Duits Periode 2 Schrijfvaardigheid - 2025/2026 AMN

Duits Periode 2 Schrijfvaardigheid - 2025/2026 AMN

Introductie

Uitleg

Zoals je al in de introductie las gaat deze periode over schrijfvaardigheid.

Je kunt een praktisch formulier invullen en een aantal korte persoonlijke berichten schrijven op A1 niveau

Je gaat elke week opdrachten maken die je nodig hebt voor je schrijfvaardigheid. Dat houdt in dat je elke week grammatica opdrachten in je werkboekje maakt en een schrijfopdracht maakt en inlevert. De schrijfopdrachten maak je met pen en papier en zonder hulp van AI en online vertaalsites. Gebruik ook voor het oefenen woordenboeken en geen Google vertalen - dat is gelijk een oefenmoment voor jou.

Achterin het werkboekje vind je ook de woordenlijst en handige zinnen voor de schrijfopdrachten.

 

Tussendoor lever je de schrijfopdrachten al in voor feedback. Op die manier kun je ruim vóór de Deadline Day klaar zijn met inleveren. Je hebt bovendien kans om jouw schrijfopdrachten steeds te verbeteren en je zo goed voor te bereiden op de toets.

Er zal ook een formatieve toets afgenomen worden over de grammatica en een deel van de woordenlijst. Dat is een checkmoment voor jou!

In de laatste week is er ruimte om een aantal zaken te herhalen en te oefenen die jullie nog lastig vinden.

De schrijftoets is een schriftelijke toets, niet op de computer. Je moet een formulier kunnen invullen en korte persoonlijke berichten kunnen schrijven. Je mag tijdens de toets woordenboeken (D-N, N-D en N-N) gebruiken.

 

 

 

 

Routeplanner

Deze routeplanner kan je gebruiken om te kijken welke opdrachten je per week moet afronden, zodat je op tijd klaar bent voor de toets.

 

In de onderstaande tabel zie je welke opdrachten je per week moet maken om je goed te kunnen voorbereiden. In de BloX krijg je uitleg en maak je een opdracht!

 

Je maakt een mapje aan in bestanden met de titel Duits Schrijfvaardigheid en vult hem in gedurende deze periode. Jouw gemaakte opdrachten lever je in op Teams. = Je mag de schrijfopdrachten ook op gewoon op papier inleveren - ik bewaar dan een kopie van jouw werk.

 

Reisblog

woensdag 20/11 - vrijdag 22/11

Wat te doen deze week?

  1. Je krijgt uitleg over periode 2 en de Schrijftoets.
  2. Je herhaalt de rijtjes van de werkwoorden haben, sein en werden.
  3. Je maakt de Grammatik Opdrachten in het werkboekje.
  4. Je maakt de weektekst.
Opdrachten

Grammatik

Je hebt eerder de rijtjes voor de werkwoorden haben, sein en werden geleerd en in je schrijft geschreven. Herhaal de regels en maak dan de opdrachten in het Werkboekje Grammatica en schrijfvaardigheid voor de deze werkwoorden.

 

Weektekst

Lees de weektekst die in het blox uitgedeeld is en maak de bijbehorende opdrachten en de woordenlijst. Lever het via Teams in.

maandag 18/11 - vrijdag 21/11

Wat te doen deze week?

  1. Je herhaalt de regels voor de zelfstandige naamwoorden en de lidwoorden.
  2. Je maakt de Grammatik Opdrachten in het werkboekje.
  3. Je vult een formulier in en een Steckbrief.
  4. Je kijkt een aflevering van Logo.
Opdrachten

Grammatik

Zelfstandig naamwoorden zijn woorden waar je een lidwoord voor kunt zetten. Je gebruikt ze voor: dieren, mensen, dingen, aardrijkskundige namen (plaatsen, rivieren etc.) en voor (eigen)namen, ook al kun je daar soms geen lidwoord voor zetten.

