CKV (4HV) Opdrachten Kunstdossier 24/25

CKV (4HV) Opdrachten Kunstdossier 24/25

Informatie over CKV

Welkom!

 

Welkom bij het vak CKV! In deze Quest vind je:

- Informatie over het vak CKV

- Bij welke coaches je voor CKV terecht kunt

- Alle opdrachten per periode voor aankomend jaar. Alle opdrachten samen vormen uiteindelijk jouw kunstdossier.

 

 

 

 

Wat is CKV?

Het vak CKV: Culturele en Kunstzinnige Vorming

Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) is een verplicht vak voor alle leerlingen in de bovenbouw.

Tijdens Blox en de verschillende opdrachten in deze Quest leer je meer over verschillende kunstvormen en kunstdisciplines en ga je er zelf mee aan de slag.

Kunstdisciplines bij CKV

In deze videoclip zijn er verschillende kunstdiscipline's te zien. Welke herken je?

Kunstdisciplines zijn dus verschillende vormen van kunst, zoals theater, dans, film, beeldende kunst en muziek.

Deze vormen zijn onderverdeeld in:            
                                                                         

                   

Wat ga je doen bij het vak CKV?

Per periode staan een of meerdere kunstdisciplines centraal. Hierdoor ga je:

- Ontdekken

aan de hand van opdrachten, workshops en/of excursies ga je kennismaken met verschillende kunsten.

- Beleven

culturele en kunstzinnige activiteiten meemaken.

- Maken

je gaat een eigen (kunst)werk(en) produceren en presenteren.

- Reflecteren

je kijkt terug op je werkproces en leert verslag leggen van je ervaring over kunst en cultuur.

 

CKV Coaches

De coaches/ vakdocenten voor CKV zijn:

Meneer Jansen

Meneer van Riel

CKV Opdrachten (Kunstdossier)

Kunstdossier

De opdrachten voor CKV worden in deze Quest per periode beschreven.

Alle opdrachten en activiteiten voor CKV dit jaar, vormen samen je kunstdossier.

 

Jouw kunstdossier moet je voldoende afronden om het vak ckv te kunnen af sluiten. Je krijgt voor elke opdracht een cijfer die meetelt (zie PTA).

Jouw examen voor CKV is dus het compleet maken van jouw kunstdossier door elke periode te werken aan (keuze) opdrachten.

Bijna alle opdrachten worden in de toetsweken getoetst/ gepresenteerd of afgerond.

 

De volgende opdrachten zullen aan bod komen:

1. Cultureel Zelfportret

2. Deelname aan activiteit(en)

3. (keuze) opdrachten

4. Eigen kunstwerk

5. Presentatie van je kunstdossier met daarin de opdrachten van- en reflectie over al je werk.

De presentatie is dus ook een verplicht onderdeel voor je kunstdossier, waarmee je het vak CKV afrond.

 

CKV Dimensies (Thema's)

Tijdens het ontdekken, onderzoeken, ervaren en werken aan opdrachten van CKV, werk je vanuit een aantal dimensies of thema's.

De CKV dimensies zijn:

Meer informatie hierover volgt.

Vraag:

Onderstaande video gaat over: 'waarom maken mensen zich kwaad over kunst?'.

Aan welke dimensie zou je denk je de inhoud of de discussie uit dit filmpje kunnen koppelen en waarom?

Hoe het werk inleveren?

De meeste opdrachten worden in de SE week gepresenteerd/ besproken.  

Bewaar al je werk tot de eindpresentatie is geweest.

 

 

 

Periode 1A - Cultureel Zelfportret

Planning/Schema

Planning:

Introductievragen HV

Weet jij het verschil tussen kunst en cultuur?

 

Vraag 1: HAVO en VWO:

A. Bekijk onderstaand filmpje. Wat wordt er verstaan onder kunst en wat is cultuur?

B. Komt dat overeen met hoe jij kunst en cultuur ervaart?

 

Vraag 2- HAVO en VWO

Bekijk het filmpje en maak aantekeningen.

Impact van kunst en cultuur

- Wat is de waarde van kunst?

- Wat is de impact van kunst?

- Heeft kunst waarde voor jou? Hoe uit zich dat (wel of niet?)

 

Vraag 3 -  alleen VWO:

Bekijk het filmpje hieronder en maak aantekeningen.

 

Wat is Kunst? (NB: In dit filmpje staat vooral beeldende kunst centraal)

- Hoe is kunst ontstaan?

- Wat is kunst volgens dit filmpje? Leg uit/ voeg citaat toe.

- Wat vond je verrassend uit het filmpje?

- Wat is jouw eigen definitie van kunst?

 

Opdracht 1A

CKV Periode 1 - Cultureel zelfportret

JE MAAKT: een zelfportret zoals uitgelegd in de opdracht.
JE MAAKT: de vragen die je op weg helpen en plakt deze achter op je zelfportret.

In de CKV Blox onder schooltijd kun je eraan  werken, materialen gebruiken, vragen  stellen en feedback krijgen. Gebruik deze blox goed om aan de opdracht te werken en om jou door de coach te laten helpen zodat jouw zelfportret een echt kunstwerk wordt.

Wat is een portret?

Een portret is een al dan niet artistieke voorstelling van een persoon of een groep. Dit kan bijvoorbeeld een schilderij, een foto of een gebeeldhouwde weergave van iemands hoofd of buste zijn.

Wat is een zelfportret?

In het online woordenboek komen een paar definities voorbij:

1. Een afbeelding van jezelf

Portret dat iemand van zichzelf maakt met behulp van de beeldende kunsten of fotografie; portret van zichzelf.

Denk aan: Rembrandt, Frida Kahlo, van Gogh, of jouw talrijke selfies.

       

2. Een kunstwerk waarin jouw karakter of wie jij bent naar voren komt, zonder dat jouw gezicht wordt afgebeeld.

Dus een beschrijvend, verhalend of vertellend kunstwerk van jezelf, uitgebeeld in gesproken of geschreven woorden al dan niet versterkt met afbeeldingen waarin jij jezelf typeert.

Denk aan:

 

Wat is dan een cultureel zelfportret?

Hetzelfde als bovenstaande beschrijvingen, maar dan is het portret gebaseerd op jouw eigen ervaringen op het gebied van kunst en cultuur.

Ben je wel eens naar een voorstelling geweest? Welke films vind je leuk? Heb je een concert bezocht of oude gebouwen op vakantie?

Bedenk daarbij dat kunst maar vooral CULTUUR een wijd en veel omvattend begrip is.

Cultuur omvat alle gewoonten en gebruiken waarover een volk in het land zelf beschikt of die een volk meeneemt uit het land van herkomst. Hieronder vallen o.a voeding, eetgewoonten, kleding, godsdienst, muziek en dans.

Onder de voorbeelden staat een lijst met vragen, die jou helpen bij het maken van jouw zelfportret. Vul die in en plak die achter op je zelfportret! (Print evt uit)

Voorbeelden:

       

PERIODE 1 Opdracht: Maak een cultureel portret van jezelf!

Hoe ga je te werk?

WAT?

Maak een zelfportret van je gezicht:

In dat zelfportret moeten duidelijk jouw ervaringen met kunst en cultuur zichtbaar zijn, in woord en beeld. Probeer je gezicht, of de vorm daarvan, weer te geven in het werk dat je maakt. Het hoeft niet een hyperrealistische weergave te zijn, maar goed als het je lukt kenmerkende eigenschappen in je portret herkenbaar te kunnen maken.

HOE 1:

Om achter je ervaring te komen beantwoord je eerst de vragen onderaan deze tekst. Jouw antwoorden (het belangrijkste deel daarvan) op die vragen verwerk je in je zelfportret.

HOE 2:

Voor de vormgeving van je portret kies uit een van onderstaande opties, zoek de begrippen op.

  • Collage-techniek
  • Abstracte kunst
  • Woordkunst
  • Of een combinatie van collage, abstract, woord.

HOE 3:

Welk materiaal ga je gebruiken?

Het cultureel zelfportret maak je op A3 of groter. Niet digitaal. (A3 is 2 keer zo groot als het standaard A4)

Je maakt een foto van de eindversie (deze moet je bewaren!)

