.
    • Ajax is super gaaf, de beste club van de hele wereld!
    • Ajax is al 30 keer landskampioen geworden.
    • Ik ben helemaal geen fan van Ajax.

Een debat is een discussie met spelregels die van tevoren worden afgesproken.
Om ervoor te zorgen dat de debaters zich tijdens het debat aan de regels houden is er een voorzitter.
De voorzitter leidt het debat en hij/zij zorgt ervoor dat iedereen aan het woord komt en dat iedereen uit kan spreken.
Naast de voorzitter is er een jury.
De jury beoordeelt de debaters en bepaalt uiteindelijk wie het debat heeft gewonnen.

Om een jury te helpen bij het beoordelen, kan de jury gebruik maken van een beoordelingsformulier.
Download het voorbeeld Juryformulier van 'Op weg naar het lagerhuis'.
Bespreek samen met een andere leerling de inhoud van het formulier. Zorg ervoor dat je weet waarop wordt gelet.

 

Tijdens een debat is niet alleen wat je zegt van belang maar ook hoe je het zegt en hoe je er bij staat.

Opdracht 2

Bekijk een stukje van het volgende debat. Al versta je de mensen (misschien) niet, maar hun lichaamstaal is wel duidelijk.
Bespreek met een klasgenoot wat jullie vinden van de presentatie van de debaters.
Probeer antwoord te geven op vragen als:
  • Hoe gebruiken de debaters hun handen?
  • Is het prettig om naar de debaters te kijken?
  • Komen de debaters rustig/onrustig over?
  • Worden jullie afgeleid door wat de debaters dragen?
  • et cetera

Tijdens een discussie/debat is het belangrijk dat je luistert naar de ander. Bekijk de volgende twee videofragmenten van YouTube.

 

Opdracht 3
Bespreek samen onderstaande filmfragmenten.
Reageren de debaters echt op elkaar? Wordt er geluisterd?

 


Als je zelf gaat debatteren zorg er dan voor dat je:

  • let op degene die aan het woord is,
  • af een toe een vraag stelt of vraagt om een voorbeeld of bewijs,
  • kort samenvat wat je hoort en dat je daarop reageert,
  • ingaat op de argumenten van de ander.

 

Na deze introductieopdracht kun je (weer):

  • uitleggen wat een discussie/debat is.
  • goede argumenten bedenken om je mening te onderbouwen.
  • aangeven waar je op moet letten als je zelf discussieert/debatteert.
  • zelf meedoen met een debat.

 

Opdracht 4

Bekijk onderstaande filmpjes en maak aantekeningen.








Schrijf je aantekeningen netjes uit (bewaar in Pages of Word) en laat je tekst zien in je logboek in Egodact.  Wat wil jij hier zeker van onthouden en/of gebruiken?

4H herhaling deel 2: Fases van het debat:

Debatopstelling

Zo ziet de opstelling eruit bij je debat.
Zo ziet de opstelling eruit bij je debat.

Algemeen

  • Je debatteert altijd over een stelling. Deze stelling moet eerlijk zijn.
  • Je spreekt pas als je bent gaan staan en de voorzitter je het woord geeft.
  • Elk team heeft een aanvoerder die het debat opent.
  • Speel niet “op de man”, belediging van teamleden is absoluut verboden en zorgt voor diskwalificatie.
  • De jury bestaat uit drie leden. Ieder lid heeft een eigen taak.

1. Openingsfase

Openingsfase:

Deze duurt maximaal twee minuten en de aanvoerder van de voorstanders begint hier het debat met de zin: “Beste aanwezigen, vandaag zijn wij bij elkaar gekomen om te debatteren over de volgende stelling:…. Wij zijn voor deze stelling omdat…..”. Hier geeft de aanvoerder de argumenten (2/3).

Als de aanvoerder van de voorstanders klaar is, is die van de tegenstanders aan de beurt. Deze aanvoerder geeft ook de belangrijkste 2/3 argumenten. Niemand reageert nog op elkaar in deze fase. De aanvoerder van de tegenstanders mag dus ook niet reageren op de argumenten van de voorstanders!

2. Reactiefase

Reactiefase:

Deze fase duurt zes minuten en de voorzitter houdt de tijd in de gaten. Iedereen mag op elkaar reageren, maar je moet wel gaan staan voordat je iets zegt. Pas als de voorzitter jouw naam noemt, mag je reageren.

Als je het woord krijgt noem je op welk argument je wilt reageren en wie dit argument ingebracht heeft. Daarna weerleg je het argument met een tegenargument en ga je weer zitten. Blijf niet te lang kletsen, want misschien zijn er zijn ongetwijfeld ook andere debaters die het woord willen. 

3. Conclusiefase

Conclusiefase:
Deze fase duurt maximaal een minuut. In deze fase vertelt een van de tegenstanders waarom dat team gewonnen heeft en daarna doet ook een lid van de voorstanders dit. Denk ook aan een goede uitsmijter!

Je kunt deze rol invullen door bijvoorbeeld jullie belangrijkste argumenten en weerleggingen te herhalen. De groepsgenoot die deze rol heeft, doet er dus verstandig aan om mee te schrijven. 

Bedenk van te voren wie deze rol heeft. 

 

Het debat duurt dus maximaal 12 minuten.

