Deel 1: wat heb je nodig voor het maken van een baby?
Inleidende opdracht: voorkennis activeren
Maak een mindmap over wat je al weet van seks. Hier moeten minimaal 10 verschillende dingen in staan. Als je niks weet, zoek dan 10 dingen op.
Opdracht 1: leren over seks
Je bent gevraagd om in de onderbouw te komen vertellen over voortplanting. Natuurlijk ga je op dat aanbod in en start gelijk met het maken van je minilesjes en overhoringen.
Je gaat 2 (MAVO) / 3 (HAVO/VWO) mini-lesjes maken. Elk van je lessen bestaat uit:
-Een uitleg: beschrijving + plaatje over het onderwerp (zie hieronder voor de eisen per les); en
-5 zelfbedachte toetsvragen + de antwoorden over deze les die je zou kunnen gebruiken om te testen of jouw leerlingen je uitleg hebben begrepen. MAVO: tenminste 1 vraag met een context (verhaaltje). HAVO/VWO: tenminste 2 vragen met een context.
Je mag zelf kiezen of je dit in keynote, pages of op papier maakt, mits de inhoud maar compleet en kloppend is.
Eisen per les
Les A (iedereen): het voorplantingsstelsel van de man. De volgende begrippen moeten in jouw uitleg duidelijk worden: zaadcel, balzak, teelbal, bijbal, zaadleider, zaadblaasjes, prostaat, urinebuis, penis, eikel, orgasme, sperma en ejaculatie.
Les B (iedereen): het voortplantingsstelsel van de vrouw. De volgende begrippen moeten in jouw uitleg duidelijk worden: vagina, baarmoeder, eileider, eierstok, eicel, follikel, ovulatie, gele lichaam, bevruchting, menstruatie, orgasme, clitoris.
Les C (HAVO/VWO/Enthousiastelingen): van bevruchting tot baby. De volgende begrippen moeten in jouw uitleg duidelijk worden: bevruchting, innesteling, embryo, foetus, weeën, indaling, uitdrijving en nageboorte.
Handige websites om informatie op te vinden:
Eerder werd genoemd dat je voor deze opdracht 5XM's extra kon verdienen als je hem uitgebreider uit zou voeren. Dat klopt, maar overleg eerst met de docent van deze quest wat je precies kan doen om deze te verdienen. Zo krijg je een uitbreiding op maat en weet je zeker dat je genoeg hebt gedaan om ze te verdienen :).
Opdracht 2: kinky dieren
Je lesjes zijn goed verlopen, maar sommige onderbouwers vonden de stof een beetje saai. Om de interesse weer wat op te wekken bij je leerlingen, vertel je dat mensen zijn niet de enige dieren die zichzelf voortplanten door middel van seks. En het gaat er lang niet altijd zo aan toe als bij mensen, zo zijn er bijvoorbeeld dieren met 2 penissen.
Maak een poster die je in je lokaal zou kunnen ophangen om aan je leerlingen te laten zien dat seks een superinteressant en breed onderwerp is. Op je poster komt het volgende voor:
-3 verschillende diersoorten die op een bijzondere (voor mensen dan) manier seks hebben.
-Per diersoort een korte beschrijving van hoe ze leven en wat hun seks zo bijzonder maakt (50-150 woorden)
Deel 2: hoe voorkom je het maken van een baby en het oplopen van SOA’s?
Ergens in de week van 22 mei, in de week van 5 juni en in de week van 19 juni zal er een VERPLICHTE BloX zijn over seksuele voorlichting. Het is 3x dezelfde, dus je kan kiezen wanneer je hem doet. Let op het rooster wanneer de BloX precies is, zodat je je kan inschrijven (dit gebeurt dus niet automatisch).
Opdracht 3: veilig vrijen
Je vond het geven van de lessen en het maken van de dierenposter zo leuk, dat je besluit om je leerlingen nog wat extra info mee naar huis te geven in de vorm van een flyer.
In de verplichte BloX zijn al diverse soorten SOA’s en voorbehoedsmiddelen aan bod gekomen. Kies 4 (MAVO) / 5 (HAVO) / 6 (VWO) SOA’s uit om te verwerken in je flyer. Natuurlijk beschrijf je ook 3 (MAVO) / 4 (HAVO/VWO) voorbehoedsmiddelen.