WANNEER:

Je levert je werk in in week 4 - voor 29 september 15.00u.

Het werk wordt gepresenteerd in de SO week van 11-17 November.

 

BEANTWOORD DEZE 30 VRAGEN:

Ze helpen je na te denken over wat kunst en cultuur betekend en dat jij al veel meer aan kunst en cultuur hebt gedaan dan je dacht!

Kopieer de vragen in een document en geef zo uitgebreid mogelijk antwoord - alleen ja of nee is niet voldoende. Neem gemiddeld ongeveer 1 minuut per vraag, dus 30 minuten de tijd.

Film en tv

1. Hoeveel tijd kijk je per week televisie/stream je?

2.Noem twee favoriete tv-programma’s/series (ook Netflix e.d.) en vertel waarom.

3. Welke film/serie van vroeger heeft indruk op je gemaakt?

4. Waardoor heeft deze film of dit programma indruk op jou gemaakt?

Kruis aan. (meerdere antwoorden zijn mogelijk!)

     □ mooie beelden

     □ heel eng en griezelig

     □ ik vond de film heel zielig

     □ ik leerde iets van het verhaal

     □ ik herkende mijn eigen leven in de film/het programma

     □ heel erg grappig

     □ ik wilde graag weten hoe het af zou lopen

     □ Iets anders, namelijk

5. Geef toelichting op de keuze die je hierboven hebt gemaakt.

6.  Naar welke film ben je het laatst geweest?

7. Zou de je film aanraden aan een klasgenoot? Waarom wel/niet.

Muziek

8. Naar welke muziek luister jij? Denk aan genre, bands, zanger(es), groep, DJ, etc.

9. Wanneer luister jij naar muziek? 

10. Ben je wel eens naar concert of festival geweest? Zo ja, welke?

11. Waarom ben je naar dit evenement geweest? Voldeed het aan jouw verwachtingen? leg uit.

Beeldende kunst

12. Ben je wel eens naar een museum geweest? Zo ja, welke?

13. Wat zou jouw ideale museum tentoonstellen?

14. Wat hangt er aan de muur of staat er (in beeld) bij jullie in huis?

15. Hoe ziet jouw huis later er anders uit dan je huis nu?

Theater en dans

16. Heb je wel eens meegewerkt aan een (school)toneelstuk of musical? Wat was jouw rol? Hoe heb je dit ervaren?

17. Ben je wel eens naar een voorstelling geweest? Zo ja, welke?

18. Waar ging de voorstelling over?

19. Als je een recensie mocht schrijven over de voorstelling, hoeveel sterren zou je geven (1-5) en waarom?

Bouwkunst

20. Noem een bouwwerk bij jou in de buurt dat je opvallend vindt en beschrijf hoe het eruit ziet.

(Denk aan station, kerk, moskee, viaduct, winkelcentrum, brug, plein, (stad)huis, etc.)

21. Als je een ding in het ontwerp (de layout) van HVX mocht veranderen, wat zou je er dan aan veranderen?

Fotografie

22. Waar maak je wel eens foto’s van?

23. Waar let je op als je een foto maakt?

Cultuur

24. Welke cultuur overheerst er thuis? Vertel waaraan je dat kan zien.

25. Ben je gelovig? Hoe bedrijf je dat?

26. Wat zijn jouw meest belangrijke normen en waarden?

27. Kom je wel eens in aanraking met andere culturen? Zo ja, hoe en wanneer?

Mode

28. Wat voor een kleding draag jij het liefst?

29. Wat voor kleding vind je vreselijk?

30. Waarom draag je wat je draagt?

 

BRONNEN:
https://www.mixupart.nl/persoonlijke-collage/

https://darshitajairam4ga1.wordpress.com/cultureel-zelfportret/

https://ckvlokaal-mavo.weebly.com

 

Periode 1B - Street Art

Opzet

WK 4 tm WK 10, 30 sept tm 8 november, deadline 8 november 15u

(Verbetertijd tot deadlineday 12 november)

Je presenteert Periode 1 (cultureel zelfportret en Street-Art) tijdens een presentie in de toetsweek.

 

OPZET

  • In deze periode maken jullie een Street-Art kunstwerk.
  • Jullie zoeken, tussen thuis en school, een plek waar jouw Street-Art goed tot zijn recht zou komen en veel aandacht krijgt.
  • Jullie gaan onderzoeken hoe Street-Art gebruikt wordt om standpunten te maken en daarna gaan jullie zelf kunst maken om een eigen standpunt mee over te brengen.
  • Jullie verdiepen je in de cultuur in je eigen omgeving die je hebt onderzocht voor je zelfportret. Je laat je hierdoor inspireren voor de vormgeving van je eindwerk. (Elementen van de cultuur/culturen zijn terug te zien in je eindwerk)
  • Je maakt een schilder-, graffiti-, stencil- of 3D kunstwerk.
  • Je werkt dit kunstwerk uit op (of naar aanleiding van) een foto van de door jou gekozen plek. Je bedenkt zelf hoe je dit wilt uitvoeren en welke materialen je daarvoor nodig hebt.
  • Je kunstwerk valt onder de CKV-dimensie: Lokaal & Globaal
  • Heb je zelf een (afwijkend) idee dat past binnen de opdracht, helemaal TOP. Overleg het met een van de coaches.

 

 

 

 

Wat is Street Art?

STREETART

Wat is Street Art en waar staat het voor?

Street Art is een kunstvorm nauw verbonden met de graffiti beweging. Onder de noemer Street Art vallen diverse legale of illegale kunstuitingen die aangebracht zijn aan openbare weg, maar niet specifiek graffiti zijn. Het kunnen dus stickers, beelden, schilderingen en verplaatsbare kunststukken zijn. Essentieel verschil tussen Street Art in vele vormen en graffiti is de boodschap en de afbeeldingen. Bij graffiti gaat het meestal om een eenvoudige berichtgeving en een naam tag.

Bij Street Art is de afbeelding en de boodschap erachter belangrijker.
 

BOODSCHAP

Bij Street art gaat het meer om de boodschap en originaliteit van het kunstwerk.


Street Art, altijd met een boodschap.
Street Art ontstond in de jaren ‘70, verdween later uit het beeld en kwam met vernieuwde hevigheid terug in de jaren ‘90, dit keer als een zuivere kunstvorm, bijvoorbeeld een straatgrafiek waarbij de straat functioneert als een tentoonstellingsruimte. Ook bekend is het zogenaamde wildbreien (guerilla-knitting) waarbij straatobjecten worden aangekleed met gebreid textiel in opvallende, primaire kleuren.

 

‘Street art is urban poetry that catches someone’s eye.’
Christian Guémy aka C215

 

Street Art = publiek en toegankelijk.
Door groei van de technische mogelijkheden en de creativiteit van de street art kunstenaars ontstaan er doorlopend nieuwe vormen. Street Art is kunst met een boodschap, elke afbeelding vertelt een actueel, op de reële wereld gebaseerd verhaal, meestal met een politiek of ideologisch boodschap. Street Art is publiek, voor iedereen zichtbaar, voor iedereen toegankelijk. Street Art is jong en hip en wordt meestal legaal en in overeenstemming met de autoriteiten aangebracht.

 

Bij street art staat het beeld centraal. Streetart is meestal ook diverser dan graffiti. Er worden meer verschillende middelen gebruikt, zoals spuitverf, markers en stickers, tarwepasta, wildbreien, mozaïekinstallaties, sculpturen (ook wel 3D-streetart), tapekunst en hacking”

 

LOKAAL & GLOBAAL

Iets dat lokaal is gemaakt komt uit een specifieke streek, stad of plek in de wereld. Je kunt vaak aan bepaalde voorwerpen zien waar het vandaan komt of waardoor ze zijn beïnvloed.
Wanneer een kunstwerk globaal is worden er beeldkenmerken gebruikt die voor veel mensen over de wereld verspreid herkenbaar zijn of een thema behandelen dat wereldwijd speelt.

 

In de wereld komen verschillende culturen, groepen, naties en etniciteit voortdurend met elkaar in aanraking.
Voorbeelden zijn een gedeelde taal, religie, tradities, gewoonten, normen en waarden, maar ook de formele inrichting van een samenleving, zoals de organisatie van het onderwijs, het gehanteerde rechtsstelsel, en het gebruikte kiessysteem.