Voorbeelden

  • de kat
  • de plant
  • de neus
  • Bart
  • Nederland
  • Eindhoven
  • het werk
  • de orchidee
  • de liefde

Zelfstandig naamwoorden hebben bijna altijd een lidwoord, je kunt ze meestal in het meervoud zetten en je kunt er vaak een verkleinwoord van maken.

  • de stoel - de stoelen
  • de perzik - de perziken
  • het huis - het huisje
  • de vergadering - het vergaderingetje

Namen zijn ook zelfstandig naamwoorden, aardrijkskundige namen, eigennamen maar dus ook namen van bijvoorbeeld bedrijven. Ook gevoelens en abstracte zaken zijn zelfstandig naamwoorden.

  • Waal
  • Groningen
  • Texel
  • Jim
  • Hema
  • verdriet
  • vrede

In het Nederlands zijn de lidwoorden de, het en een. In het Duits zijn dat der, die en das. En voor een= ein(e).

De Duitse lidwoorden zijn er dus 3, der, die en das. Elk lidwoord heeft een eigen regel. Hieronder wordt het uitgelegd in de video.

 

Voor als je het wil lezen:

der

die

das

mannelijke

personen

der Vater

der Onkel

der Sohn

vrouwelijke

personen

die Mutter

die Tante

die Tochter

verkleinwoorden

   -chen

das Mädchen

das Männchen

das Weibchen

beroepen

der Arzt

der Lehrer

der Polizist

beroepen

die Ärztin

die Lehrerin

die Polizistin

    -um

       

das Museum

das Aquarium

Dagen

van de week

der Montag

der Dienstag

der Feiertag

getallen

die Eins

die Zwei

die Drei

letters

das A

das S

das Z

(-er)

der Hammer

der Eimer

 

-e

die Zange

die Kanne

die Sonne

(-er)

das Wetter

das Gitter  

das Wasser

-ling

der Schmetterling

-schaft

die Mannschaft

werkwoorden

gebruikt als zelfstandig

naamwoord

-en

das Essen

das Trinken

das Laufen

1 Silbe

der Baum

der Raum

der Sand

-ung

die Zeitung

die Umleitung

"het"-woorden

 

das Kind

das Salz

das Meer

 

1. Maak de oefeningen bij de zelfstandig naamwoorden en lidwoorden in het werkboekje.

Schreiben

 

Wat is een Steckbrief eigenlijk? Het is een formulier waarin persoonlijke kenmerken van een persoon staan. Je kent ze misschien nog van vroeger, het vriend en vriendinnenboekje.

Beispiel

Pages Steckbrief

 

 

2. Maak een mooie verzorgde STECKBRIEF in het Duits over jezelf met een foto van je!

Onderstaande items zijn in ieder geval verplicht. Maak er iets moois van!

Name, Geburtstag, Sternzeichen,Geburtsort, Wohnort, Haarfarbe, Augenfarbe,Größe,Haustiere, Hobby, Lieblingsmusik, Lieblingsessen

Stuur de Steckbrief  via Teams naar mevrouw Amann.

3. Download het bestand "Formular" Meine Daten en vul het met jouw gegevens in. Stuur je ingevulde formulier in Teams naar mevrouw Amann en bewaar het in een mapje Duits Schrijfvaardigheid op je iPad.

 

LOGO!

4. Kijk een actuele aflevering van LOGO! en maak een samenvatting van minimaal 50 woorden bij de uitzending. Ga in op de verschillende onderwerpen in de uitzending en wat erover verteld of getoond wordt.
Stuur dit naar mevrouw Amann via Teams. Bewaar het in een mapje Duits Logo op je iPad.

 

maandag 24/11 - vrijdag 28/11

Wat te doen deze week?

  1. Je herhaalt de regels voor de zwakke en sterke werkwoorden.
  2. Je maakt de Grammatik Opdrachten in het werkboekje.
  3. Je schrijft een Ansichtkarte.
  4. Je leest de weektekst.

 

Opdrachten

Grammatik

Je hebt de regels (idewis + feesttenten) voor de zwakke werkwoorden geleerd en de rijtjes in je schrift staan. Herhaal zo nodig en vul aan in je schrift.

