Aanwijzend voornaaamwoord
Wat is een aanwijzend voornaamwoord?
Een aanwijzend voornaamwoord is een woord dat je gebruikt om iets of iemand aan te wijzen. Je gebruikt een aanwijzend voornaamwoord om duidelijk te maken over welk ding of welke persoon je het hebt en of het dichtbij of ver weg is.
Hier zijn een paar belangrijke aanwijzend voornaamwoord:
deze, die, dit, dat, zulk(e), zo'n, dergelijk(e).
Voorkennis
Je kunt een aanwijzend voornaamwoord pas herkennen en goed toepassen als je weet:
- wat een zelfstandig naamwoord is.
- wat een lidwoord is.
- Ook is het handig als je weet wat een bijvoeglijk naamwoord is. |
Hoe vind je het aanwijzend voornaamwoord?
Een aanwijzend voornaamwoord staat meestal voor een zelfstandig naamwoord.
Voorbeeld met zinnen
- Dat team maakte de meeste doelpunten.
- Ik geef dit paard iedere dag hooi.
- Zo'n schilderij wil ik ook in mijn kamer hebben.
- Dergelijke honden zijn niet te vertrouwen.
- Wil je liever met deze groep hier werken, of met die mensen daarginds. |
Hoe gebruik je de aanwijzend voornaamwoorden?
Dit, dat, zulk en dergelijk gebruik je voor het-woorden. |
het boek -> dit boek
het meisje -> dat meisje |
Deze, die, zulke en dergelijke gebruik je voor de-woorden. |
de auto -> deze auto
de hond -> die hond |
Deze, die, zulke en dergelijke gebruik je ook voor meervouden. |
deze auto's, die auto's
zulke honden, dergelijke honden |
Dit en deze zijn voor dingen dichtbij. |
Dit huis hier, deze auto hier |
Dat en die zijn voor dingen verder weg. |
Dat huis daar, die auto daar |
Tussen een aanwijzend voornaamwoord en een zelfstandig naamwoord kan nog een bijvoeglijk naamwoord staan. Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden.
Voorbeeld
- Die leuke jongen zit bij mij in de klas.
- Ik maakte dit dansende poppetje in de tekenles.
- Dergelijke kwetsende opmerkingen moet je niet maken! |
Let op!
Soms staat een aanwijzend voornaamwoord alleen in de zin, zonder zelfstandig naamwoord. Je kunt dan uit de tekst opmaken waar het over gaat.
Voorbeeld
- Wil je dit of dat?
- Die was echt grappig! |
Let op!
Soms zijn die en dat géén aanwijzend voornaamwoord, het staat dan áchter het zelfstandig naamwoord in plaats van ervoor.
Voorbeeld
- De school die het dit jaar heel goed gedaan heeft. -> géén aanw. vnw, want het staat áchter 'school'.
- Het boek dat ik gelezen heb was super spannend. -> géén aanw. vnw, want het staat áchter 'boek'. |