Nederlands HVX 5V P2 Synthesetekst schrijven + romantiek en realisme

Nederlands HVX 5V P2 Synthesetekst schrijven + romantiek en realisme

Planning P2

Planning 5V periode 2

Deze periode beginnen we met een staartje van periode 1. We lezen Kindertrein uit Boedapest uit. Daarna beginnen we in Luister van Sascha Bronwasser.

Jullie leren een synthesetekst te schrijven. Daarnaast leer je bij literatuurgeschiedenis meer over de periodes van de romantiek en het realisme.

Week

Nederlands

Week 47

  • Maak opdracht 1
  • Lezen: Kindertrein uit Boedapest uitlezen

Week 48

  • Maak opdracht 2
  • Maak een mindmap bij Kindertrein uit Boedapest en lever in voor feedback.
  • Lees van Luister de introductie en de helft van deel I ‘Het verhaal van Philippe’.

Week 49

  • Maak opdracht 3 en 4
  • Maak opdracht A van litertatuurgeschiedenis.
  • Lees van Luister  deel I ‘Het verhaal van Phillipe’ af.

Week 50

  • Maak opdracht 5
  • Lees van Luister deel IIHet verhaal van Marie’.

Week 51

  • Uitloop opdracht 5. Lever je tekst in bij HGD. Je krijgt dan feedback voor de toets.
  • Lees van Luister deel III ‘Flo en M.’

Week 52

Kerstvakantie

Week 1

Kerstvakantie

Week 2

  • Maak opdracht B van literatuurgeschiedenis.
  • Lees van Luister deel IV ‘Marie, Philippe’.

Week 3

  • Lees van Luister deel V ‘Het verhaal van Flo’.

Week 4

Deadline Day: mindmap bij Luister + 2 eindopdrachten literatuurgeschiedenis.

Week 5

Toets: Synthesetekst schrijven

Opdracht 1: Wat is een synthesetekst?

Aan het einde van deze periode kun je een synthesetekst schrijven. Je werkt hier gedurende de hele periode aan en je oefent ermee. Tijdens het toetsmoment schrijf je een synthesetekst waarvan je de bronnen ter plekke toegewezen krijgt.

Waarom wil je dit kunnen?

Het is handig om een goede synthesetekst te kunnen schrijven, omdat je dit in je vervolgopleiding ook regelmatig zult moeten doen. Als je onderzoek doet, wil je een overzichtelijk beeld hebben van de belangrijkste zaken over het onderwerp. Daarvoor is het handig om niet alleen je bronnen in schema's samen te vatten, maar ook om een goede tekst te kunnen schrijven over wat je hebt gevonden.

Wat is een synthesetekst precies? Dat is een tekst die gebaseerd is op verschillende bronnen. Het is niet zomaar een samenvatting van twee of meer teksten, maar je brengt een logische ordening aan in wat je hebt gevonden in verschilende bronnen.

Deze bronnen kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • artikelen uit kranten, tijdschriften,
  • informatieve (studie)boeken,
  • artikelen op een website,
  • interview op radio of tv,

  • podcast, etc.

 

Een bron kan ook een grafiek, een afbeelding of een illustratie zijn.

Een synthesetekst geeft antwoord op een vraag, bijvoorbeeld: wat is de stand van zaken rondom een bepaald onderwerp? Om die vraag te beantwoorden zorg je dat alle belangrijke informatie uit je bronnen in je tekst staat. Die informatie zet je niet zomaar onder elkaar, maar je brengt een logisch verband aan: je ordent niet per bron, maar bijvoorbeeld per deelonderwerp.

(bron: synthesetekst.webnode.nl)

 

Opdracht 1: Filmclip kijken
Wat is een synthesetekst? En waarom moet je dat weten? Kijk naar het volgende filmpje waarin dit wordt uitgelegd. Klik hier.

Opdracht 2: Syntheseteksten vergelijken

Opdracht 2: Syntheseteksten vergelijken


Je gaat drie teksten vergelijken die andere leerlingen hebben geschreven over het onderwerp Dialect. Bekijk eerst de opdracht en bronnen die de leerlingen kregen. Lees daarna de leerlingteksten. Je vindt alles verderop in het menu.


