Donor Thema plan opstellen

Donor Thema plan opstellen

Voorbereiding

De opdracht

De komende twee perioden gaan jullie aan de slag met het thema Plan opstellen. Dit thema heeft veel raakvlakken met de beroepsproeve welke jullie in het voorjaar gaan uitvoeren dus probeer hier zoveel mogelijk van op te steken.

Hieronder vind je de toetsomschrijving:

 

Opdracht: Neem de toetsomschrijving door en bedenkt een aantal vragen ter verheldering.

Dit is ook voor ons als begeleiders van dit thema belangrijk. Als wij jullie vragen nog niet kunnen beantwoorden moeten wij ook aan de slag om nog meer te kaderen.

Groepjes maken

Je gaat voor deze opdracht werken in groepjes. We willen groepjes van maximaal 3 personen, het liefst BOL en BBL gemengd.

Opdracht: Vorm groepjes en maak als groepje in Teams in het kanaal Plan opstellen een werkmap aan.

Stappenplan maken

Het opstellen van een plan kent een aantal stappen. Welke stappen dat concreet zijn is natuurlijk afhankelijk van de concrete situatie.

Opdracht: lees bladzijde 7 en 8 van het boek Groen inrichten. Hieronder vind je een tabel waarin we de belangrijkste mijlpalen voor het project hebben gezet. Maak als groepje een 1e opzet voor een planning. Vul zo volledig mogelijk de stappen in die je denkt te gaan maken.

Zet deze planning in je mapje in Teams.

Consultatiemomenten plannen

Gedurende de komende twee perioden hebben we in de middagen praktijk staan. Deze ruimte gebruiken we voor het ontvangen van gastsprekers, voor jullie om aan het project te werken maar ook voor consultatiemomenten.

We willen dat ieder groepje twee consultatiemomenten met de begeleidende docenten inplant. Tijdens zo'n consultatiemoment kan de docent enerzijds kijken hoe ver je bent en of je nog op de goede weg zit, anderzijds is dit moment voor jullie om specifieke vragen te stellen over zaken waar je tegenaan loopt. Bereid dit moment dus ook goed voor.

Inventariseren

Inventariseren: deskresearch

Bij grotere projecten is het heel gebruikelijk om de inventarisatie te starten met een 'deskresearch'. Simpel gezegd ga je online zoveel mogelijk relevante gegevens verzamelen.

Kadastrale grenzen

Opdracht 1: Ga naar Kadastralekaart.nl en bepaal de kadastrale grenzen van dit stuk groen. Maak een screenshot en zet dit in Word.

Opdracht 2: Bereken met Google Maps de benodigde kwantitatieve gegevens (hoeveelheden, lengte's en oppervlakten). Zet deze bij de kadastrale grenzen.

Afstanden meten in Google Maps

De bodem

Ga naar Bodemdata.nl en zoek het schoolterrein. Beantwoord (bij benadering) de volgende vragen:

  1. Welk type bodem vind je hier?
  2. Wat is de textuur? 
  3. Wat is de geomorfologie van dit terrein? 
  4. Wat is de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG)?
  5. Wat is de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG)? 
  6. Wat is de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (GVG)? 
  7. Welke grondwatertrap vind je op dit terrein? 
  8. Wat betekend dat? 
Grondwatertrappen
Grondwatertrappen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Flora en fauna

Op een later moment gaan we wat dieper in op de consequenties die uit de Wet natuurbescherming voortvloeien. Ook de daadwerkelijke inventarisatie is natuurlijk veldwerk. Veel bedrijven hebben echter een abonnement op de Nationale Databank Flora en Fauna. Hier kan je betrekkelijk specifiek opzoeken welke waarnemingen er in de afgelopen tijd in je plangebied zijn geweest. Dit kan je helpen om al in een vroeg stadium te bepalen of je een ecologisch deskundige in gaat zetten of niet.

Opdracht 3: Zoek in het onderstaande bestand welke beschermde diersoorten er in dit gebied zijn waargenomen. Beperk je bij de vogels tot de broedende exemplaren.  