 

Tegenwoordig is via onze digitalisering de wereld een stuk kleiner en dichterbij. We zijn elkaar voortdurend aan het inspireren en lokale tradities raken makkelijker en sneller met elkaar verweven.

 

Voor deze opdracht lees je nogmaals je antwoorden terug over ‘welke culturen’ in je zelfportret en vul je deze aan. (Deelopdracht 02)

Voorbeelden

Street Art Frankey

Opdracht 1B

OPDRACHT STREET ART

Deelopdracht 1, kies een kunstvorm en artiest.

De volgende opdrachten doe je alleen of in een groep van 2. Let op: iedereen in de groep levert alles in een document in, het kunstwerk presenteer je samen. Werk samen met iemand die dezelfde kunstvorm gekozen heeft.

Maak een document (word, pages) aan voor de opdrachten van deze periode ‘CKV_Street Art_PO1 24/25’ zet daar alle vervolgopdrachten in.

Kies één kunstvorm en de bijbehorende artiest. Je doet onderzoek naar de door jou gekozen kunstvorm en kunstenaar. Je maakt hierover een verslag van minimaal 300 woorden en minimaal 2 afbeeldingen

Stencilart - Banksy

Graffiti – David Choe, Eduardo Kobra, Os Gemeos, Vhils, Lady Pink, Rosalie de Graaf.

3D Street art - Street Art Frankey

Heb je een ander idee, helemaal top, overleg het met een van de coaches!

 

Deelopdracht 2, onderzoek culturen in jouw omgeving.

Bekijk opnieuw de vragen uit je zelfportret en vul deze aan met de volgende vragen. Zet deze in het document van de Street Art opdracht. Herhaal vraag 26 en 29 in je antwoorden, neem de vragen over in je document.

Cultuur

26.Welke cultuur overheerst er thuis? Vertel waaraan je dat kan zien.

27.Ben je gelovig?

28.Noem twee normen en waarden waarin jij gelooft en vertel waarom jij di belangrijk vindt.

29.Kom je wel eens in aanraking met andere culturen? Zo ja, hoe en wanneer?

 

Voorbeelden die gaan over een bepaalde cultuur zijn een gedeelde taal, religie, tradities, gewoonten, normen en waarden.

  1. Welke cultuur overheerst thuis en waaraan kun je dat zien?
  2. Kom je wel eens in aanraking met andere culturen?
  3. Welke culturen, inclusief de Nederlandse, zijn dat?
  4. Wanneer en hoe kom je hiermee in aanraking?
  5. Noem 3 beeldende kenmerken van culturen waarmee je in aanraking komt, deze kenmerken verwerk je later in je eindwerk. (denk aan kleuren, kleding, symbolen, gebruiksvoorwerpen, letters,...)
  6. Wat is in jouw wijk typisch lokaal?
  7. Welke kunstvormen (en/of kunstervaringen en belevingen) zijn globaal te noemen?

 

Deelopdracht 3, kies een globaal thema en maak een mindmap.

Regelmatig ontstaan er nieuwe kunstvormen. Verschillende kunstvormen worden gebruikt om ideeën over een actueel onderwerp naar voren te brengen aan een breed publiek.

Jullie gaan onderzoeken hoe urban art gebruikt wordt om standpunten te maken en daarna gaan jullie zelf kunst maken om een eigen standpunt mee over te brengen. Net als de kunstenaar gaan jullie ook iets maken die een idee naar voren brengt.

Samen kiezen jullie een actueel onderwerp. Dit mag zowel positief als negatief zijn. Je gaat een standpunt innemen. Ben jij voor of tegen?

Maak een mindmap over het door jullie uit te werken globaal thema. Dat wil zeggen een thema dat wereldwijd speelt.

Welke onderwerpen kun je allemaal bedenken en hoe zou je dat thema uitbeelden? (denk aan: Klimaat, toename online shoppen, uitbuiting van arbeid ivm tech industrie, oorlogen of bedenk een eigen thema)

Melke onderwerpen je allemaal kan bedenken (denk aan: corona, klimaatverandering, toename online shoppen etc.)

 

Deelopdracht 4, zoek een plek.

Zoek een plek tussen thuis en school waar je jouw Street Art kunstwerk gaat maken.

Maak van deze plek een foto.

Hoe Street Art Frankey een locatie zoekt

Deelopdracht 5, maak je kunstwerk.

Urban art is erg belangrijk omdat het toegankelijk is voor een breed publiek. Hiermee bedoelen we dat veel mensen (ook degene die minder geïnteresseerd zijn in kunst) het kunnen zien/bekijken. Je hoeft dus geen duur kaartje voor een museum te kopen.

Jullie gaan een manier bedenken waardoor jullie standpunt wordt overgebracht. Je werkt dit kunstwerk uit op (of naar aanleiding van), een foto van de door jou gekozen plek. Je bedenkt zelf hoe je dit wilt uitvoeren en welke materialen je daarvoor nodig hebt. Je kunt gaan voor graffiti: schilderen of tekenen, een stencil kunstwerp maken, je werkt met sjablonen of een 3D kunstwerk maken van een materiaal naar jouw keuze.

Let op: het moet de aandacht trekken, het moet opvallen, zorg er dus voor dat je een creatieve en opvallende manier bedenkt om jouw standpunt over te brengen.

Onderzoeksopdracht HV

ONDERZOEK (alleen voor HAVO / VWO)

Deelopdracht 6, Wijksafari

Je doet een onderzoek naar aanleiding van de voorstelling ‘Wijksafari’. Verwerk hierin onderstaande vragen. Maak hiervan een goed lopend verhaal. (Minimaal 500 woorden)

 

Wijksafari on tour (of: Hoofdrol in je eigen voorstelling aan huis)
In de theaterproductie WijkSafari (i.s.m. Adelheid Roosen en theatergroep Zina) geven bewoners uit een bepaalde stadswijk in Amsterdam op een bijzondere manier een inkijkje in hun verschillende levens en levensverhalen. De bewoners die met dit community-art project meedoen hadden een paar maanden van tevoren een acteur 'geadopteerd' om samen de verhalen te transformeren tot een scene in een theatrale setting. Tijdens de vier uur durende voorstelling werd het publiek (in kleine groepjes) per scooter van locatie naar locatie verplaatst en in contact gebracht met de verhalen van de verschillende bewoners in de wijk. In de voorstelling is er ook een 'rol' voor religie, educatie, architectuur en de lokale economie in de wijk.

 

Bekijk de volgende info over het project Wijksafari van Adelheid Roosen.

https://tga.nl/voorstellingen/wijksafari

https://codeculturelediversiteit.com/best-practice/wijksafari/

Trailer:

Uitleg van het concept:

Onderzoeksvragen:

1) In deze voorstelling wordt de grens tussen theater en werkelijkheid opgeheven. Leg deze bewering uit en gebruik het begrip locatietheater.

2) Deze voostelling zou je kunnen plaatsten onder de CKV dimensie ‘Lokaal&Globaal’, leg uit waarom.

3) Op welke manier wordt hier gezocht naar lokaal, globaal en authenticiteit? Vind je dat deze theaterproductie erin is geslaagd om grenzen te verleggen en verbindingen te maken?

4) Benoem enkele gewoonten uit andere culturen die voorbijkomen. Zijn er gewoonte waarmee je nog niet bekend was? Zijn er gewoonte die je enorm hebben verrast? Probeer er minstens drie te benoemen.

5) Deze ogenschijnlijk lokale theaterproductie is inmiddels 'global' gegaan: de productie is namelijk ook ontwikkeld en uitgevoerd in Mexico. Wat zou dit verschil betekend hebben voor het tot stand komen. In hoeverre zou dit project ook in Shanghai of Mumbai uitgevoerd kunnen worden? Of in Eindhoven?