Opdracht 2
Bepaal voor de drie teksten de kwaliteitsvolgorde. Let hierbij op de punten hieronder:

Informatie: is alle belangrijke informatie uit de verschillende bronnen in de synthesetekst verwerkt? Maar staan er geen overbodige dingen in?

Integratie: is de informatie uit de verschillende bronnen goed in verband gebracht (geïntegreerd) of lijkt de tekst meer op drie losse samenvattingen? Heb je het idee dat de schrijver het onderwerp volledig begrijpt?

Structuur: is de tekst logisch opgebouwd en wordt aan de lezer duidelijk gemaakt hoe de tekst in elkaar zit, bijvoorbeeld door middel van alinea’s, structurerende zinnen en signaalwoorden

Stijl: is de tekst prettig leesbaar, bijvoorbeeld door het gebruik van begrijpelijke woorden en weinig fouten

Geef de kwaliteit van de teksten aan door per aspect bolletjes in te kleuren (zie feedbackformulier) voor iedere tekst. Hoe meer bolletjes je inkleurt, hoe beter je de tekst vindt. Uiteindelijk tel je per tekst alle bolletjes op en kijk je welke tekst het best heeft gescoord. Zo ontstaat er een volgorde van 1 (beste tekst) tot 3 (minst goede tekst).
Noteer hieronder je eindoordeel over de drie teksten en onderbouw je oordeel op basis van bovenstaande punten. Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de teksten?

Beste tekst:
Gemiddelde tekst:
Zwakste tekst:

Noteer al je antwoorden in een document, waarin je alles wat je maakt gaat bewaren. Bespreek je antwoorden met je vakcoach.

De opdracht van de leerlingen

De opdracht voor de leerlingen luidde als volgt:

Schrijf een informatieve synthesetekst over de situatie van het dialect, op basis van de drie bijgevoegde bronnen.

Toelichting

  • Synthese: Je tekst is gebaseerd op verscheidene bronnen; jouw tekst brengt de informatie

    uit die bronnen bijeen.

  • Informatieve tekst: Je tekst biedt een beknopt maar duidelijk overzicht van de situatie. Je schrijft op een neutrale manier en je neemt geen standpunt in.

  • Brongebruik: Je selecteert alleen de relevante informatie uit de bronnen en brengt die met elkaar in verband. Je schrijft een eigen, nieuwe tekst en maakt daarbij gebruik van informatie uit elk van de drie bronteksten.

  • Doelpubliek: Je schrijft de tekst voor leeftijdsgenoten die de bronnen niet hebben gelezen.

  • Stijl: Je tekst is begrijpelijk en aantrekkelijk. Formuleer in je eigen woorden. Vermijd letterlijk

    kopiëren uit de bronteksten.

  • Lengte: Je schrijft een tekst van ongeveer 200 woorden.

Bronnen A, B, C

Bronnen

Bron A

Sterven de Nederlandse dialecten uit?

Steeds minder mensen spreken een dialect. Maar dat betekent niet dat we in Nederland allemaal hetzelfde Nederlands spreken. Er is natuurlijk ook nog zoiets als een regionaal accent, en er zijn woorden die bij een bepaalde streek horen, zoals frietje tegenover patatje.

Tussenvormen

Dialecten in Nederland gaan onder invloed van moderne ontwikkelingen in korte tijd steeds meer op elkaar en op het Algemene Nederlands lijken. Zo veranderen lokale dialecten in regionale talen. De spreektaal gaat steeds meer bestaan uit tussenvormen tussen het lokale dialect enerzijds en het Nederlands anderzijds. Tussenvormen kunnen in sommige gevallen als regionaal dialect (‘regiolect’) getypeerd worden en in andere gevallen als algemene Nederlandse omgangstaal met een herkenbaar regionale woordenschat en accent. Zulke tussenvormen zijn dus anders dan het dialect zoals dat nog vooral door de oudste generaties wordt gesproken. Deze traditionele lokale dorps- of stadsdialecten worden door de jongere generatie nog maar zelden gebruikt.

Bron: taalcanon.nl

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Bron B

Jongeren spreken geen dialect, maar gebruiken ‘vette dialectwoorden’

Jos Swanenberg (1968) is sinds februari bijzonder hoogleraar Diversiteit in taal en cultuur in Brabant aan de Universiteit van Tilburg.