Ook voor de sterke werkwoorden heb je al de rijtjes in je schrift. Als het nodig is, kijk je nog een keer naar de uitleg en vul je aan in je schrift.

 

Zwakke werkwoorden worden regelmatig (= altijd hetzelfde) vervoegd. Dat maakt het makkelijker ze te leren. Om deze werkwoorden te kunnen vervoegen is het wel belangrijk de stam van het werkwoord te bepalen. Dat doe je in het Duits meestal door -en van het werkwoord af te halen. Sommige werkwoorden hebben geen -en maar alleen een -n als uitgang en wordt alleen de -n eraf gehaald.


Als je de stam van het werkwoord hebt bepaald is het alleen noodzakelijk de juiste uitgang te gebruiken. Omdat elke persoon een vaste uitgang heeft kun je deze gewoon leren. Zie de volgende pagina voor voorbeelden.

Het werkwoord spielen:

 

Opdrachten:

1. Maak nu in het werkboekje de opdrachten 1 + 2 onder het kopje "Regelmatige werkwoorden".

2. Speel met iemand uit de groep "Verben versenken" (= Zeeslag).

3. Maak de opdracht onder het kopje "Voltooid deelwoord".

4. Maak opdracht 1 + 2 onder het kopje "Sterke werkwoorden".

Schreiben

Even een brief naar een vriend, of een goede kennis. Het klinkt wat ouderwets, maar gebeurt in Duitsland toch nog steeds. Lees hier wat goede tips om een goede ansichtkarte /informele brief te schrijven. Viel Glück!

Aanhef

De aanhef, waarbij je je richt aan de geadresseerde, staat altijd in de eerste naamval en kan op verschillende manieren worden weergegeven. Bijvoorbeeld:

  • Bij een meisje: “Liebe Christel,” (beste Christel)
  • Bij een jongen: “Lieber Jochem,” (beste Jochem)

Ook kun je “Hallo” schrijven of bij geliefden “Mein(e) Liebe(r)” gebruiken.

Let erop dat het altijd gevolgd wordt door een komma en dat daardoor de eerste letter van de brief met een kleine letter wordt geschreven.

Inleiding

In de inleiding van de brief schrijf je vaak de aanleiding of het doel van de brief. Je kunt bijvoorbeeld schrijven:

  • “Vielen Dank für Deinen Brief” (Hartelijk dank voor jouw brief)
  • “Ich habe mich gefreut, wieder von Dir zu hören” (Ik vond het erg leuk van jou te horen)

Inhoud brief

Schrijf vervolgens in enkele alinea’s op wat je wilt zeggen in de brief. Je kunt bijvoorbeeld iemand uitnodigen wat te gaan doen, bedanken of informatie geven. Enkele voorbeeldzinnen:

  • “Hast du schon Pläne für..?” (Heb je al plannen voor..?”)
  • “Ich bin dir seh dankbar für die Information” (Ik ben je zeer dankbaar voor de informatie)
  • “Ich freue mich, dir zu berichten, dass…” (Ik ben verheugd aan te kondigen dat…)

In de slotalinea kun je nog aangeven dat je graag wat wilt horen of iemand de groeten doen. Bijvoorbeeld: “Bitte grüße….von mir” (Doe…de groeten namens mij)

  • “Ich freue mich, bald von dir zu hören” (Ik hoop snel van jou te horen)
  • “Bitte schreib mir zurück, wenn..” (Schrijf me snel terug wanneer…)

Afsluiting

Als afsluiting van de brief schrijf je een groet, gevolgd door jouw naam. Enkele voorbeelden:

“Tschüs!” (=doei), “Mach’s gut!” (=het ga je goed), “Viele Grüße” (=groetjes), “Alles Gute!” (=het ga je goed).

Iets formeler, maar nog steeds persoonlijk, zijn bijvoorbeld “Mit besten Grüßen” of “Herzliche Grüßen”. Iets informeler, vaak naar familie, is bijvoorbeeld “Alles Liebe”.

