Ecologie havo-3

Ecologie havo-3

Thema: Ecologie

Intro

Biologie betekent leer van het leven. Biologen bestuderen levende wezens in de omgeving waarin ze wonen. In dit thema leer je eerst wat biologen bedoelen met leven. Dan leer je wat een ecosysteem is en je kijkt naar de relaties tussen planten en dieren en dieren onderling. 

 

Veel plezier!

 

Biotisch en abiotisch

Via de volgende link kom je bij het onderdeel biotisch en abiotische factoren.

Pagina biotische en abiotische factoren

Ecologie

 

 

Via deze informatie-site over ecologie kun je verschillende filmpjes bekijken.

Verder is een korte uitleg over de organismen in een kringloop.

Producent

Voedselketens draaien om energie. De zon zorgt voor energie voor planten en fytoplankton. Zij staan aan de basis van een voedselketen en maken hun eigen voedsel door middel van fotosynthese. Groene planten worden producenten genoemd en dienen alleen als voedsel voor andere dieren. Ze eten zelf geen andere organismen. Iedere schakel in de voedselketen wordt een trofisch niveau genoemd. De meeste voedselketens bestaan uit drie tot vijf trofische niveaus.

Consument

Vanaf het tweede trofische niveau vind je de zogenoemde consumenten. Zij gebruiken de energie uit de biomassa van de schakel voor zich. Maar die energie gaat niet 1-op-1 mee met de consument. Er gaat altijd energie verloren, met de ontlasting bijvoorbeeld. Maar de meeste energie verlaat het lichaam via warmte. Bovenaan de voedselketen staat altijd een toppredator: een dier dat door geen enkel ander dier gegeten wordt.

Om aan voldoende energie te komen, moeten de meeste dieren dus noodgedwongen deel uitmaken van meerdere voedselketens. Een zeehond kan bijvoorbeeld niet leven van 1 bepaalde vissoort. Dat zou te eenzijdig zijn en te weinig energie opleveren. Daarom zit de zeehond ook in de voedselketen van krabben, schelpdieren en andere dieren. Daarom lopen in werkelijkheid in een ecosysteem voedselketens door elkaar heen in voedselwebben.

Reducent

Een reducent is een organisme dat ervoor zorgt dat niet-geconsumeerd dood materiaal terug wordt afgebroken naar de basisbouwstoffen, zodat deze herbruikt kunnen worden.

Een reducent zet organische stoffen om in anorganische stoffen. Deze anorganische stoffen kunnen producenten weer gebruiken om koolstofassimilatie toe te passen.

De twee belangrijke groepen reducenten zijn de zwammen en de bacteriën. Ze worden ook wel de detritivoren genoemd.

Ecologie

Deze wikiwijs over ecologie laat verschillende fragmenten over ecologie zien. Deze kun je vinden onder het kopje fragmenten ecologie.

Fragmenten ecologie

Bio-Bits Bovenbouw: Ecologie
150 jaar na Darwin met het schip de Beagle, maakt de Clipper Stad Amsterdam opnieuw een reis rond de wereld. Op het schip varen ook ecologen mee. Zij verrichten onderzoek naar de verstoring van het biologisch evenwicht door exoten, de invloed van stof op klimaatveranderingen, de kleur van de oceaan en de kwetsbaarheid van ecosystemen zoals het tropisch regenwoud. In Bio-Bits ecologie meer over de resultaten en de betekenis van hun onderzoek.

Dynamiek in ecosystemen
Bronnen over ontstaan van soorten en ecosystemen.

Ecosystemen
Diverse bronnen over ecosystemen en de relaties tussen soorten en individuen.

Wie staat er aan de top van de piramide?
Voedselketens en voedselpiramides

Intro

Ecosysteem

Bekijk het volgende filmpje op SchoolTV:

VideoHoe werkt een ecosysteem?

In het filmpje zie je een voorbeeld van een ecosysteem. In het ecosysteem
in het filmpje spelen water, bomen, rupsen en vogels een rol.