Klimaateffecten

We hebben te maken met een veranderend klimaat en de effecten hiervan. Gedurende je opleiding is daar al meerdere keren aandacht aan besteed. Vanuit ons vakgebied kunnen wij unieke bijdragen leveren aan klimaatadaptatie. Het is daarom zinvol om in de planvormende fase te kijken naar oplossingen voor (mogelijke) problemen. Denk daarbij aan wateroverlast, droogte biodiversiteit, enz.

Opdracht 4: ga naar de klimaateffectatlas. Zoek je plangebied op en kijk bij de kaartlagen naar:

  • De gemiddelde waterdiepte bij een hevige bui (70mm in 2 uur)
  • Gemiddeld laagste grondwaterstand bij een extreem droge zomer
  • Stedelijk hitte-eiland effect

Bestemmingsplan

Opdracht 5: Ga naar Ruimtelijkeplannen.nl. Zoek de vigerende plannen (met name het bestemmingsplan) en bepaal welke regels er voor het schoolterrein gelden die van invloed zijn op de mogelijke plannen.

Inventariseren: bodem

Inleiding

Voor het opstellen van een plan moet je het terrein van te voren inventariseren. Je brengt het terrein daarbij in kaart wat betreft afmeting en hoogtes en aanwezige elementen (en de staat hiervan).

Daarbij moeten we niet vergeten ook naar de bodemgesteldheid en de waterhuishouding te kijken.

Bij (grotere) projecten is het vaak ook nodig om voor aanvang van de werkzaamheden een aantal onderzoeken te laten uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan een archeologisch onderzoek of een onderzoek naar oorlogsresten. Een ander vooronderzoek is het ecologisch onderzoek of het flora- en faunaonderzoek. Deze onderzoeken gebeuren in de eerste instantie als bureau-onderzoek. Veldonderzoek vindt vervolgens plaats wanneer je projectlocatie in een kansrijk of risicogebied ligt.

De plicht tot dergelijk onderzoeken ligt altijd bij de initiatiefnemer (de opdrachtgever). Hij/zij moet jou van de relevante gegevens kunnen voorzien.

 

Bodemgesteldheid

Als we een beeld willen krijgen van de bodemgesteldheid, kunnen we gebruiken maken van drie vormen van (veld)onderzoek; een profielkuil, een grondboring en een kluitonderzoek.

In de afgelopen twee jaar hebben jullie alledrie de onderzoeken al eens in je opleiding moeten uitvoeren. Om alles nog even op te frissen kijken jullie naar de drie filmpjes die in de onderstaande twee links te vinden zijn.

 

Profielkuil

Kluitonderzoek en grondboring

 

Waterhuishouding

Al de neerslag die op de bodem valt zakt voor een groot gedeelte de grond in. In de bodem zitten lagen en wanneer dit water op een ondoordringbare laag stuit ontstaat een grondwaterlaag. Hoe diep deze laag zit wisselt per regio en is ook afhankelijk van de hoeveelheid neerslag.

De waterhuishouding van de bodem hangt dan ook voor een groot gedeelte af van de stand van dit grondwater. Te diep en het terrein is droogtegevoelig, te ondiep en je hebt wateroverlast.

Presentatie - Water in de bodem

Grondwaterprofiel of hangwaterprofiel?

Voor het opstellen van een beplantingsplan is het belangrijk te weten met welk profiel je te maken hebt. Als je het heel precies wilt vaststellen moet je een uitgebreid onderzoek doen maar er is ook een eenvoudige manier om een redelijk goede indicatie te krijgen.

Stap 1. Bepaal de GVG en de GLG. Dit kan je op een bodemkaart opzoeken maar moet je ook altijd middels een veldonderzoek staven.

Stap 2. Bepaal de grondsoort. Ook hier geld weer, dit kan je op een bodemkaart opzoeken maar moet je ook altijd middels een veldonderzoek staven.