Opdrachten:

  1. Schrijf een Ansichtskarte met daarin de volgende onderwerpen: Adres, aanhef, hoe gaat het? wat voor weer? en afsluiting.
  2. Stuur het in teams naar mevrouw Amann.

 

Weektekst

1. Lees de weektekst en markeer de onbekende woorden.

2. Schrijf een samenvatting bij elke tekst.
Stuur hier foto's van naar mevrouw Amann in Teams.

maandag 1/12 - vrijdag 5/12

Wat te doen deze week?

  1. Je leert en oefent de regels voor modale werkwoorden.
  2. Je maakt de Grammatik Opdrachten in het werkboekje.
  3. Je schrijft korte chatberichten.
  4. Je kijkt een aflevering van LOGO.

 

Opdrachten

Grammatik

Je kent nu al de hulpwerkwoorden haben, sein en werden als uitzondering op de regelmatige werkwoorden. Een andere groep werkwoorden die niet geheel volgens feesttenten vervoegd worden, zijn de modale werkwoorden. Tot deze groep horen de werkwoorden können, mögen, dürfen, müssen, sollen, wollen en wissen.

Wat zijn modale werkwoorden in het Duits?
Modale werkwoorden zijn werkwoorden die een bepaalde houding van een ander werkwoord aangeven. Modaliteit betekent ook wel “wijze” of “manier”. Dus: op welke manier wordt dit bedoeld?

Wat betekenen deze Modalverben / modale werkwoorden?

dürfen mogen
können kunnen
mögen lusten / houden van
müssen moeten (noodzakelijk)
sollen moeten (advies)
wollen willen
wissen weten

 

Hoe worden Modalverben / modale werkwoorden vervoegd?

  dürfen können mögen sollen wollen müssen wissen uitgangen  
ich darf kann mag soll will muss weiß -  
du darfst kannst magst sollst willst musst weißt st/t  
er/sie/es darf kann mag soll will muss weiß -  
wir dürfen können mögen sollen wollen müssen wissen en  
ihr dürft könnt mögt sollt wollt müsst wisst t  
Sie/sie dürfen können mögen sollen wollen müssen wissen en  

 

Opdrachten:

1. Maak nu in het werkboekje de opdracht onder het kopje "Können/dürfen/wollen/wissen...".

2. Check of je alle eerdere opdrachten over de werkwoorden gemaakt hebt.

3. Heb je meer oefening nodig? Ga dan naar www.duits.de - vaklokaal leerlingen - Oefenen en kies welke werkwoorden je nog wilt oefenen.

Schreiben

Je gaat nu korte persoonlijke chatberichten schrijven. Denk bijvoorbeeld aan een chat waarin je vertelt hoe het gaat of dat je niet naar de training kan komen.

Zinnen

Lieber /Liebe

Danke für deine Nachricht

Wie geht es dir?

Mir geht es gut/ so lala/ schlecht

Viele/ Liebe Grüße

 

Was machst du am Sonntag?

Am Sonntag … ich …

Möchtest du … ?

Das ist eine super Idee.

Nein, nicht so gern.

Gehen wir am Sonntag zum/nach …?

Ja/Nein, …

Wann hast du denn Zeit?

Am …

Um …

Wann wollen wir … ?

Am …

Um

 

Opdrachten:

  1. Schrijf een chatbericht met daarin de volgende onderwerpen: Begroet je vriend/vriendin, Hoe gaat het? Hoe was het weekend? Vertel hoe het met jou gaat. Zeg gedag.
  2. Schrijf een tweede chatbericht waarin je naast de begroeting, vraag naar hoe het gaat en afsluiting ook vertelt dat je vandaag niet naar de training kan komen.
  3. Stuur het in Teams naar mevrouw Amann en sla het op in een map Duits schrijfvaardigheid op je iPad.

 

LOGO!

Kijk een actuele aflevering van LOGO! en maak een samenvatting van minimaal 50 woorden bij de uitzending. Ga in op de verschillende onderwerpen in de uitzending en wat erover verteld of getoond wordt.
Stuur het bestand naar mevrouw Amann via Teams.

maandag 15/12 - vrijdag 19/12

Wat te doen deze week?