6) Tot slot, geeft je een eigen mening over deze voorstelling, gebruik hiervoor minimaal 50 woorden (van de 500)

Leerdoelen en bronnen

Beoordeling

Rubric CKV periode 1 HV

Punten

Leerling heeft het cultureel zelfportret (CZ) ingeleverd met invulling van voorkant en achterkant

1

CZ bevat een referentie naar een portret van de leerling

1

CZ is volledig gevuld en toont een plan voor zowel voorgrond als achtergrond

1

CZ is op een creatieve manier vormgegeven en getuigt van inzet

1

CZ bevat minimaal 5 referenties naar de culturele en kunstzinnige identiteit van de leerling

1

CZ is fysiek/analoog vormgegeven (niet digitaal)

1

CZ is uitgewerkt met oog voor detail

1

Vragen op de achterkant zijn zorgvuldig uitgewerkt zonder ja/nee antwoorden

3

 

 

Totaal 1A

10

 

 

Leerling heeft een volledig uitgewerkte opdracht van Street Art (SA) ingeleverd

1

Leerling heeft een locatie in de omgeving gebruikt ter inspiratie voor het ontwerp

1

Leerling heeft zorgvuldig onderzoek gedaan naar culturen in de omgeving

1

Leerling heeft zorgvuldig onderzoek gedaan naar de gekozen street art kunstenaar

2

Leerling heeft zorgvuldig nagedacht over een actueel thema

1

Leerling heeft een uitgebreide mindmap gemaakt voor het gekozen thema

2

Leerling heeft een Street Art kunstwerk uitgewerkt rondom een gekozen locatie

1

Street Art kunstwerk trekt de aandacht en valt op

1

SA is uniek en creatief

1

SA betreft een boodschap die aansluit bij het onderzoek

1

SA is gemaakt met oog voor detail

1

 

 

Verdiepingsonderzoek (VO) is ingeleverd en er is voldaan aan minimaal 500 woorden

1

VO is zorgvuldig gemaakt met uitgebreide en verdiepende antwoorden

3

 

 

Totaal 1B

17

 

 

Presentatie is zorgvuldig vormgegeven met een passende uitleg over het geleverde werk van de afgelopen periode

3

 

 

Deadlines gehaald? (iedere dag te laat is 1 minpunt)

 

Totaal alles

30

 

 

Cijfer = Totaal / 3

 

Periode 2 - Architectuur/Design

Opzet

DE OPDRACHT IN HET KORT

 

150 jaar geleden was Nieuw-Vennep een meer. Dat is droog-gepompt en in deze polder is dit dorp gebouwd. Alles wat je om je heen ziet is ontworpen. Elke straat, elk bankje en zelfs elke boom. Nu kijken we om ons heen en denken we, "dat is zo" maar dat was ooit niet zo. De wereld is soms veel maakbaarder dan je je beseft. Jullie gaan je verplaatsen in het hoofd van een architect en de wereld een klein beetje maken zoals je het zelf het liefst zou zien.

Jullie gaan een multifunctioneel plein ontwerpen, naar aanleiding van een plein of plek in je eigen omgeving.

  • Denk aan een plek waar je zelf zou willen rondhangen
  • Bedenk hoe en waarom je iets zou willen aanpassen zodat het een fijne plek is om te zijn
  • Je doet onderzoek naar minimaal 2 uiteenlopende openbare pleinen of parken.

Op het plein komt minimaal:

  • een kiosk waarvan de vormgeving laat zien waar deze voor dient of wat er verkocht wordt.
  • een kunstwerk waarop je kunt zitten.
  • een plek om te bewegen/sporten.

 

Je doet deze opdracht alleen

Planning

Week Taak
Startweek (20/11 - 22/11) Lees opdracht en maak een concreet plan
Week 2 (25/11 - 29/11) Plein uitgekozen, pleinen onderzoek gekozen, 3 ontwerp schetsen af
Week 3 (2/12 - 6/12) Sfeer-inspiratie-board af, onderzoeksverslag over de helft
Week 4 (9/12 - 13/12) Definitieve plattegrond af (gedetailleerd en ingekleurd), onderzoek afgerond
Laatste week voor de vakantie  
Kerstvakantie  
Kerstvakantie  
Week 6 (6/1 - 10/1) Werken aan kiosk/gebouwtje
Week 7 (13/1 - 17/1) Kiosk gebouwtje af
Toetsweek (20/1) Presentatie af

Opdracht

DE VISIE

 

  1. Ontwerp een multifunctioneel plein waar jij zelf graag zou willen rondhangen. Jouw ideale hangplek.
  2. Ontwerp je plein naar aanleiding van een bestaand plein of plek uit jouw omgeving dat je aanspreekt of juist heel lelijk vindt en wilt verbeteren.
  3. Je zoekt een abstract kunstwerk(en) dat je wilt gebruiken als uitgangspunt voor de plattegrond van het plein. Bedenk dat dit invloed heeft op je vormen, rond/organisch of vierkant/statisch.
  4. Het plein is multifunctioneel, wat wil zeggen dat het plein voor verschillende functies is te gebruiken.
  5. Het plein heeft bijvoorbeeld bankjes, bomen, bloemperken, een grasveld, speeltuin, enzovoort.
  6. Het plein bevat tenminste een kiosk of gebouwtje waaraan je aan de buiten kant kunt zien waar het voor dient. Wat ga je verkopen? Welk doel heeft jouw kiosk en hoe ga je dat vormgeven. Bedenk een originele en creatieve vorm voor je kiosk.
  7. Daarnaast heeft het plein twee van de volgende drie onderdelen: 1) een kunstwerk waar je op kunt 'zitten’ 2) een plek dat te maken heeft met bewegen of sporten 3) een graffiti-muur.
  8. Verwerk ook een CKV-dimensie in je ontwerp. Zoals je weet gaat CKV uit van verschillende dimensies, voor deze opdracht maak je zelf een keus welke je wilt toepassen in je ontwerp. Pas een van de volgende disciplines toe en leg in je presentatie uit hoe deze tot uiting komt in je ontwerp:

 

DE ONDERZOEKS-OPDRACHT

 

  1. Je doet onderzoek naar minimaal 2 uiteenlopende openbare pleinen of parken.
  2. Bedenk een goede vraag (een waar je niet ‘ja’ of ‘nee’ of kan antwoorden) en bedenk daarbij 3 deelvragen. De deelvragen geven antwoord op de onderzoeksvraag. Hier staan suggesties:
  • Wat is hun functie?
  • Wat was het idee van de ontwerper, architect of kunstenaar?
  • Welke elementen zijn er toegepast om dit te bereiken?
  • Wat komt er kijken bij het ontwerpen van een plein?
  • Waar moet je op letten?
  • Wat is multifunctioneel?
  • Wat maakt een plein aantrekkelijk?
  1. Je zoekt een abstract kunstwerk dat je gaat gebruiken als uitgangspunt voor de plattegrond van je plein. Je zoekt ook achtergrondinformatie over dit kunstwerk en verwerkt dit in je beeldverslag.
  2. Voor de presentatie maak je een PPP of een poster. Je maakt gebruik van beeld en tekst.
  3. Je onderzoek/beeldverslag bestaat uit 4-6 pagina’s (word/pages). Let erop dat tekst en beeld in verhouding is (4 pagina’s met alleen beeld is niet de bedoeling.

 

DE MAAK-OPDRACHT

 

1. Je maakt minimaal 3 ontwerpschetsen voor je plein. Schrijf hierop ook gelijk je ideeën die ontstaan terwijl je ontwerpt.

2. Je maakt een op A3 formaat inspiratie-ontwerp-board, naar aanleiding van jouw definitieve schets. Wat komt waar, welke elementen ga je plaatsten? Zoek en gebruik plaatjes als inspiratie, plak deze ook op dit inspiratie-ontwerp-board. Plak hierop ook de foto van het door jou gekozen plein/plek. (Deze moodboard bevat minimaal 10 plaatjes)

3. Je tekent het plein in zoveel mogelijk detail op een ingekleurde plattegrond van minimaal A4 formaat

4. Je maakt de kiosk of het gebouwtje in een grote van ongeveer 20x20x20cm. (zo groot als de koffiemok van Mr Samwel)

Je maakt minimaal 3 ontwerpschetsen voor je plein. Schrijf hierop ook gelijk je ideeën die ontstaan terwijl je ontwerpt.

WAT MOET JE INLEVEREN?