‘Als je een jongere in Tilburg vraagt of hij nog dialect spreekt, zal hij in negen van de tien gevallen met ‘nee’ antwoorden. Om vervolgens een variant van het Nederlands te laten horen, die doorspekt is met Tilburgse woorden als zat (‘genoeg) of bekant (‘bijna’).’

‘Jongeren spreken misschien geen dialect meer’, zegt Swanenberg, ‘maar het is zeker ook geen Nederlands. Hoewel het dicht tegen het Nederlands aan zit, dat wel. Maar door allerlei facetten in hun taal hoor je dat deze jongeren uit Tilburg komen. Behalve in woordjes kan dit tot uiting komen in heel onbewuste domeinen van de taal, zoals in de zinsbouw. In Tilburg wordt bijvoorbeeld het woordje ‘zich’ vaak weggelaten. Je kunt zeggen: Hij schaamt z’n eigen of Hij heeft z’n boek niet bij. Dit soort kenmerken zijn terug te voeren op het dialect.’

Bron: nemokennislink

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Bron C

Steeds minder Nederlanders spreken dialect

In Nederland wordt steeds minder vaak dialect gesproken. Dit blijkt uit onderzoek van Geert Driessen, onderzoeker bij het aan de Radboud Universiteit Nijmegen verbonden onderzoeksbureau ITS.

Tussen 1995 en 2003 zijn Nederlandse ouders onderling eenderde minder dialect gaan spreken. Kinderen spreken bovendien nog aanzienlijk minder vaak dialect.

Ouders

In 1995 sprak nog 27% van de Nederlandse ouders onderling dialect; in 2003 was dit geslonken tot 18% – een afname met een derde. Er bestaat een duidelijke tendens tot afname van het gebruik van nagenoeg alle dialecten.

Kinderen

In het algemeen spreken de kinderen aanzienlijk minder vaak een streektaal of dialect dan hun ouders. Vooral in het Nedersaksische en Brabantse taalgebied zijn er forse verschillen. Terwijl in 2003 12% van de ouders Brabants dialect sprak, deed slechts 3% van hun kinderen dat. In Limburg en Friesland zijn de verschillen tussen ouders en kinderen echter veel minder geprononceerd.

Leerlingtekst 1

 

Tekst 1

Dialecten

Nederland kent veel dialecten, de belangrijkste zijn het Fries, Limburgs, Zeeuws, Nedersaksisch en Brabants. Maar het dialect is aan het verdwijnen, dat word al lange tijd gezegd en is uit onderzoek gebleken. Tussen 1995 en 2003 is het aantal ouders en kinderen dat dialect sprak in Nederland flink gedaald. Vaak spreken alleen nog ouderen een dialect. Zo verdwijnen ook ouderwetse woorden uit de Nederlandse taal om plaats te maken voor Engelse leenwoorden. Maar het is niet zo dat heel Nederland nu al hetzelfde Algemeen Nederlands spreekt.

Dialecten die typerend zijn voor een dorp of stad gaan steeds meer op het Algemeen Nederlands lijken. Daardoor krijg je in plaats van dorps gebonden dialecten regionale dialecten. Daardoor krijg je een soort tussenvormen tussen dialect en algemeen Nederlands. Mensen uit een bepaalde regio zijn dus vaak te herkennen aan een bepaalde woordenschat of accent.

Jongeren uit grote steden zeggen bijna altijd geen dialect te spreken. Maar toch gebruiken ook jongeren woorden of zinsopbouw die typerend is voor de stad waar ze vandaan komen of hun achtergrond.

Het dialect is dus aan het verdwijnen. Maar waarschijnlijk komen er nieuwe dingen voor terug waaraan je kunt herkennen waar iemand vandaan komt. En zal je nog lang het verschil blijven horen tussen een Fries en een Limburger.

Leerlingtekst 2

Tekst 2

Rust zacht lief dialect?

Nederland kent naast standaard Nederlands dialecten. Maar de dialecten van Nederland worden steeds minder gesproken. Is dit het einde van de dialecten?

Scheiden de talen zich van de volwassenen?

Bij veel dialecten neemt het aantal sprekers ervan extreem af. Alleen bij het Limburgs en Fries blijft het aantal sprekers stabiel in de tijd.