Stap 3. Bepaal de capillaire opstijging welke bij deze grondsoort past. Gebruik hierbij onderstaande tabel:

Stap 4. Tel de capillaire opstijging bij de GVG op en bepaal de diepte vanaf waar het grondwater bereikbaar is.

Stap 5. Tel de capillaire opstijging bij de GLG op en bepaal de diepte vanaf waar het grondwater bereikbaar is.

Als het profiel geen belemmeringen heeft, reiken de wortels van kruidachtige planten tot ongeveer 90 cm diepte en van houtige planten tot ongeveer 130 cm diepte.

Wanneer je beplanting in de zomer het grondwater kan bereiken heb je te maken met een grondwaterprofiel. Wanneer je beplanting alleen in het voorjaar het grondwater kan bereiken is het een contactprofiel. Wanneer je beplanting zowel in het voorjaar als in de zomer niet bij het grondwater kan, heb je te maken met een  hangwaterprofiel.

Inventariseren: kwantiteit en kwaliteit (GIS)

Inventariseren: wet- en regelgeving

Het wettelijk kader

Wet natuurbescherming

Bij het uitvoeren van al je werkzaamheden heb je te maken met een zorgplicht vanuit de Wet natuurbescherming. Als er beschermde soorten aanwezig zijn in je plangebied of verstoord kunnen worden, heb je een vrijstelling of ontheffing nodig.

Neem zelf, of met je docent onderstaande presentatie door.

Effectenindicator soorten

Alhoewel de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor het aanleveren van de benodigde gegevens, kan het nooit kwaad om zelf ook een indicatie te hebben van wat je kan verwachten.

Een snelle manier is het gebruik van de effectenindicator soorten. Dit is een online tool welke hoort bij de aanvraag van een omgevingsvergunning.

Effectenindicator soorten

Analyse van de inventarisatie

Inleiding

Je hebt inmiddels veel informatie over het object verzameld. Door nu deze informatie te bundelen in een overzichtelijk geheel, zie je eenvoudiger wat de verbanden tussen de gegevens en de ervaren knelpunten zijn. Ook worden eventuele radvoorwaarden duidelijk.

Deze analyse is nodig voor de vervolgstappen maar kan ook als product op zichzelf staan. 

Opdracht:

Lees blz. 39 t/m 41. Stel, aan de hand van dit format, een inventarisatierapport op. Je mag hiervan wel wat afwijken maar wel functioneel en beargumenteerd. Voeg dit rapport in je mapje in Teams.

Planvorming en presentatie

Planvorming: programma van eisen

In een opdracht van een student stond naar aanleiding van het klantgesprek de volgende tekst:

"De klant wilt graag dat we het gazon een keer verticuteren want er staat teveel mos in. Ook wil ze dat we een kleine pergola maken omdat de klimplant ipv tegen de schutting, door de border groeit. In de voortuin wil ze dat we alles gaan snoeien want dat is al in geen jaren meer gebeurd."

Vraag 1: Zijn de wensen en eisen van de klant goed in beeld gebracht? Waarom vind je dat (niet)?

Wanneer je met een klant/opdrachtgever in gesprek gaat over een project, is het belangrijk om te bepalen wat wensen en eisen zijn en wat zaken zijn waar je zelf invloed op wilt hebben.

De wensen (en eisen) zet je in een programma van eisen. Wat uiteindelijk voldoet aan deze voorwaarden en hoe je dat doet, komen respectievelijk in je ontwerp en je projectplan.

We kunnen de wensen en eisen in vier categorieen delen:

  • Randvoorwaarden: dat zijn de zaken waar je je aan moet houden.
  • Functionele wensen: welke functie of taak heeft de tuin of onderdelen van de tuin?
  • Gebruikerswensen: welke eisen stellen de gebruikers aan het resultaat?
  • Ontwerpbeperkingen: eisen die te maken hebben met de bouw / constructie

Bij aanbestedingen is het gebruikelijk dat de opdrachtgever zelf een programma van eisen heeft opgesteld.

Let op: een goed opgesteld programma van eisen vormt de basis voor de oplevering!