 

Digitaal:

Maak een tegel aan in Egodact. Hierin komen:

  • Foto’s van jouw gekozen plein.
  • Minimaal 3 ontwerpschetsen voor je plein, inclusief aantekeningen met inspiratie ideeën.
  • Een A3 inspiratie-ontwerp-board, naar aan aanleiding van jouw definitieve schets.
  • Een goed ingevuld logboek over de ontwikkelingen van het project.
  • Een beeldverslag van 4-6 pagina’s (Word/Pages) over het door onderzochte pleinen, CKV dimensie, kunstwerk en kunstenaar.

Fysiek:

  • Een gedetailleerde uitgewerkte ingekleurde plattegrond van het plein en een model van de kiosk/gebouwtje.
  • Voor de presentatie maak je en PPP of een poster. Je maakt gebruik van beeld en tekst.

Presenteren:

  • Op de beoordeling in de toetsweek presenteer je het plein, de kiosk, de 3 schetsen, het inspiratie-ontwerp-board en geven een korte uitleg van je onderzoek en je CKV dimensie.

Bekende Pleinen

Supertree Grove - Singapore

Leidseplein - Amsterdam

Times Square - New York

Skatepark - Los Angeles (Venice Beach)

Placa Catalunya - Barcelona

Washington Square - New York

Trafalgar Square- Londen

Dubai

Beoordeling

BEOORDELINGSCRITERIA/ RUBRICS


Aan de hand van de bovengenoemde eisen met betrekking tot de opdracht.


Eisen van de coach:

  • Het werk is met aandacht verzorgd en ingeleverd.
  • De leerling heeft inzet getoond, heeft een ontwikkeling laten zien binnen zijn niveau.
  • De leerling heeft getoond een creatief product te kunnen leveren dat de coach verrast.
  • De leerling is aanwezig geweest in de BloX.
  • De leerling heeft de verschillende fasen besproken met de coach, heeft de feedback verwerkt en toegepast of kan goed weerleggen waarom de leerling dat niet heeft gedaan.

 

DOMEINEN

Verkennen:
Wat weten de leerlingen over het onderwerp uit eigen ervaring? Met welke termen zijn zij bekent?

Verbreden:
Kennis maken met de aspecten van architectuur en design. Wat komt er kijken bij het ontwerpen van een plein? Waar moet je op letten?

Verdiepen:
Wat zijn functies van een plein? Wat is multifunctioneel? Hoe maak je een plek aantrekkelijk? Waar moet je op letten?

Verbinden:
Zelf aan de slag met het ontwerpen en maken van een plein en het toepassen van de aspecten en disciplines die daarbij komen kijken.

Je eindwerk en onderzoek naar het kunstwerk presenteren bij de eindbeoordeling.

 

LEERDOELEN / LEERSPIEREN (BHL /BLP)

De leerling kan: (leerdoelen)

  • Kan betekenis vol onderzoek verrichten dat bijdraagt aan het ontwikkelen van kennis over het onderwerp. Is in staat deze informatie te delen en te presenteren aan zijn medeleerlingen
  • Kan een creatief product verzinnen en verbeelden, uitvoeren.
  • (Kan samenwerken en neemt een gelijkwaardig deel van de verantwoordelijkheden voor zijn/haar rekening). Is in staat taken te verdelen en/of deze goed uitvoeren.
  • Kan reflecteren op het eigen werk en op dat van de medeleerlingen.
  • Is in staat tot zelfregulerende beoordeling van het eigen werk.
  • Kan een 2D ontwerp omzetten naar een 3D ontwerp.

De leerling heeft gewerkt aan: (BHL)

  • Samenwerken: samenwerken, empathie tonen, mening respecteren, verantwoordelijkheid nemen.
  • Creatief denken: verbeelding, ontdekken, onderzoeken.
  • Deelnemen: discussieren, luisteren, rekening houden met anderen.
  • Zelfmanagement: plannen, overwegen, jouw plaats in de groep.
  • Kennis vergaren: problemen evalueren, onderzoeken, analyseren.
  • Reflecteren: evalueren, doelen stellen, omgaan met positieve en kritische feedback, zelf reflecterend beoordelen.

De leerling heeft getraind: (BLP)

  • Veerkracht: doorzetten
  • Vindingrijkheid: verbeelden, koppeling maken, vragenstellen.
  • Reflectie vermogen: planning, herziening
  • Interactie: onderlinge afhankelijkheid, samenwerken, empathie en luisteren.

Periode 3 - Film/Fotografie

Opzet

DE OPDRACHT IN HET KORT

 

De filmindustrie zit vol met verschillende interessante beroepen. Van producent, tot casting director, set dresser of costume designer, of vergeet niet de regisseur, editor, camera operator, make-up artist, schrijver, acteur - the list goes on. Alles zit er in, en zo is er voor ieder wat wils. Deze periode gaan jullie kennismaken met de veelzijdigheid van de film industrie door zelf een korte film te maken. Dit gaan jullie doen in groepjes van 3-4 personen.

Voor degene met een extra interesse in camerawerk is er een alternatieve fotografie opdracht waarvoor je een fotoreportage gaat maken.

Planning

Week Taak
Week 1 (10/2 - 14/2) Stap 1: Onderzoeksvragen
Voorjaarsvakantie  
Week 2 (24/2 - 28/2) Stap 2: Verzin het concept
Week 3 (3/3 - 7/3) Stap 3: Kies de stijl
Week 4 (10/3 - 14/3) Stap 4: Script/storyboard
Week 5 (17/3 - 21/3) Stap 5: Script/storyboard
Toetsweek (24/3 - 28/3)  
Toetsweek (3/31 - 4/4)  
Week 6 (7/4 - 11/4) Stap 6: Filmplanning
Week 7 (14/4 - 17/4) Stap 7: Filmen/Fotograferen
Meivakantie -------------------------------------- Filmen/Fotograferen
Meivakantie -------------------------------------- Filmen/Fotograferen
Week 8 (6/5 - 9/5) Stap 8: Editen
Week 9 (12/5 - 16/5) Stap 9: Evalueren
Week 10 (19/5 - 23/5) Stap 10: Presentatie af en premiere/expositie!

Opdracht Film

DE FILM-OPDRACHT

 

  1. Je maakt een filmcrew van 3-4 klasgenoten. (Uit ervaring is gebleken dat met 4 of meer deze opdracht uitvoeren een te grote uitdaging is)
  2. De film duurt minimaal 4 tot maximaal 6 minuten.
  3. Het filmpje moet interessant zijn om naar te kijken. Als kijker wil ik graag wat leren of meer te weten komen over iets waar ik nog niet alles van weet, een onderwerp wat jullie interesseert of waarvan jullie vinden dat anderen er meer over zouden moeten weten. Heb je een boodschap, verhaal of iets wat er gebeurt is dat je wilt vertellen? Maak er een mooi verhaal en film van.
  4. Binnen de crew zorg je voor een evenredige taak en tijd verdeling onder elkaar.
  5. Verzamel al je werk voor een presentatie aan het einde van de periode waarin je zowel de opdrachten laat zien als het eindresultaat.

 

STAP VOOR STAP

1. Voorbereidende vragen. Ieder in je crew maakt deze voorbereidende vragen om na te denken over de opdracht en het onderwerp. Gebruik volle zinnen bij het beantwoorden van je vragen.

     a. Naar wat voor soort films kijk jij? Noem een aantal titels en genres (thriller/actie/comedy/etc.)

     b. Ga je graag naar de bioscoop? Waarom wel of niet?

     c. Wat zijn de verschillen tussen een speelfilm en een tv serie?

     d. In deze opdracht doe je onderzoek naar de CKV dimensie "Feit en Fictie". Een film is fictie, dat wil zeggen dat het niet echt is. Wat wordt er bedoeld met feit of fictie? Geef voorbeelden aan de hand van dit filmpje.

     e. Bekijk het filmpje hieronder. Waarom vindt deze museumdirecteur fictie noodzakelijk? Ben jij het met haar eens en waarom wel of niet?

     f. Waarom gebruikt een kunstenaar soms fictie?

     g. Wanneer is iets waargebeurd of niet? Hoe kun je dat bepalen?

     h. Biedt fictie een kunstenaar andere mogelijkheden dan feiten?

     i. Is een autobiografie een feit? En wat gebeurt als een boek wordt verfilmd?

Voor HAVO/VWO zijn er nog extra onderzoeksvragen te vinden in de menubalk links.