In deze opdracht leer je hoe je een ecosysteem kunt omschrijven en leer je welke factoren kunnen bepalen hoe het ecosysteem er uit ziet.

 

Begrippenlijst

Intro
Een ecosysteem is het geheel van planten, dieren en het gebied waarin ze wonen. Hoe een ecosysteem er uit ziet wordt bepaald door de levende factoren en niet-levende factoren.

In deze opdracht kijk je naar de voedselrelaties tussen planten en dieren en voedselrelaties tussen dieren onderling. Je leert hoe je die relaties kunt weergeven in een voedselweb en in een voedselketen.

 

Eindproduct-Beoordeling

Eindproduct

Deze opdracht sluit je af door samen met een klasgenoot een voedselweb te maken.

Beoordeling
Bij de beoordeling van het voedselweb gebruikt je docent de volgende vragen:

  • Bevat het voedselweb minimaal acht organismen?
  • Staan er in het voedselweb zowel producenten als consumenten?
  • Zijn tussen de organismen de pijlen goed getrokken?
  • Is het voedselweb met zorg gemaakt?

Leerdoelen

Leerdoelen:

  • Je kunt de begrippen voedselketen en voedselweb omschrijven.
  • Je kent de begrippen producenten, consumenten en reducenten.
  • Je kunt aangeven welke rol producenten, consumenten en reducenten in een voedselketen spelen en kun je twee voorbeelden van reducenten noemen.

Werkwijze

Groepsgrootte

Je werkt de eerste stappen alleen door.
Het eindproduct maak je samen met een klasgenoot.

Benodigdheden
Afbeeldingen van organismen.

Tijd
Voor deze opdracht heb je twee lesuren nodig.

Stap1

Voedselweb en voedselketen
Bestudeer uit de Kennisbank biologie de vier pagina's van het het onderdeel voedselweb en voedselketen.

KB: Voedselweb en voedselketen

Beantwoord nu de volgende acht vragen.

  1. Welk woord moet op de open plaats?
    Een .... laat zien welke voedselreslaties er bestaan tussen organismen.
    1. voedselweb
    2. voedselketen
  2. Waar of niet waar?
    Aan het begin van de een voedselketen staan de producenten.
    1. Waar
    2. Niet waar
  3. Waar of niet waar?
    Planten zijn voorbeelden van producenten.
    1. Waar
    2. Niet waar
  4. Waar of niet waar?
    Planteneters worden ook wel carnivoren genoemd.
    1. Waar
    2. Niet waar
  5. Waar of niet waar?
    De mens staat aan het eind van de voedselketen.
    1. Waar
    2. Niet waar
  6. Waar of niet waar?
    Bacteriën en schimmels zijn voorbeelden van reducenten.
    1. Waar
    2. Niet waar
  7. Waar of niet waar?
    De producent in de voedselketen in zee is dierlijk plankton.
    1. Waar
    2. Niet waar
  8. Waar of niet waar?
    Een krab is een voorbeeld van een reducent in de voedselketen in zee.
    1. Waar
    2. Niet waar

Controleer je antwoorden.

Stap2

Voedselweb en voedselketen
Met een voedselweb kun je ook duidelijk maken wat de gevolgen kunnen zijn als
één onderdeel uit het web verandert. Als er een bijvoorbeeld een giftige stof in
het water komt waardoor de bodemdieren ziek worden, heeft dat grote gevolgen.

1
Bekijk het voedselweb hiernaast.
Welke dieren worden er, volgens jou, ziek als er een giftig stof in het water komt
waardoor bodemdieren ziek worden.
Bespreek het antwoord met een klasgenoot.

2
Een rups, een eikenboom, een torenvalk en een roodborstje kunnen in dezelfde voedselketen voorkomen. Wie eet wie op? Maak een voedselketen en geef aan wie producent is en wie consument.