Opdracht 3: Maak eens een overzicht van informatie welke je zou willen of moeten opnemen in een programma van eisen. Geef aan tot welke categorie het hoort en hoe (bureau-onderzoek, veldonderzoek of intakegesprek) je aan de gegevens wilt gaan komen.

Lees paragraaf 3.2 van de module Tuinontwerpen. In de tekst staat een link naar een inventarisatieformulier (hieronder bijgevoegd).

Inventarisatieformulier Mario Kooij Hovenier

Inventarisatieformulier Baaij Hoveniers

Tuinontwerp formulier Karin van den Hoven Tuinen

Opdracht 4: Hierboven staan een aantal voorbeelden van inventarisatieformulieren. Neem ze door en verwerk punten die jij interessant vind in een eigen inventarisatieformulier (t.b.v. je programma van eisen). Je stelt dit formulier op in Word.

Nu je bepaald hebt wat je zou willen weten en/of uitzoeken, kan je aan de slag met je inventarisatie. Het kan echter ook zo zijn dat je dit uitbesteed aan één of meerdere collega's.

Om te zorgen dat de juiste gegevens geinventariseerd worden en dan ook nog op een leesbare manier kan je van je inventarisatieformulier een Forms formulier maken. Hoe dat moet zie je in onderstaande video.

Hoe maak je een Forms enquete

Vraag 5: Welke mogelijkheden zie jij voor het gebruik van Forms om de inventarisatie uit te voeren en de gegevens vast te leggen?

Opdracht 6: Ga naar Forms onder de 'wafel' in Yunet. Maak een nieuw formulier en ga eens op je gemak kijken welke mogelijkheden er allemaal zijn. Wanneer je genoeg 'gespeeld' hebt, ga je proberen een serieus formulier te maken aan de hand van je eigen inventarisatieformulier.

Opdracht: Wanneer je daadwerkelijk je inventarisatie hebt afgerond, kan je je programma van eisen opstellen. Je mag hiervoor het bijgevoegde format gebruiken maar je mag ook een eigen format hiervoor gebruiken.

Planvorming: herhaling ontwerpproces

In leerjaar 2 hebben jullie het thema Ontwerpen gevolgd. In deze les gaan we het proces van het ontwerpen nog een keer herhalen.

Opdracht: Lees hoofdstuk 4, 5 en 6 van de module Ontwerpen. Maak een processchema (flowchart) van de stappen in het ontwerpproces.

We pikken er ééntje uit en zullen deze klassikaal bespreken.

Planvorming: groenblauwe netwerken

De analyse is misschien wel de belangrijkste stap in het ontwerpproces. Een ontwerp is in zijn meest eenvoudige vorm een oplossing voor de knelpunten tussen wat je hebt (inventarisatie) en wat je wilt (programma van eisen). Deze oplossingen zijn te vinden in de keuze van tuinonderdelen (functionaliteit), vormgeving (esthetiek) en techniek.

Tegenwoordig worden er steeds meer eisen gesteld aan thema's als duurzaamheid, circulariteit, biodiversiteit, enz. 

Opdracht 1: Lees onderstaand artikel. Op welke twee aspecten wordt volgens het artikel gelet bij het beoordelen van bestekken? Spelen deze twee aspecten ook een rol in jullie project?

Sommigen van jullie hebben het keuzedeel 'De levende tuin' gevolgd. Daar heb je geleerd dat je een tuin kan beoordelen op 18 thema's, verdeeld over 4 pijlers (natuur, economie, mens en klimaat). Voor de geintereseerden is de handleiding hier te vinden.

Een ander instrument wat in grote lijnen hiermee overeenkomt is de Omgevingswijzer

Opdracht 2: Neem de 'opbouw' en 'uitleg' van deze wijzer door en maak een project aan waarbij je jullie projectgebied in de huidige situatie analyseert aan de hand van de punten van de omgevingswijzer. Je kan de analyse als pdf uitprinten en toevoegen in je map. 