2. Maak een mindmap. Het is het goed om te bedenken welk verhaal je de kijker gaat vertellen. Zelfs het kortste filmpje verteld een verhaaltje. Het verhaal, wat jullie willen gaan vertellen met de film, is waar jullie idee begint. Ga bij elkaar zitten en samen nadenken en praten hierover. Een mindmap helpt bij het goed nadenken over jullie film. Deze kun je ook tussendoor aanvullen als je nieuwe ideeën hebt in de tijd dat je aan jullie film werkt  

3. Bepaal het genre. Doe onderzoek naar film genres en beantwoord de volgende vragen:

    a. Onderzoek welke filmgenres gebaseerd zijn op feiten en welke op fictie. Noem/zoek daar ook een paar films bij.
     b. Maak hiervan een mindmap of beeldverslag (minimaal 1, maximaal 2 pagina's). Zet aan 1 kant de feitgenres (met kenmerkende aspecten) en aan de andere kant de fictie genres (met de kenmerkende aspecten).
     c. Schrijf je bron erbij (waar heb je deze informatie gevonden?)

     d. Welk genre/ welke genres vind jij interessant? Waarom?

Vul samen deze tabel in en bedenk welk genre jullie film moet zijn. Doe vervolgens research naar het genre en schrijf typische kenmerken op.

4. Schrijf een script. Verzin karakters en scenes. Schrijf op wat er gebeurt en wat ze zeggen. In films staat één pagina script gelijk aan ongeveer 1 minuut film. Klik hier voor tips.

5. Maak een storyboard. Werk terwijl het script wordt geschreven ook aan een storyboard. In een storyboard maak je een overzicht van alle shots in je film en denk je na over hoe het eruit moet gaan zien. Een storyboard kan je ook online maken via deze link. Het storyboard bestaat uit minimaal 10 shots.

6. Plan het filmen. Jullie gaan alles wat nodig is voor het maken van de film nu plannen. Verdeel de taken onder elkaar zodat je goed gebruik maakt van de tijd die je hebt. Zorg dat iedereen evenveel doet! Beantwoord onderstaande vragen:
     a.    Hoe zijn de taken verdeeld?
     b.    Wanneer gaan jullie filmen?
     c.    Op welke plekken gaan jullie filmen?
     d.    Wie gaat/gaan filmen (met welke camera)?
     e.    Wie spelen de rollen?
     f.    Wie verzorgen alle spullen die nodig zijn voor de aankleding (Styling)?
     g.    Wie gaat/gaan achteraf monteren (editen, muziek en teksten)?

7. Filmen. Tijd om jullie film echt op te gaan nemen. Kijk het filmpje hieronder voor inspiratie over verschillende camera shots en zorg dat je zoveel mogelijk gebruikt in jullie film om het op een interessante manier in beeld te brengen.

8. Editen. Jullie zijn in de laatste fase van film productie aangekomen. Jullie gaan het opgenomen materiaal editen. Dit kan in verschillende apps zoals iMovie, CapCut of andere software. De editing is super belangrijk voor het tempo van de film maar geeft ook mogelijkheid tot extra elementen zoals effecten en muziek. Muziek kan onwijs veel invloed hebben op een film zoals te zien in dit filmpje. Zorg in de editing ook dat je film een titel krijgt en ook een aftiteling met credits.

9. Poster maken. Kijk de film een paar keer en check of jullie echt tevreden zijn. Maak nog een paar laatste aanpassingen als dat nodig is. Dan is het tijd om een poster te maken. Op de poster van je film staat:
- Wie de film heeft gemaakt
- De titel
- De (belangrijkste) acteurs
- Een pakkende one-liner om de aandacht te trekken. - Een foto/ afbeelding

Je poster moet passen bij je film en het gekozen genre. Het is je reclame. Hang de poster ook op voor/ tijdens de toets week! Dan krijgen we vast een sneak preview van wat er komen gaat.

10. Presenteer. Zet al je werkmateriaal in een presentatie en presenteer dit in de toetsweek. Zorg dat je trots kan zijn op wat jullie hebben gemaakt!

 

WAT MOET JE INLEVEREN?

 

Digitaal:

Maak een tegel aan in Egodact. Hierin komen:

  • Per leerling (!) alle vragen uit de quest, kopieer ze in de tegel en beantwoordt ze daar. Als je alles hebt beantwoord, laat je dit aan de coach weten doormiddel van een bericht via teams. De coach geeft feedback.
  • Jullie houden: je logboek goed bij in je tegel, van zowel je onderzoek als de voorgang van het maken van de film. Om de beurt houden jullie het logboek bij.
  • Je levert in: 1 gezamenlijk ingevuld genre formulier
  • Je levert in: 1 scenario/script, hier staan de scenes kort beschreven en suggesties voor de teksten.
  • Je levert in: 1 uitgewerkt storyboard van tenminste 10 getekende scenes voorzien van tekst.
  • Je levert in: 1 planning: wat moet er allemaal geregeld worden en wie doet wat? Zie opdracht 6.
  • Jullie maken: De film duurt minimaal 4 tot maximaal 6 minuten en moet interessant zijn om naar te kijken.

Presenteren:

  • Op de beoordeling in de toetsweek presenteer je je film en al het bovenstaande materiaal.

Opdracht Fotografie

DE FOTOGRAFIE-OPDRACHT

 

  1. Voor fotografie ga je een fotoreportage maken van drie tot vijf beelden die samen een verhaal vertellen. De foto’s moeten los van elkaar sterk zijn maar als reportage nog sterker. Je bedenkt van tevoren een thema voor de reportage en dan ga je pas fotograferen.

  2. De opdracht mag in een groep van ca 3 mensen. PAS OP, de ervaring leert dat samenwerking bij deze opdracht lastig is. Vandaar de max 3 personen. Wil je het anders, overleg met de coach.

  3. Verzamel al je werk voor een presentatie aan het einde van de periode waarin je zowel de opdrachten laat zien als het eindresultaat.

 

STAP VOOR STAP


1. Onderzoek. Een belangrijk criterium van een goede reportage is dat alle foto's uniek zijn en dus niet te veel op elkaar lijken. Probeer de foto’s te laten verschillen in vorm (verschillende composities, standpunten, kader e.d.).

Je kan eens voor inspiratie kijken op de site van de World Press Photo. Kijk naar de nominaties van de ‘stories’. Dat zijn allemaal fotoreportages die genomineerd zijn voor een prijs. Voor tips over hoe je zo’n reportage nou aanpakt kan je eens op deze site kijken.

Maak een werkstuk over de geschiedenis van de fotografie. Gebruikt tekst en beeld en zorg voor een tijdlijn. Verwerk in je verslag een vergelijking met fotografie rond 1830 en AI nu met betrekking tot beeldende kunst. In totaal is dit verslag rond de 800 woorden.

2. Denk na over een thema. Welk verhaal wil je vertellen met jouw reportage? Neem iets uit je eigen omgeving en een thema waar je makkelijk toegang tot hebt. Gebruik hiervoor minimaal 50 woorden.

3. Denk na over de beeldvorming. Hoe ga je dit in beeld brengen? Probeer dit zo uitgebreid mogelijk te vertellen. Dat hoeft niet te betekenen dat je de foto’s al precies voor je ziet, maar dat je bedenkt wat voor een soort beelden/kleuren/standpunten aansluiten bij jouw thema. Gebruik hiervoor minimaal 150 woorden.

Hand Frame Stock Photos, Images and Backgrounds for Free Download

4. Maak een storyboard. In een storyboard maak je een overzicht van jouw beelden er ongeveer uit gaan zien. Een storyboard kan je ook online maken via deze link. Voor je reportage maak je 3 tot 5 foto's. Zorg dat die allemaal te zien zijn op je storyboard. Maak hierbij ook een script van wat er gefotografeerd gaat worden en hoe.

5. Technisch onderzoek. Onderzoek en geef uitleg over de volgende termen:

     a.    Wat is sluitertijd (Tv)?
     b.    Wat is diafragma (Av)?
     c.    Wat is ISO-waarde (ISO)?
     d.    Wat is wit balans (WB)?
     e.    Wat is de techniek achter fotografie en waarom zou je ervoor kiezen dit toe te passen?