  1. Je maakt een formatieve toets over de grammatica tot nu toe.
  2. Je leert iets over Kerst in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland.
  3. Je schrijft een persoonlijke e-mail.
  4. Je leest de weektekst.

 

Opdrachten

Formatieve toets

Deze week krijg je een formatieve toets, oftewel begrijp je tot nu toe wat er is uitgelegd.  Deze krijg je in de BloX op maandag. Je moet dus oefenen.

In de toets komen de volgende onderwerpen:

  • Zelfstandig naamwoorden, wanneer een hoofdletter?
  • De lidwoorden der, die, das, wanneer gebruik je ze?
  • Persoonlijke voornaamwoorden
  • Werkwoorden haben, sein en werden
  • Zwakke en sterke werkwoorden
  • Wörterliste Periode 2 (1e bladzijde).

 

Sehen

Weihnachten in Deutschland, Österreich und der Schweiz  Download het bestand "Aufgaben zu ...", bekijk het filmpje en beantwoord dan de opdrachten 1 t/m 3 van het opdrachtenblad.

 

Schreiben

Je gaat een e-mail schrijven aan je familieleden waarin je iedereen uitnodigt voor een kerstfeest bij jou thuis. Denk aan een aanhef, wat voor feestje het is, wanneer het feestje zal zijn, waar je het feestje houdt, wie je allemaal uitnodigt, wat zij kunnen verwachten (eten, drinken, muziek, versiering, cadeaus?) en een afsluiting.

Stuur je e-mail via Teams naar mevrouw Amann en sla het op in een map Duits schrijfvaardigheid op je iPad.

 

Weektekst

1. Lees de weektekst en markeer de onbekende woorden.

2. Maak de opdrachten erbij.

Stuur de tekst en je uitwerkingen via Teams naar mevrouw Amann.

 

Toets:Formatieve toets periode 2

maandag 5/1 - vrijdag 9/1

Wat te doen deze week?

  1. Je leert de naamvallen van de persoonlijke voornaamwoorden.
  2. Je maakt de Grammatik Opdrachten in het werkboekje.
  3. Je schrijft een persoonlijke e-mail.
  4. Je kijkt een aflevering van LOGO.

 

 

Opdrachten

Grammatik

Naamvallen persoonlijke voornaamwoorden

Je zal het weleens van je ouders of broer of zus gehoord hebben. Die naamvallen van Duits........

Ja we gaan er mee aan de slag.

Maar wat zijn naamvallen eigenlijk? In het Duits hebben we het over de 1e naamval oftewel het onderwerp, 3e naamval is het meewerkend voorwerp en de 4e naamval is het lijdend voorwerp.

Het lastige is dat de Duitse persoonlijke voornaamwoorden drie vormen kennen en de Nederlandse maar twee. Hieronder wordt het uitgelegd.

 

Opdrachten

  1. Maak zelf een overzicht/ schema van de naamvallen 1, 3 en 4 met de persoonlijke voornaamwoorden erin.
  2. Maak in het werkboekje de opdracht "Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval ...".
  3. Maak de opdracht "Persoonlijk voornaamwoord 3e naamval ...".

Zet je schema in Seesaw en een link in Egodact.

 

Schreiben

Je gaat meedoen met een studenten uitwisseling. Om alvast kennis te maken schrijf je een email.

In deze mail staat het volgende:

  • begroeting
  • je stelt jezelf voor, naam, leeftijd, waar je woont.
  • je vertelt wat je hobby's, lievelings muziek zijn
  • je bent nieuwsierig naar haar/zijn antwoord.
  • afsluiting

Zet dit in Seesaw en een link in Egodact.

 

LOGO!

Kijk een actuele aflevering van LOGO! en maak een samenvatting van minimaal 50 woorden bij de uitzending. Ga in op de verschillende onderwerpen in de uitzending en wat erover verteld of getoond wordt.

 

maandag 12/1 - vrijdag 14/1

 

Opdrachten

 

Deze week ga je nog extra oefenen en alles afronden. 