Domeinen van de jury

Naast de voorzitter is er ook een jury die bepaald wie er gewonnen hebben. Er wordt op de volgende zaken gelet: 

  • Presentatie: hoe presenteren de teamleden? Hoe is hun lichaamstaal?
  • Argumentatie: zijn de argumenten sterk? Zijn ze feitelijk of kun je ze zo onderuit halen?
  • Teamwork: komt iedereen in het team gelijkmatig aan het woord? Haken de teamleden op elkaar aan?

4H herhaling deel 3: Argumenten opbouwen:

Soorten argumenten

Als je een stelling of jouw mening wilt verdedigen, doe je dit met argumenten. Het ene argument is sterker dan het andere. Hieronder volgen verschillende soorten argumenten.

Feitelijk argument

Je moet hier niet door rood fietsen, want daar staat een boete van 45 euro op.

Argument gebaseerd op onderzoek

Uit onderzoek blijkt dat 65% van de Nederlanders wel eens door rood licht fietst.

Gezagsargument

Elektrisch tandenpoetsen is veel beter dan poetsen met een gewone tandenborstel, want dat zegt mijn tandarts.

Nut

Europa moet Oekraïne steunen in de crisissituatie waar dit land zich in bevindt, omdat Oekraïne daar erg bij zou zijn geholpen.

Vermoedens

De kracht van de zon wordt steeds schadelijker voor de gezondheid. In de komende tien jaar zal het aantal mensen met huidkanker dan ook toenemen.

Normen en waarden

Mensen moeten geen vlees eten. Dieren zijn ook levende wezens, die net zo veel recht hebben op een lang en gelukkig leven als mensen.

Geloof of overtuiging

Het Interkerkelijk Vredesberaad is principieel tegen elke vorm van geweld en vond de Europese steun voor het verzet in Syrië dan ook verkeerd.

Opdracht:
1 a) Welk soort argumenten zijn het sterkst? Waarom?
   b) En welke het minst?

Argumenten labelen

Het is handig en duidelijk als je in je argumentatie aangeeft, waar jouw argumenten mee te maken hebben. Je geeft jouw argument als het ware een 'label' mee, zodat de toehoorder deze makkelijker herkent. Het brengt ook overzicht in jouw eigen verhaal. Dit noem je 'labelen'.

Voorbeelden van zulke labels zijn:

  • de economie, het milieu of werkgelegenheid.
    • Het eerste argument is een werkgelegenheidsargument. Door deze verandering zal er meer werkgelegenheid zijn, omdat er meer bedrijven opgericht kunnen worden. 
    • Ons tweede argument is een argument voor het milieu. Door deze verandering moeten bedrijven zich richten op groene energie. Hierdoor is er minder milieuvervuiling. 

Afhankelijk van je publiek kun je jullie labels ook op andere manieren brengen. Bijvoorbeeld:

  • Ons plan is goed voor de economie en het milieu
  • Ons plan is goed voor de portemonnee én goed voor de wereld
  • Ons plan zorgt voor meer werk en een schonere lucht
  • Ons plan zorgt voor meer werkgelegenheid en betere luchtkwaliteit
  • Ons plan leidt tot meer groei in een duurzame wereld

Drogredenen

 

Drogredenen 

Soms lijkt een argument best aannemelijk, maar als je verder kijkt, blijkt het niet zo logisch. Een argument is daarmee niet geldig: een drogreden. Je hebt daar heel wat van (zie ook blz. 61-62, Blink handboek). Als je een drogreden gebruikt, kun je daar soms mee wegkomen. Als je een scherpe debater voor je hebt, prikt die daar echter doorheen en verlies jij overtuigingskracht. Vermijd dus drogredenen! 

Bekijk het filmpje en maak aantekeningen. 
 

Extra: Drogredenen

Stijlfiguren in je debat: beeldspraak

Beeldspraak

Retorica, of retorische middelen, worden al sinds de Oudheid gebruikt om een overtuigend verhaal te houden. Je verhaal komt beter ovder en blijft beter hangen. Dat maakt dat de toehoorder eerder in jouw redenering meegaat. Precies wat jij wilt bereiken bij een debat.

Ethos, logos en pathos
Aristoteles is een van de bekende figuren uit oude tijden, die retorica toepaste. Hij vond dat je verhaal drie dingen moet bevatten: ethos, logos en pathos. Ethos betekent dat je verhaal geloofwaardig moet zijn. Logos zorgt ervoor dat de inhoud van je verhaal klopt. En pathos raakt je toehoorders, bijvoorbeeld door een emotioneel voorbeeld te noemen.

Deze drie middelen maken een betoog overtuigend.  

In het handboek van Blink vind je meer informatie over retorische middelen en beeldspraak, blz. 91-94. Bestudeer dit en pas voorbeelden toe in je eigen debatvoorbereiding.  
 

De Griekse wetenschapper en filosoof Aristoteles.

 

Mindmap bij boek

Ook deze periode maak je weer een mindmap bij je leesboek. Lever dit op Deadline Dinsdag in.

 

Let op: de volgende periode heb je een mondeling over 8 boeken. 

  • Het arrangement Nederlands 2425 5H Debatteren en examen periode 2 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Laatst gewijzigd
    19-11-2024 11:29:12
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Periode 2 debat
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    4 uur 0 minuten

    Bronnen

    Bron Type
    Extra: Drogredenen
    https://youtu.be/hSz7yO7bckI
    Video

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    Herbert Vissers eXplore. (2024).

    Nederlands HVX 4H Debat en renaissance periode 5 2023-2024

    https://maken.wikiwijs.nl/205275/Nederlands_HVX_4H_Debat_en_renaissance_periode_5_2023_2024

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.