En hoe zit het met de kinderen?

Ook het aantal sprekers van onder de 18 neemt drastisch af. In negen van de tien gevallen zegt een jongere dat hij geen dialect spreekt in Tilburg. Maar dat betekent niet dat er geen verschillen zijn in taal tussen jongeren in het noorden en in het zuiden, de bekende discussie over friet of patat is een goed voorbeeld. Ook kun je bij jongeren niet spreken van ABN (algemeen beschaaft Nederlands). Het komt vaak voor dat er woorden van hetdialect in de taal van de jongeren zit. Woorden als ‘bekant’ en ‘zat’, en zelf gebruik ik ook het woord ‘bakske’ (een soort pauze met drinken en een koekje), worden veel gebruikt in Brabant.

Leerlingtekst 3

Tekst 3

Het Nederlands verandert door moderne woorden (denk aan: app) tegenwoordig een beetje, maar nog veel meer verandert het dialect. Ook wordt het dialect veel minder gesproken. Hoe komt dat?

In de periode 1995 tot 2003 is het aantal dialectsprekers met een derde afgenomen. Dat komt vooral doordat steeds minder kinderen van huis uit deze dialecten meekrijgen. Weinig ouders spreken nog dialect met hun kinderen en nog minder kinderen spreken tegenwoordig dialect.

Dit betekent niet dat er geen dialect meer wordt gesproken. Jongeren spreken vaak Standaardnederlands met veel dialectwoorden. Ook is het zo dat veel dialecten steeds meer op het Standaardnederlands gaan lijken. Dit zorgt voor een vorm tussen Nederlands en dialect, het regionale dialect. Dit is verschillend van het dialect en wordt vaker gesproken door jongeren. In tegenstelling tot het regionale dialect wordt het lokale dialect amper gesproken door jongeren.

Dus, dialect bestaat nog steeds maar neemt wat andere vormen aan, zoals het regionale dialect of het Standaardnederlands met dialect woorden. Het wordt nog gesproken, maar wel veel minder dan eerst.

Feedbackformulier

 

Opdracht 3 Kenmerken goede synthesetekst

Opdracht 3

Noteer nu per punt (zie opdracht 1) wat volgens jou de kenmerken zijn van een goede synthesetekst. Let daarbij dus op:

Informatie:
Integratie:
Structuur:
Stijl:

Noteer al je antwoorden in je document. Bespreek je antwoorden met je vakcoach.

Opdracht 4 Hoe pak jij het aan?

Opdracht 4: Hoe zou jij het aanpakken?

Je hebt vier teksten vergeleken en weet hoe een goede synthesetekst eruitziet. De vraag is nu: hoe zou jij het schrijven van zo'n tekst aanpakken? Waarmee begin je? Wat doe je daarna? Bedenk een stappenplan.

Noteer hieronder je antwoord als volgt: Stap 1: Eerst ...
Stap 2: Daarna ...
Stap 3: Dan ...

etc.

Bespreek dit met een jaargenoot en bekijk of er verschillen en/of overeenkomsten zijn. Wat zou je nog willen aanpassen in je stappenplan?

Noteer al je antwoorden in je document. Bespreek je antwoorden met je vakcoach.

Opdracht 5: Zelf een synthesetekst schrijven

Als voorbereiding op je SE, ga je de komende tijd een eigen syntheseopdracht maken. Dit doe je in stappen.

  1. Lees eerst de opdracht goed.
  2. Bestudeer de bron en markeer belangrijke informatie
  3. Groepeer informatie: welke informatie uit verschillend bronnen hoort bij elkaar?
  4. Orden informatiegroepjes: wat vertel ik eerst, wat daarna?
  5. Verbind informatie: hoe laat ik de lezer zien hoe mijn tekst in elkaar zit?
  6. Schrijf de complete tekst en controleer.

    Je schrijft dus niet meteen de hele tekst, maar je zet telkens een paar stappen. Hiervoor krijg je een papieren opdrachtboekje, waarin je makkelijk teksten kunt markeren. Haal dit boekje op bij je vakdocent. 