Check:

1. Heb je alle grammatica-oefeningen in het werkboekje ingevuld?

2. Heb je 3 weekteksten gelezen en de opdrachten of samenvattingen erbij gemaakt en in seesaw/egodact of Magister Opdrachten gezet?

3. Heb je drie afleveringen van LOGO! bekeken en de samenvattingen gemaakt en alles in seesaw/egodact of Magister Opdrachten gezet?

4. Heb je alle schrijfopdrachten gemaakt en feedback daarop gevraagd?

5. Welke schrijfoefeningen heb je nog nodig om je op de schrijftoets voor te bereiden?

 

 

Schrijftoets

Waaruit bestaat de toets Schrijfvaardigheid? Het is een schriftelijke toets. Je maakt hem op papier. Je moet dus een lekker schrijvende pen meenemen en woordenboeken.

  • Je gaat een formulier invullen over je eigen persoonlijke kenmerken.
  • Je gaat persoonlijke berichten schrijven( ansichtkaart, chat, email, korte brief)

De uitleg is in het Nederlands en je schrijft in het Duits.

 

 

 

 

Rubrics/ beoordelingsformulier

Hieronder vind je de rubrics/ beoordelingsformulier voor je schrijfvaardigheid.

 

 

  • Het arrangement Duits Periode 2 Schrijfvaardigheid - 2025/2026 AMN is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs is hét onderwijsplatform waar je leermiddelen zoekt, maakt en deelt.

    Laatst gewijzigd
    16-12-2025 12:15:14
    Licentie

    Dit lesmateriaal is gepubliceerd onder de Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie. Dit houdt in dat je onder de voorwaarde van naamsvermelding vrij bent om:

    • het werk te delen - te kopiëren, te verspreiden en door te geven via elk medium of bestandsformaat
    • het werk te bewerken - te remixen, te veranderen en afgeleide werken te maken
    • voor alle doeleinden, inclusief commerciële doeleinden.

    Meer informatie over de CC Naamsvermelding 4.0 Internationale licentie.

    Aanvullende informatie over dit lesmateriaal

    Van dit lesmateriaal is de volgende aanvullende informatie beschikbaar:

    Toelichting
    Schrijfvaardigheid
    Eindgebruiker
    leerling/student
    Moeilijkheidsgraad
    gemiddeld

    Gebruikte Wikiwijs Arrangementen

    Herbert Vissers eXplore. (2023).

    Duits SE 3.5- Mavo Schrijfvaardigheid

    https://maken.wikiwijs.nl/177108/Duits_SE_3_5__Mavo_Schrijfvaardigheid

  • Downloaden

    Het volledige arrangement is in de onderstaande formaten te downloaden.

    Metadata

    LTI

    Leeromgevingen die gebruik maken van LTI kunnen Wikiwijs arrangementen en toetsen afspelen en resultaten terugkoppelen. Hiervoor moet de leeromgeving wel bij Wikiwijs aangemeld zijn. Wil je gebruik maken van de LTI koppeling? Meld je aan via info@wikiwijs.nl met het verzoek om een LTI koppeling aan te gaan.

    Maak je al gebruik van LTI? Gebruik dan de onderstaande Launch URL’s.

    Arrangement

    Oefeningen en toetsen

    Formatieve toets periode 2

    IMSCC package

    Wil je de Launch URL’s niet los kopiëren, maar in één keer downloaden? Download dan de IMSCC package.

    QTI

    Oefeningen en toetsen van dit arrangement kun je ook downloaden als QTI. Dit bestaat uit een ZIP bestand dat alle informatie bevat over de specifieke oefening of toets; volgorde van de vragen, afbeeldingen, te behalen punten, etc. Omgevingen met een QTI player kunnen QTI afspelen.

    Versie 2.1 (NL)

    Versie 3.0 bèta

    Voor developers

    Wikiwijs lesmateriaal kan worden gebruikt in een externe leeromgeving. Er kunnen koppelingen worden gemaakt en het lesmateriaal kan op verschillende manieren worden geëxporteerd. Meer informatie hierover kun je vinden op onze Developers Wiki.