Vraag 3: Welke verbeterpunten zie je die ook door de opdrachtgevers genoemd zijn? En welke verbeterpunten zie je die nog niet genoemd zijn?

Groenblauwe netwerken

In de voorgaande opdrachten heb je gekeken naar thema's en aspecten die te maken hebben met zaken als duurzaamheid, biodiversiteit, enz.

Als het goed is ben je zo onderhand voldoende op de hoogte van deze thema's en ben je in staat om ze voor jezelf te ordenen.

Facultatief: Ga naar de volgende site en lees de tekst door. Hierin worden verschillende thema's nog een keer uitgelegd met een goede toelichting van het belang ervan.

Vanuit het programma van eisen kunnen problemen op bovengenoemde thema's naar voren komen waar je oplossingen voor moet gaan bedenken. De site Groenblauwe netwerken is hiervoor een schatkist aan informatie met allerlei oplossingen en inspirerende projecten.

Opdracht 4: Ga naar de site van Groenblauwe netwerken en klik op het tabblad maatregelen. Aan de linkerkant zie je 'thema's'. Klik op het thema 'biodiversiteit. Vul daaronder de rest van de zoekcriteria in en neem de gegeven maatregelen globaal door. Kies twee maatregelen welke volgens jou haalbaar zijn en onthoud deze voor wanneer we het klassikaal gaan bespreken.

Opdracht 5: Kijk op dezelfde site bij het tablad 'Projecten'. Kies een project welke volgens jou het meest in de buurt ligt van onze schooltuin. Welke ideeen zijn hieruit te halen? Zijn er foto's te vinden die je zou kunnen gebruiken om je eigen ontwerp te illustreren?

Planvorming: presenteren

Begroten en werkplan opstellen

Begroten en werkplan opstellen: voorcalculatie

Arbeidskosten

Machinekosten

Materiaalkosten

Begroten en nacalculeren

Week 8 - donderdag / vrijdag

Tijdnormenboek

Bij het opstellen van een begroting en/of een planning maken we vaak gebruik van gemeten tijdnormen. Er zijn verschillende normboeken te krijgen. Wij gaan, voor dit arrangement, werken met Het Groene Boek.

De normen hierin zijn gegroepeerd volgens de RAW systematiek. De normen hebben een code bestaande uit een werkcategorie-code, een subwerkcategorie-code en een romptekst-code.

Voorbeeld:

  1. werkcategorie-code 22: Grondwerken
  2. subwerkcategorie-code 01: Grond ontgraven
  3. Romptekst-code 01: Grond ontgraven uit watergang / geul / cunet / put / haven.

Dus de volledige code van Grond ontgraven uit watergang / geul / cunet / put / haven is: 22.01.01.

Deze code komt overeen met de code uit de RAW catalogus.

Bij de code uit de vorige vraag staat de volgende omschrijving:

"inclusief transport binnen het werkvak, losmaken en geringe aanvulling met zand;
bij het straten in een hard zandbed de tijdnorm met 10% verhogen;
bij het straten van glooiingen de tijdnorm met 100% verhogen"

Rekenen met tijdnormen

Het tijdnormenboek is niet bepaald een makkelijk boek. We hebben al gezien dat je goed moet zoeken en lezen om te bepalen waar je welke werkzaamheden vind en of je daarbij niet iets mist. Daarnaast moet je ook goed snappen wat de genoemde getallen precies betekenen.

Lees, voor de volgende vragen, pagina 8 t/m 10 van Het Groene Boek.

Opdracht:

Werk je inventarisatiegegevens uit in een inventarisatierapport. Een format voor zo'n rapport vind je hier op blz. 39 tot en met 41.

Hieronder staat een deel uit Het Groene Boek:

Hieronder vind je een ander normendocument.

Begroten en werkplan opstellen: opstellen werkplan

Begroten en werkplan opstellen: fasering project en opstellen netwerkplanning

Oplevering en nacalculatie

Oplevering en nacalculatie: projectadministratie en oplevering

Oplevering en nacalculatie: nacalculatie en verschillen-analyse