    In het opdrachtenboekje wordt verwezen naar verschillende filmpjes. Die vind je hier: 

    Filmclip Synthesetekst stap 1 en 2

Filmclip Synthesetekst stap 3 en 4

Filmclip Synthesetekst stap 5 en 6

 

 

De toets

Tijdens het toetsmoment ontvang je een opdracht die lijkt op de opdracht van de oefening hiervoor. Je krijgt een aantal bronnen en daarmee ga jij een synthesetekst schrijven. 

Je kunt je hierop voorbereiden door te oefenen en door goed na te denken over hoe je de opdracht aan gaat pakken. Wat heb jij tijdens de oefeningen gedaan en wat kan je hieraan verbeteren?

Let daarnaast op formuleren en spellen. Heb je hier extra hulp bij nodig? Vraag dan naar oefeningen bij je vakdocent. 

RUBRIC synthesetekst

 

 

 

 

 

 

 

 

Literatuurgeschiedenis

Opdracht A: romantiek

De theorie van literatuurgeschiedenis kan je vinden op literatuurgeschiedenis.org. Onder de opdrachten heb ik ook handige en interessante filmpjes gedeeld waar het e.a. in wordt uitgelegd. 

Algemeen
1 De stroming Romantiek kreeg in Nederland niet veel voet aan de grond. Geef hier een verklaring voor.
2 Noem twee voorbeelden van Europese schrijvers en titels van werken die in de Romantiek opkwamen en bekend werden.
Piet Paaltjens, Snikken en grimlachjes
3 Het werk van Piet Paaltjens wordt wel als enige tot de enige zuivere Romantiek. Hoewel hij zwarte humor toont in zijn gedichten, neemt hij als schrijver het leven ook echt zwaar.
  1. Zoek een gedicht van hem op en lees dit. Geef aan waar hij zwarte humor gebruikt. Noteer de hele regel of passage.
  2. Geef een voorbeeld van een romantisch kenmerk in het gedicht.
  3. Noem drie kenmerkende zaken over de schrijver Piet Paaltjens, die jou zijn bijgebleven.
Slotopdracht / Kies uit:
A) Maak een presentatie/poster/video/geluidsopname of maquette over het leven en/of werk van Piet Paaltjens. Laat hierin duidelijk zien wie de schrijver is, waarom hij bekend is geworden en wat er zo kenmerkend is aan zijn werk. Leg ook uit bij welke stroming zijn werk hoort.
B) Haverschmidt (de echte naam van Piet Paaltjens) werd een geliefd voorlezer en kon zijn gedichten goed voorlezen. Maak een eigen werk, gedicht/spoken word/rap in de stijl van Piet Paaltjens. Geef een moderne draai aan een van zijn gedichten, bijvoorbeeld Voor Rika of De zelfmoordenaar.
Combineer dit met een geluidsopname en/of animatie. Dit mag je in duo’s doen. Ken je iemand met een prachtige stem? Het voordragen zelf mag je eventueel door iemand anders laten doen.  
Klaar? Laat je opdracht aftekenen door HGD (uiterste deadline: Deadline Day).

 

Romantiek

Piet Paaltjens (François Haverschmidt) - zwarte humor

Opdracht B: realisme

De theorie van literatuurgeschiedenis kan je vinden op literatuurgeschiedenis.org. Onder de opdrachten heb ik ook handige en interessante filmpjes gedeeld waar het e.a. in wordt uitgelegd. 