 

Stap3

Bodemdieren en reducenten
Reducenten staan aan het eind van de voedselketen. Zij leven van dode planten en dieren.
Ze ruimen als he ware 'de rotzooi' op.
Bekijk het volgende filmpje op de site van SchoolTV:

VideoOndergrondse beestjes

Kun je een omschrijving van een bodemdier geven?
Schrijf uit je hoofd zoveel mogelijk bodemdieren op.
Vergelijk jouw lijstje met bodemdieren met het lijstje van een klasgenoot.
Wie heeft de meeste?

Ga op internet eventueel op zoek naar nog meer namen van bodemdieren.
Ga na of de dieren die jullie hebben opgeschreven ook wel echt bodemdieren zijn.
En ga na of alle bodemdieren ook echt reducenten zijn?
 

 

Stap4

Eindproduct
Als eindproduct van deze opdracht maken jullie samen een voedselweb.
In het voedselweb komen organismen die jullie rond de school zouden kunnen tegengekomen.
Ga op internet op zoek naar passende afbeeldingen.
Plak de afbeeldingen op een groot papier. Zet de namen van de organismen onder de afbeeldingen. Verbind de afbeeldingen met pijlen. Zorg dat de pijlen in de juiste richting wijzen!

Laat jullie voedselweb beoordelen door twee klasgenoten. Beoordeel ook hun voedselweb.
Geef op een goede manier commentaar.
Pas jullie voedselweb eventueel nog wat aan.

Klaar?
Laat het voedselweb beoordelen door jullie docent.

 

Extra: LvoorL

Leerlingen voor leerlingen
Op de website www.lvoorl.nl vind je verschillende video's die door leerlingen voor leerlingen zijn gemaakt.

Hieronder staat een video die goed past bij dit thema.
Bekijk de video. Kun je de video goed volgen?
Bespreek de inhoud van de video met een klasgenoot.

VideoEnergiestroom in een voedselketen

Let op:
Als je de video wilt stoppen, druk dan eerst op de stopknop en klik dan de popup weg.

Voedselweb
Geheel van voedselrelaties binnen een levensgemeenschap.



 
Voedselketen
Een keten van eten en gegeten worden, waarbij elk organisme een voedselbron is voor een volgend organisme. Een voedselketen begint altijd met een plant (producent). Bijvoorbeeld: gras → rups → koolmees.
Plaagdier
Een plaagdier is een bepaald soort organisme dat veel voorkomt en zich snel voortplant, waardoor het een bedreiging voor het voortbestaan van andere soorten vormt.
Producenten
Organismen (planten) die zelf voedsel maken; planten maken door fotosynthese suikers (voedsel) van koolstofdioxide, water en zonlicht.
Consumenten
Organismen die andere organismen als voedsel gebruiken.
 
Reducenten
Reducenten staan aan het eind van de voedselketen en leven van dode planten en dieren.
Dierlijke plankton
Dierlijk plankton bestaat uit kleine diertjes in zee.
Plantaardig plankton
Plantaardig plankton bestaat uit kleine plantjes in zee.
Voedselpiramide
Een grafische afbeelding waarin verschillende organismen van een voedselketen zijn weergegeven, met de producenten (planten) onderaan en predatoren (roofdieren/carnivoren/vleeseters) bovenin. De piramidevorm geeft het verlies van organische stoffen en energie aan in iedere stap van de keten.

Antwoorden - Stappen

Begrippenlijst

Ecosysteem
Min of meer begrensd deel van de natuur als een samenhangend geheel van biotische (levende) en abiotische (niet-levende) factoren.
Biotisch
Biotisch betekend 'levend'.

 
Abiotisch
Abiotisch betekent 'niet levend'.

 
Biotoop
Door abiotische factoren bepaald gebied(je) binnen een ecosysteem waar organismen kunnen leven. Bijvoorbeeld: droge en warme heidegebieden vormen een biotoop voor de adder.
Predator-prooi-relatie 
Voedselrelatie tussen predator en prooi(dier), waarbij predator en prooi de grootte van elkaars populaties beïnvloeden; zij houden elkaar in (dynamisch) evenwicht.