Eisen per SOA: wat veroorzaakt deze SOA? Hoe kun je de SOA oplopen (soms bij meer dan alleen vrijen)? Hoe kom je van de SOA af? Wat is het gevolg op de lange termijn als je de SOA niet op tijd ontdekt?
Eisen per voorbehoedsmiddel: Waar beschermt het tegen? Hoe gebruik je dit voorbehoedsmiddel correct? Hoe betrouwbaar is dit voorbehoedsmiddel als je hem correct gebruikt?
Deel 3: seksualiteit en seksueel misbruik
Seks en seksuele handelingen draaien niet alleen om baby’s maken. Je kan bijvoorbeeld ook seks hebben voor je eigen genot, voor het versterken van je relatie, etc. Dit hoeft dus ook niet altijd tussen een man en een vrouw te zijn.
Ook je biologische geslacht zegt niet altijd alles over wie je bent of op wie je valt, dus laten we beginnen met deze zaken op een rij te zetten. Hiervoor gebruik ik graag de genderkoekman (zie plaatje hieronder).
Bron afbeelding: http://www.vrouwenmaatschappij.be/gender
- Genderidentiteit: wie jij bent in je hoofd. Voel je je een man, een vrouw of misschien wel ergens daartussenin? Komt jouw genderidentiteit helemaal niet overeen met je biologische geslacht, dan ben je transgender. Komt het dat het wel, dan ben je cisgender.
- Genderexpressie: hoe jij je gedraagt, kleedt, etc. Dit is gebaseerd op klassieke genderrollen. Gedraag/kleed jij je meer als man of als vrouw? Of als geen van beide of ergens daartussenin?
- Biologische geslacht: welke geslachtsorganen heb jij? Mannelijke, vrouwelijke of interseksueel (kenmerken van mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen).
- Seksuele voorkeur: waar voel jij je emotioneel en lichamelijk tot aangetrokken? Val je op het ander geslacht (heteroseksueel), hetzelfde geslacht (homoseksueel), zowel hetzelfde als op het andere geslacht (biseksueel), etc.?
In Nederland worden mensen vaak geaccepteerd voor wie ze zijn, op wie ze vallen en hoe ze zich willen kleden/gedragen. Hier mogen mannen bijvoorbeeld met elkaar trouwen en kinderen adopteren. Dit is echter niet overal ter wereld zo en zelfs binnen Nederland zijn er verschillen in acceptatie.
Opdracht 4: genderkoekman
Beantwoord de volgende vragen:
a) Wat is in jouw eigen woorden het verschil tussen genderidentiteit en je biologische geslacht?
b) Kun je van buitenaf altijd zien wat de genderidentiteit van een persoon is?
c) Kun je van buitenaf altijd zien wat het biologische geslacht van een persoon is?
d) Kun je van buitenaf altijd zien wat de seksuele voorkeur van een persoon is?
e) Er staat dat genderexpressie vaak gebaseerd is op klassieke genderrollen. Noem 2 dingen die mensen over het algemeen typisch vrouwelijk vinden en 2 dingen die mensen over het algemeen typisch mannelijk vinden.
f) Stel dat een jongen liever met poppen speelt dan met auto’s, is hij dan homoseksueel? Leg je antwoord uit.
g) En als een meisje graag jurken draagt en haar grootste hobby zichzelf opmaken is? Kan zij homoseksueel (lesbisch) zijn? Leg je antwoord uit.
h) Wat zou een reden kunnen zijn dat sommige mensen zaken als het homohuwelijk niet erkennen of zelfs willen verbieden/hebben verboden?
i) In de tekst staat dat koppels met hetzelfde biologische geslacht kinderen kunnen krijgen door ze te adopteren. Wat zou een andere manier kunnen zijn voor homoseksuele koppels om kinderen te krijgen?
Opdracht 5: seksueel misbruik
Voor deze opdracht kies je eerst 3 vormen van seksueel misbruik uit. Per vorm van seksueel misbruik maak je vervolgens 2 stripjes/animaties (dus 3x2 = 6 in totaal):
- Eentje over een zelfbedacht (maar zou echt kunnen gebeuren) scenario waarin iemand op die manier seksueel wordt misbruikt.
- Eentje over datzelfde scenario, maar nu weet het slachtoffer eraan te ontkomen (denk aan dingen als ‘nee zeggen’, ‘niet je drankje zonder toezicht ergens laten staan als je gaat plassen’, etc.)