Opdracht 2: realisme
Camera Obscura
De satirische verhalen van Nicolaas Beets (echte naam van ‘Hildebrand’) staan zo’n beetje op de grens van Romantiek en realisme, wordt wel gezegd door literatuurwetenschappers.
3. Zoek hier twee argumenten voor. Doe dit aan de hand van zijn werk Camera Obscura. Via de quest kun je (een deel van) zijn werk lezen. Je kunt een korte bewerking inzien tijdens de blox.
4. In Camera Obscura maakt Beets gebruik van ‘speaking names’, namen met een betekenis. Kies er twee uit. Leg de betekenis uit en waarom Beets deze heeft gekozen.
5. Verklaar de titel van het boek.
Max Havelaar
6. Max Havelaar van Multatuli (Eduard Douwes Dekker) is een uniek boek dat toch aansluiting heeft bij stromingen in de toenmalige letterkunde. Leg uit waarom het zowel bij het realisme als bij de Romantiek hoort.
7. Zoek op wat het cultuurstelsel inhield, wanneer het ingevoerd, wanneer het afgeschaft is. Noteer dit zo dat je het later weer goed kunt uitleggen.
8. Het boek is verdeeld in verschillende genres. Waarom zou Multatuli hiervoor hebben gekozen en niet voor een simpele, ingezonden brief?
9. Lees of beluister de speech van Max Havelaar, die hij aan het einde van het boek houdt. Tegen welk onrecht in de Nederlandse maatschappij zou hij in deze tijd kunnen opstaan?
Fabriekskinderen, Jacob Jan Cremer
10. Net als Multatuli, schreef Cremer in zijn boek Fabriekskinderen over misstanden onder de burgers.
a) Om welke misstanden ging dit?
b) Waartegen kwam hij in verzet?
c) Werd er geluisterd naar zijn ‘aanklacht’?
Slotopdracht / Kies uit:
Kies een maatschappelijk onderwerp waarover jij je druk maakt, dat bijvoorbeeld te maken heeft met uitbuiting of kinderrechten. Wat zou echt moeten worden aangepakt?

A) Schrijf een speech (ca. 1 A4) voor een moderne Max Havelaar, gericht aan koning Willem-Alexander. Je speech neem je op als geluidsopname of video. Je mag deze speech ook gebruiken als voorbereiding voor je SE speech. Overleg dit wel eerst met je vakcoach, want hiervoor moet je wel meer van Max Havelaar/Multatuli hebben gelezen.
B) Schrijf een ingezonden brief (ca. 1 A4) als een moderne Max Havelaar, gericht aan lezers van NRC of de Volkskrant. Kijk hiervoor ter inspiratie op de Opinie-pagina’s van deze kranten.

C) Stel je voor: Jij hebt net het verhaal van Saïdjah en Adinda en/of Fabriekskinderen gehoord/gelezen. In de negentiende eeuw was er al tv en jij wilt de Nederlandse kijkers laten weten dat hun situatie moet veranderen. Maak een SIRE-spotje/reclamefilmpje (1 tot 2 minuten) waarin je de kijkers hiervan op creatieve wijze gaat overtuigen of aan het denken zet. Kijk voor voorbeelden op het SIRE-kanaal op YouTube.
Klaar? Laat je opdracht aftekenen door HGD (uiterste deadline: Deadline Day).

Fabriekskinderen

De mini-samenvatting: fabriekskinderen

Multatuli - schrijver van Max Havelaar

Multatuli - Eduard Douwes Dekker

Wie was Multatuli

samenvatting: Max Havelaar, Saïdjah en Adinda

  • Het arrangement Nederlands HVX 5V P2 Synthesetekst schrijven + romantiek en realisme is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Laatst gewijzigd
    18-11-2024 11:18:30
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Nederlands HVX 5V Synthesetekst schrijven + romantiek en realisme
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    4 uur 0 minuten

    Bronnen

    Bron Type
    Romantiek
    https://youtu.be/XUf3uIWUVFs
    Video
    Piet Paaltjens (François Haverschmidt) - zwarte humor
    https://player.ntr.nl/index.php?id=WO_NTR_427408
    Video
    Fabriekskinderen
    https://player.ntr.nl/index.php?id=WO_NTR_427409
    Video
    De mini-samenvatting: fabriekskinderen
    https://youtu.be/msa8OzX_0KM
    Video
    Multatuli - schrijver van Max Havelaar
    https://player.ntr.nl/index.php?id=WO_NTR_427406
    Video
    Multatuli - Eduard Douwes Dekker
    https://youtu.be/K_w4DDHgZ4Y
    Video
    Wie was Multatuli
    https://youtu.be/P1V36LoxoB0
    Video
    samenvatting: Max Havelaar, Saïdjah en Adinda
    https://youtu.be/KgQZ959EG7k
    Video

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    Herbert Vissers eXplore. (2023).

    Nederlands HVX 5V Taalkunde en synthesetekst periode 1 2024-25

    https://maken.wikiwijs.nl/196997/Nederlands_HVX_5V_Taalkunde_en_synthesetekst_periode_1_2024_25

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.