Dynamisch evenwicht
Toestand waarbij alle veranderingen in een ecosysteem binnen bepaalde grenzen blijven schommelen.
 

Verstoring
Gebeurtenis die ervoor zorgt dat een ecosysteem verandert.
Wisselwerking
De invloed van biotische en abiotische factoren onderling en op elkaar.
Levensgemeenschap
Alle organismen in een ecosysteem.
Abiotische factoren
De niet-levende omgeving in een ecosysteem.
Woestijn
Voorbeeld van biotoop; gebied met weinig neerslag en grote verschillen in temperatuur.
Zee
Voorbeeld van biotoop; zout water.
 
Rivier
Voorbeeld van biotoop; waterloop, afvoer van water uit gebied, zoet water.
Bos
Voorbeeld van biotoop; met bomen en vaak een ondergroei van struiken en kruidachtige planten.
Duinen
Voorbeeld van biotoop; smalle strook tussen zee en binnenland, soms kaal bestaande uit zand, soms begroeid.
Akker
Voorbeeld van biotoop; open land waar voedingsgewassen groeien.
 
Weide
Voorbeeld van biotoop; open grasland.
Sloot
Voorbeeld van biotoop; zoet stromend water.
Stad
Voorbeeld van biotoop; plaats waar mensen wonen en werken.
Gebergte
Voorbeeld van biotoop; gebied met grote verschillen in hoogte (temperatuur- en bodemverschillen).
Predator
Natuurlijke vijand of roofdier, dier dat zijn prooi actief bejaagt om te doden (predatie).
 
Vogeltrek
De trektocht die (trek)vogels ondernemen om de winter door te brengen op een warmere plaats en de terugkeer hiervandaan bij het begin van het volgende broedseizoen. Bijvoorbeeld: boerenzwaluw en tjiftjaf.
Prooi
Dier dat als voedsel dient voor een predator.

Stap 1
Voedselweb en voedselketen

  1. A
  2. A
  3. A
  4. B
  5. B
  6. A
  7. B
  8. A

Fietsen in de omgeving

Intro

Je leest in de krant wel eens dat een ecosysteem dreigt te verdwijnen.
Natuurliefhebbers vinden dat het ecosysteem beschermd moet worden.

Maar wat is een ecosysteem eigenlijk?
Komt een ecosysteem ook bij jou in de buurt voor?

Eindproduct-Beoordeling

Eindproduct
Jullie maken een beschrijving van een ecosysteem in de omgeving van jullie school.
Jullie geven aan welke producenten, consumenten en reducenten voorkomen in het ecosysteem en jullie geven aan welke relaties tussen de organismen er bestaan.
De beschrijving illustreren jullie met foto's en/of tekeningen.

Beoordeling
Gebruik bij de beoordeling van het eindproduct de volgende vragen:

  • Maakt het eindproduct duidelijk wat een een ecosysteem is?
  • Hebben jullie aangegeven welke planten/dieren in het ecosysteem voorkomen?
  • Hebben jullie aangegeven welke omgevingsfactoren een rol spelen in het ecosysteem?
  • Hebben jullie aangegeven welke relaties tussen organismen voorkomen in het ecosysteem?
  • Hebben jullie foto's/tekeningen gemaakt van het ecosysteem?

Leerdoelen

Aan het eind van de opdracht kun je:

  • vertellen wat een ecosysteem is.
  • een ecosysteem beschrijven door aan te geven welke organismen er in het ecosysteem voorkomen.
  • een ecosysteem beschrijven door aan te geven welke omgevingsfactoren bepalend zijn voor het ecosysteem.
  • een ecosysteem beschrijven door aan te geven welke relaties tussen organismen er voorkomen in het ecosysteem.

Werkwijze

Groepsgrootte
Deze opdracht doe je samen met een klasgenoot.