In het filmpje hieronder vind je sommige tips.

6. Plan het fotograferen. Jullie gaan alles wat nodig is voor het maken van de reportage nu plannen. Als je samenwerkt, verdeel de taken onder elkaar zodat je goed gebruik maakt van de tijd die je hebt. Zorg dat iedereen evenveel doet! Beantwoord onderstaande vragen:
     a.    Hoe zijn de taken verdeeld?
     b.    Wanneer gaan jullie de foto's maken?
     c.    Op welke plekken gaan jullie fotograferen?
     d.    Met welke camera gaan jullie de foto's maken?
     e.    Wie verzorgen alle spullen die eventueel nodig zijn voor de aankleding (Styling)?

7. Fotograferen. Tijd om je fotoreportage te gaan maken. Probeer toegang te krijgen tot een zo goed mogelijke camera en ga aan de slag. Zorg dat je genoeg tijd neemt voor deze stap.

8. Editen. Nu is het tijd voor de nabewerking van de foto's. Hiervoor zijn talloze apps. De nabewerking is super belangrijk want hierin kun je nog talloze aanpassingen maken aan je foto's zoals het kader, de belichting en de kleuren.

What's the Best Desktop Computer for Photo Editing? - 42West

9. Evalueren op de reportage.

  • Vertel iets over de vorm die je gekozen hebt (gebruik hiervoor minimaal 50 woorden per onderdeel):

a. het licht/de belichting

b. de compositie van de foto’s

c. standpunt en kader

d. de kleuren

e. de nabewerking

  • Vertel iets over de reportage, hoe verhouden de foto’s zich tot elkaar? Waarom heb je gekozen voor juist deze beelden? Op welke volgorde zou jij de foto’s plaatsen? Gebruik hiervoor minimaal 100 woorden.

  • Blik terug op jouw eindproduct. Is het geworden wat je aanvankelijk bedacht had? Hoe is het hetzelfde of hoe is het juist anders? Waardoor komt dat? Minimaal 50 woorden.
  • Hoe is het proces verlopen? Is het gegaan zoals je verwacht had, of is het juist helemaal anders gegaan? Blik terug op jouw proces en reflecteer hierop. Geef jezelf daarnaast twee tips wat je anders zou kunnen doen in de volgende opdracht. Gebruik voor de gehele reflectie minimaal 150 woorden.

Reflecting on Reflecting | Center for Teaching & Learning

10. Presenteer. Zet al je werkmateriaal in een presentatie en presenteer dit in de toetsweek. Zorg dat je trots kan zijn op wat jullie hebben gemaakt!

Feedback on a great art exhibition opening - Mariaan Kotze Artist

 

WAT MOET JE INLEVEREN?

 

Digitaal:

Maak een tegel aan in Egodact. Hierin komen:

  • Per leerling (!) alle vragen van alle stappen 1-10. Kopieer ze in de tegel en beantwoordt ze daar. Als je alles hebt beantwoord, laat je dit aan de coach weten doormiddel van een bericht via teams. De coach geeft feedback.
  • Jullie houden: je logboek goed bij in je tegel, van zowel je onderzoek als de voorgang van het maken van de reportage. Om de beurt houden jullie het logboek bij.

Presenteren:

  • Op de beoordeling in de toetsweek presenteer je je fotoserie en al het bovenstaande materiaal.

HAVO/VWO Film Onderzoeksvragen

Bekijk de volgende (korte) filmpjes:

Beschrijf per filmpje de volgende aspecten:

1. De opbouw van het verhaal

a. Op welke manier worden de hoofdpersonen en de situatie geïntroduceerd?

b. Wanneer gaat het begin over op het middenstuk en hoe eindigt het verhaal?

2. De muziek en de sound effects in de film

a. Wat voegen de muziek en de sound effects toe aan de sfeer en het verloop van het verhaal?

b. Welke sound effects zijn er gebruikt op welke momenten?

c. Wat is belangrijker in de film het geluid of het beeld?

 

Bekijk dit filmpje over de verschillende type shots:

3. De verschillende shots

Welke shots die in bovenstaande filmpje worden uitgelegd worden in Black Hole en Blokje Om gebruikt om:

a. de film spannend te maken?

b. de situatie uit te leggen?

c.  het verhaal geloofwaardig te maken?

d. Welke bijzondere shots heb je gezien in de film? Benoem de shots en leg ze uit aan de hand van voorbeelden uit de film.

e. Kun je iets vertellen over de algehele look van de film?

4. De dialoog

a. Welke gesproken tekst hoor je in de film op welk moment?

b. Zou je de situatie sneller kunnen uitleggen met beeld of met gesproken tekst?

5. Kleding en props
a. Op welke manier dragen de kleding en voorwerpen bij aan de identiteit van de verschillende acteurs?

 

Beoordeling

BEOORDELING FILM

1.    Jullie hebben aan alle 10 opdrachten voldaan.
2.    Het filmpje is minimaal 4 tot maximaal 6 minuten lang.
3.    Het filmpje verteld een interessant verhaal.
4.    Het gekozen genre is goed herkenbaar in de film.
5.    De gekozen muziekjes dragen goed bij tot de sfeer van scenes waar ze bij horen.
6.    In het filmpje laat je zien wat je in deze quest hebt geleerd, zoals minimaal 3 camera standpunten, minimaal 3 verschillende kaders, en de composities sluiten aan bij de gefilmde scene.

 

BEOORDELING FOTOGRAFIE

1.    Jullie hebben aan alle 10 opdrachten voldaan.
2.    Het fotoserie bestaat uit minimaal 3 beelden.
3.    Alle beelden uit de fotoserie zijn uniek en vertellen samen een interessant verhaal.
4.    Het onderzoek en de opgedane kennis is goed terug te zien in het eindresultaat.

 

LEERDOELEN

De leerling:

  • Ontwikkeld kennis over fotografie en kan dit toepassen.
  • (techniek, geschiedenis, fotografen, thermen)
  • Kent de functies van een spiegelreflexcamera.
  • Weet welke 3 functie belangrijk zin voor een goede belichting.
  • Weet hoe je de camera kunt instellen.
  • Weet wat het idee is achter de techniek van fotografie.
  • Kan een thema en idee omzetten in een foto- of filmproductie.
  • De leerling kan zelfstandig en in groepsverband tot een eindproduct komen.

 

RUBRIC FILM:

 

Rubric CKV periode 3 - Film - HV

Punten

Leerling heeft aan alle opdrachten voldaan

3

Voorbereidende vragen zijn met aandacht ingevuld

1

Verdiepende onderzoeksvragen zijn met aandacht gemaakt

1

Mindmap is met aandacht gemaakt

1

Leerlingen hebben op onderzoekende wijze samen een genre gekozen

1

Film is tot stand gekomen dmv een zorgvuldig gecreëerd script

1

Storyboard is met zorg uitgewerkt

1

Leerlingen hebben goed samengewerkt dmv een planning

1

Totaal opdrachten en voorbereiding

10

De beeldkwaliteit van de film is goed

1

De film is in “landscape modus” opgenomen en de leerlingen hebben kennis van verschillende shots en kaders verwerkt in de film

2

Het is duidelijk te zien dat iedereen in het team evenveel heeft bijgedragen aan de film

1

Het verhaal en de boodschap komt goed tot uiting in de film

3

Het genre van de film is duidelijk herkenbaar

1

Er wordt gebruik gemaakt van verschillende settings

1

Er is duidelijk nagedacht over de kostuums

1

De film is uniek en creatief

1

De film is gemaakt met oog voor detail

1

Er is uitgebreid aandacht besteed aan een passende editing van de film

1

Er is aandacht besteed aan de “soundscape” van de film met muziek en/of andere toegevoegde geluiden

1

Er is een bijpassende en professioneel ogende poster gemaakt

1

Totaal eindproduct

15

Presentatie is zorgvuldig vormgegeven met een passende uitleg over het geleverde werk van de afgelopen periode

5

Deadlines gehaald? (Iedere dag te laat is 1 minpunt)

-

Totaal alles

30

Totaal / 3 = eindcijfer

 

RUBRIC FOTOGRAFIE:

 