Benodigdheden
Voor het eindresultaat hebben jullie nodig:

  • potlood en papier
  • fototoestel

Tijd
Voor deze extra opdracht hebben jullie 4 à 5 uur de tijd.

  • Voor het bestuderen van de onderwerpen uit de kennisbank en de teotsjes neem je 0,5 uur.
  • Reken voor het bezoek aan het ecosysteem ongeveer 2 uur.
  • Voor de beschrijving van het ecosysteem hebben julle ook 1,5 uur nodig.

Stap 1

Kennisbank
(individueel)
Bestudeer de volgende onderdelen uit de kennisbank:

KB: Relaties tussen organismen
KB: Voedselweb en voedselketen

Maak de toetsen van deze onderdelen.
Zorg dat je voor de toetsen een voldoende scoort.

Toets:Relaties tussen organismen

Toets:Voedselweb en voedselketen

Stap 2

Ecosysteem
Lees eerst hieronder wat een ecosysteem is.

Binnen een bepaald gebied vormen organismen en de omgevingsfactoren, zoals klimaat en bodemgesteldheid, een samenhangend geheel. Een dergelijk gebied wordt wel een ecosysteem genoemd.
Voorbeelden van ecosystemen zijn een oceaan of een woestijn.
Op kleinere schaal zijn bijvoorbeeld een bos of een sloot ook ecosystemen.

In elk ecosysteem heersen specifieke omstandigheden. De temperatuur en de hoeveelheid licht in een bos zijn anders dan in een open veld. In een sloot zijn de omstandigheden weer totaal anders.
De omstandigheden bepalen welke planten en dieren er in het ecosysteem kunnen leven.

Bekijk ook het volgende filmpje:

Stap 3

Begrensd gebied
Kies een min of meer begrensd gebied uit in de omgeving van jullie school.
Bezoek samen dat gebied en verzamel informatie over het gebied:

  • Welke planten en dieren komen er voor in het gebied?
  • Welke relaties tussen organismen komen er voor?
  • Wat kunnen je zeggen over de bodemgesteldheid van het gebied?

Stap 4

Beschrijving van het ecosysteem
Gebruik de verzamelde informatie om een beschrijving van het ecosysteem te maken.
Neem ook voldoende beeldmateriaal op in je beschrijving.

Maak als dat mogelijk is een tekening van een voedselweb zoals dat in jullie ecosysteem voorkomt.

Beoordeel jullie beschrijving van het gebied met de beoordelingsvragen.
Pas de beschrijving eventueel nog iets aan.

Tevreden?
Laat de beschrijving beoordelen door jullie docent.

Omgeving

Je gaat een zogenaamde thematoets maken.
De thematoets bestaat uit 10 random (= willekeurige) vragen over dit thema.           
Soms is een vraag een reproductievraag, soms meer een inzichtvraag.

Doe je de toets een tweede keer dan krijg je weer 10 random vragen.
Dat zullen veelal anderen zijn, maar je kunt ook dezelfde vragen nogmaals tegenkomen.

Na het beantwoorden van de vragen krijg je je resultaat te zien.
Je ziet ook welke vragen je goed en welke vragen je fout hebt beantwoord.
Bij iedere vraag vind je onder [Meer info]-knop een link naar een item uit de Kennisbank.
Met behulp van die informatie kun je opzoeken wat het goede antwoord op de vraag is.

Thematoets: Omgeving

Afsluiting

Thematoets

De theorie van dit thema vind je in de volgende onderdelen van de Kennisbank biologie:

KBLevenskenmerken
KB: Biotisch en abiotisch
KB: Voedselweb en voedselketen
KBMilieuvervuiling

Diagnostische toets

Omgeving

Je sluit het thema Omgeving af met het maken van een diagnotische toets.

De toets bestaat uit 7 vragen.
Je hebt een voldoende voor de toets als je 6 van de 7 vragen goed hebt beantwoord.

 

Toets:Omgeving