Rubric CKV periode 3 - Fotografie - HV

Punten

Leerling heeft aan alle opdrachten voldaan

3

Leerling heeft een uitgebreid en zorgvuldig onderzoek gedaan naar de geschiedenis van fotografie

3

Leerling heeft zorgvuldig nagedacht en geschreven over een thema voor de fotoreportage

1

Leerling heeft nagedacht en geschreven over de beeldvorming van de fotoreportage

1

Storyboard is met zorg uitgewerkt

1

Leerling heeft een technisch onderzoek gedaan en kent de belangrijkste fotografie termen

1

Totaal opdrachten en voorbereiding

10

De beeldkwaliteit van de fotoreportage is goed

1

De foto’s vormen samen duidelijk één geheel

1

Kennis van verschillende standpunten en kaders is verwerkt in de foto’s

2

Het verhaal en de boodschap komt goed tot uiting in de fotoreportage

3

Er wordt gebruik gemaakt van verschillende settings

1

De fotoreportage is uniek en creatief

1

De foto’s zijn gemaakt met oog voor detail

1

Er is duidelijk tijd gestoken in de artisticiteit van de fotoreportage

1

Er is aandacht besteed aan een passende editing van de foto’s

1

Het is duidelijk te zien dat iedereen in het team evenveel heeft bijgedragen aan de foto’s

1

Er is schriftelijk aandacht besteed aan de evaluatie van de fotoreportage

2

Totaal eindproduct

15

Presentatie is zorgvuldig vormgegeven met een passende uitleg over het geleverde werk van de afgelopen periode

5

Deadlines gehaald? (Iedere dag te laat is 1 minpunt)

-

Totaal alles

30

Totaal / 3 = eindcijfer

Periode 4 - Eindpresentatie

Opzet

​In deze periode houd je een creatieve eindpresentatie over al jouw gemaakte opdrachten van afgelopen jaar. Dit is het laatste onderdeel van het kunstdossier.

Dit is tevens je laatste kans om al het niet ingeleverde werk van het afgelopen jaar alsnog in te leveren!

Theatrical Performance and Drama - Thomas Jefferson Independent Day School

Afronding CKV uitleg

Deze periode ronden jullie CKV af door:

  • Een CREATIEVE EINDPRESENTATIE te geven over je kunstdossier.
  • Je KUNSTDOSSIER bestaat uit alle opdrachten die je dit jaar voor CKV hebt gedaan EN VOLDOENDE/GOED hebt afgerond.

 

Wat is een creatieve eindpresentatie?

Denk terug aan je culturele zelfportret van periode 1 - wat is jouw persoonlijke stijl en hoe verhoud dat zich tot CKV? Is het muziek, dans, theater, games of voel je je sterk verbonden met een bepaalde cultuur? Kijk of je je presentatie in die specifieke stijl kan doen.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Een theatrale performance
  • Iets met muziek of een lied
  • Een spel opdracht waar iedereen in betrokken wordt
  • Culturele verwijzingen zoals bijvoorbeeld een proeverij van gerechtjes
  • Een film

 

Praktische informatie:
  • Voor deze eindpresentatie kun je je voor SE week periode 4 inschrijven voor een presentatie moment. Het SE is dus je presentatie.
  • Deze presentatie mag alleen of in DUO's.
  • Per duo maak je een presentatie van minimaal 10-15 minuten waarin alle opdrachten van BEIDEN in de presentatie verwerkt zitten.

 

Criteria voor eindpresentatie en afronden CKV

1. Opdrachten:

  • Je hebt alle opdrachten per periode gedaan, ingeleverd en naar behoren afgerond.

2. Inhoud:

  • Tijdens de presentatie vertel je over alle opdrachten en laat je zien wat jij hebt gedaan: in beeld en tekst.

3. Reflectie - Ook vertel je over/laat je zien:

  • Hoe jouw inzet was
  • Welke leerspieren je hebt getraind en met welke opdrachten
  • Wat er is veranderd in jouw beeldvorming, over jouw kennis en/of over jouw (voor)oordeel over kunst en cultuur
  • Waar ben je tevreden over en wat had je anders willen doen?
  • Wat je verder nog kwijt wil

Beoordeling

Rubric Creatieve Eindpresentatie CKV (4HV)

Hieronder staat de rubric voor de CKV creatieve eindpresentatie voor 3KM. De beoordeling is verdeeld in twee hoofdcriteria:

  1. Inhoud van de presentatie (50%)
  2. Creatieve vorm (50%).

Totaal maximaal aantal punten: 30

Eindcijfer = Totaal aantal punten ÷ 3

  1. Inhoud  (max. 15 punten)

Criterium

Onvoldoende

Matig

Voldoende

Goed

0

1

2

3

1.1 Volledigheid opdrachten

Veel opdrachten ontbreken of incompleet

Enkele opdrachten missen

Alle opdrachten aanwezig

Alles aanwezig en zorgvuldig verwerkt

1.2 Duidelijkheid uitleg

Onduidelijke of afwezige toelichting

Korte, soms onduidelijke uitleg

Duidelijke uitleg bij opdrachten

Heldere, persoonlijke en goed opgebouwde toelichting

1.3 Reflectie op leerproces

Geen reflectie

Korte of oppervlakkige reflectie

Redelijke reflectie op leerproces

Diepgaande en persoonlijke reflectie

1.4 Zelfevaluatie (trots & verbetering)

Niet aanwezig

Weinig inzicht in eigen werk

Enig inzicht, globaal beschreven

Kritisch, eerlijk en concreet

1.5 Inhoudelijke samenhang

Onsamenhangend of losstaand

Enigszins verbonden

Redelijke lijn in verhaal

Duidelijke rode draad, goed opgebouwd verhaal

  1. Creatieve vorm (max. 15 punten)

Criterium

Onvoldoende

Matig

Voldoende

Goed

0

1

2

3

2.1 Originaliteit Geen eigen inbreng of creativiteit Weinig origineel of standaardvorm Creatieve invulling zichtbaar Origineel, persoonlijk en verrassend
2.2 Gebruik vorm (muziek, spel, theater, etc.) Vorm ontbreekt of ongepast Vorm aanwezig, maar matig uitgewerkt Passende vorm gekozen Vorm versterkt inhoud, goed uitgevoerd
2.3 Publieks-betrokkenheid

Geen interactie

Enige betrokkenheid Publiek redelijk betrokken Actieve en boeiende publieks-betrokkenheid
2.4 Afwerking & voorbereiding

Onvoorbereid, slordig

Grotendeels voorbereid Redelijk verzorgd en voorbereid Goed doordacht en professioneel afgewerkt
2.5 Passend bij eigen stijl Geen relatie met eigen stijl Beperkt herkenbaar Herkenbaar gebruik van persoonlijke stijl

Duidelijk eigen stijl, overtuigend verbonden met inhoud

 

Eindscore en cijferberekening:

Totaal aantal punten

Eindcijfer

27 – 30 punten

9 – 10

24 – 26 punten

8

21 – 23 punten

7

18 – 20 punten

6

15 – 17 punten

5

12 – 14 punten

4

9 – 11 punten

3

6 – 8 punten

2

0 – 5 punten

1

Score:

Eindcijfer:

 

 

  • Het arrangement CKV (4HV) Opdrachten Kunstdossier 24/25 is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Laatst gewijzigd
    11-06-2025 11:31:43
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    In deze Quest staat het materiaal voor CKV 4Havo/4Vwo 24/25
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld
    Studiebelasting
    4 uur 0 minuten
    Trefwoorden
    ckv, havo, vwo

    Bronnen

    Bron Type
    Street Art Frankey
    https://www.youtube.com/watch?v=O6dhhgXera8&t=14s
    Video
    Hoe Street Art Frankey een locatie zoekt
    https://www.youtube.com/watch?v=eR9V8wENf2I
    Video
    Trailer:
    https://www.youtube.com/watch?v=jbvna5Lei1I&t=98s
    Video
    Uitleg van het concept:
    https://www.youtube.com/watch?v=s7pjfzi6Cnc
    Video

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    Herbert Vissers eXplore. (z.d.).

    CKV (4HV) Opdrachten Kunstdossier 23/24

    https://maken.wikiwijs.nl/199001/CKV__4HV__Opdrachten_Kunstdossier_23_24

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.